Als je iemand verliest van wie je houdt, dan is de dood niet het einde. Onze vormelingen weten dat je dan soms “random” terug moet denken aan dingen die je samen deed. Als dat gaat om een familielid, dan hoort daar een jaarlijks moment bij waarop je met de hele familie samen komt rond de gedachtenis van diegene die je af hebt gegeven.
Tweeduizend jaar geleden verloren een handvol mensen een leraar, een herder, een vriend. “Waar zouden die twaalf aan gedacht hebben?” vragen we onze vormelingen. “Aan het samen drinken en eten, aan het babbelen, aan de genezingen en de hulp die Jezus bood”, luidt het spontane antwoord. En inderdaad, met dure woorden vertalen we dat als liturgie, catechese en diaconie.
Onze derde vormselbeurt vormt meteen een concrete invulling van die ‘catechese’. Samen praten over Jezus met een handvol leeftijdsgenoten, is een niet alledaagse maar soms ook wel boeiende bezigheid. Onderwerp van onze debatten vormt vandaag “liturgie”, ofwel “de mis”. Wat is zo’n eucharistieviering eigenlijk? We verwerken een deel in spelvorm ook en delen samen een groot brood.
Eten en drinken ter gedachtenis van onze vriend: dat uiteraard! “We heffen het glas op ons christen-zijn”, verwoordt pastoor Hans dat in de gezinsviering vandaag, een viering waar ook heel wat eerste communicanten en hun ouders voor het eerst aanwezig zijn! Alleen zijn we hier nu niet samen rond een vriend die we hebben afgegeven. We vieren onze onderlinge verbondenheid rond een Levende, die met ons mee stapt op onze levensweg. Ook voor wie gelooft, zijn er echter momenten waarop het niet zo duidelijk is hoe we die relatie met die Verrezen Heer dan wel precies kunnen invullen...
Gelukkig hebben we binnen die viering ook nog de Woorddienst. Zoals dat hoort op een feest, gaan we niet alleen eten en drinken, maar wordt er ook heel wat gebabbeld. Wij worden aangesproken met teksten vanuit de Bijbel. Vanuit het verhaal van hoe God en zijn Zoon indertijd met het volk op weg zijn gegaan, wordt vandaag aan ons de hand gereikt…. ‘God ziet ons graag’, weerklinkt als een echo vanuit ons doopsel. De eerste communicantjes doen dat in een nevendienst waarbij ze ook schelpjes maken om bij Jezus te kleven. Vandaag worden bovendien hun zelfgemaakte kruisjes gezegend door pastoor Hans.
Naar het einde van de vormselbeurt toe, lezen we het verhaal van het beeld van Christus, dat tijdens de oorlog zijn handen verloor. “Jullie zijn nu mijn handen”, luidt het onderschrift. Diaconie dus, die derde poot van het kerk-zijn. Pastoor Hans vertaalt het in de gezinsviering heel concreet naar de actualiteit: “laat ons de mensen die straks als vluchteling in Koksijde terecht komen, helpen waar we kunnen.”
‘Blij dat jij er bent’ is niet voor niets het leitmotiv voor onze kerk.
(BV)