101 jaar gelede vonden alle strijdende partijen van toen, minstens aan het front, de wil om er een punt achter te zetten.
Het was een moedig moment in wat je een uitputtingsslag kon noemen. Tot dan toe durfde niemand er de stekker uittrekken.
Het menselijk leed was enorm. Het beroerde het hele weefsel van een maatschappij in transitie.
Euforie wisselde zich af met een revolutionaire stemming alom in Midden-en- Oost-Europa.
Te midden de puinhoop die de oorlog op alle vlak aanrichtte maakte de Spaanse griep bovendien ook talloze slachtoffers. Men schat het aantal doden wereldwijd ten gevolge van de griep tussen de 20 a 100 miljoen. Dat is méér dan het aantal doden ten gevolge van de militaire handelingen.
De leuze ‘nooit meer oorlog’ vond in die totale ontreddering zijn oorsprong.
Hoe verder de oorlog nu van ons af ligt, hoe groter de verontwaardiging over de besluiten van de Parijse verdragen (voor os het best gekend als de verdragen van Versailles).
Het stemt tot nadenken. Wel kunnen we de wraakgedachte begrijpen in het kader van het grote menselijke leed dat destijds de volkeren overkwam, maar de toenmalige aanpak kunnen we niet bijzonder wijs noemen als middel om toekomstgericht een wereld zonder oorlog op te bouwen.
De woorden die het weekschema van de liturgie ons meegeeft klinken dan ook als een oproep naar deze tijd, die in transitie is, en waar gevaarlijke egoïstische tendensen en beslissingen de wereldpolitiek beheersen.
Bidden om wijsheid, om toekomstgerichte beslissingen, waardoor vrede gegenereerd wordt voor toekomstige generaties is een must, maar niet voldoende.
Jezus geeft ons een voorzet voor een andere aanpak.
Hij keert de zaken om.
Hoe geef jij mensen toekomst ? Een populistische aanpak in het ‘lik op stuk beleid’ ook op interpersoonlijk vlak? Afrekenen met een blinddoek op ?..
Maar... niemand is perfect. Opgroeien betekent fouten maken en uit je fouten leren. Zo groeit wijsheid door het geleefde leven. Een wereld met toekomst bouwen kan enkel op basis van een nieuwe-kansenbeleid, zoals Jezus dat voorstaat. Dat behoort tot de kern van Gods wezen. Ook al lijkt dat utopisch. Spreken plooit zich naar het verleden.
Jezus leert ons : als je iemand vergeeft, dan wordt je zijn dienstknecht, niet langer zijn meester. Wie dienstbaar is voor z’n medemens, kent één grote deugd : Geduld .
Met de woorden van Adel Bestavros in het boek Tomas Halik, een Tsjechisch priester die ten tijde van het communisme ondergedoken leefde :
Geduld met anderen = Liefde . Ik zit niet vast aan mijn idee fixe.
Geduld met jezelf = Hoop . Ik zit niet vast aan mijn verleden.
Geduld met God = geloof. Vertrouwen dat er een God is die het positieve in de wereld eeuwigheidswaarde geeft en toekomst. Een garantie dat de zwakke krachten het halen , en dus niet het oorlogsgeweld. .