Elke zondag komen wij bijeen om in de eucharistieviering ons geloof te voeden rond het Woord van de Heer en de Gaven die Hij met ons deelt.
Een plekje
Sommige huisartsen of artsen-specialisten schrijven geen nieuwe mensen in op hun patiëntenlijst. Wie een klacht of een zorg heeft vindt dat meestal niet aangenaam. Er zijn wachtlijsten van weken, soms zelfs maanden.
Bij Jezus is dat anders. We hebben vandaag gelezen uit het lange stuk van het evangelie van Johannes waar Jezus alleen is met zijn leerlingen. Hij heeft het over zichzelf, over hen, over de verhouding met God, over het heden en over de toekomst. Zo wil Jezus zijn leerlingen voorbereiden op de tijd dat ze zonder hem zullen verder gaan.
“Ik ga heen om een plaats voor jullie te bereiden. In het huis van mijn Vader is plaats voor velen,” zegt Jezus. Spontaan denken wij aan het leven na de dood. Het huis van de Vader is wat na onze dood komt en we mogen ons gelukkig prijzen dat daar wel plaats is en dat we niet op een wachtlijst terechtkomen.
Het huis van de Vader is ook hier en nu. Jezus gaat weg om voor ons plaats te maken in de dienst aan het geluk van de mensen en van de wereld. Nu al, hier, is er plaats voor iedereen in dat grote huis. God wil iedereen nodig hebben om zijn liefde te verkondigen en te beleven.
Dat artsen geen patiënten aannemen als ze de goede en juiste zorgen niet kunnen garanderen is te begrijpen maar niet aangenaam. Jezus wijst niemand af. Hij rekent daarvoor op ons allemaal.