Elke zondag komen wij bijeen om in de eucharistieviering ons geloof te voeden rond het Woord van de Heer en de Gaven die Hij met ons deelt.
De Deur
Waarom is de deur van de hoofdingang van de kerk zo groot? Dat heeft te maken met de vroegere toeloop van mensen. Die kwamen niet allemaal tegelijk toe maar ze gingen wel allemaal tegelijk naar buiten en dat kon niet snel genoeg gaan. Een grote deur past in een groot gebouw. En een grote poort straalt macht en ontzag uit.
Wat voor deur zou Jezus zijn? In het stukje evangelie dat we vandaag lezen vergelijkt Jezus zichzelf niet met een herder maar met de deur van de schaapskooi. Hij geeft zichzelf een nieuwe naam: “Ik ben de deur.”
Jezus zit in de beeldspraak van kudde, herder en schaapskooi. De deur waarmee Hij zichzelf vergelijkt is dus eerder sober, misschien zelfs wat gammel. Maar ze zou majestueus moeten zijn. Jezus is immers de doorgang tussen het tijdelijke leven in deze wereld en het nieuwe leven in de ongekende wereld van Gods volledige liefde.
Niemand kan toegang verlenen tot het rijk van God dan God zelf. Gelukkig kennen wij Jezus. Die maakt God voor ons enigszins bevattelijk en toegankelijk. Hij is voor ons de Deur waarlangs we binnen kunnen in Gods liefderijk.
Jezus heeft het niet over toegangscontrole of inkomgeld. Hij heeft het over zijn stem. Als we die volgen komen we als vanzelf door de open Deur. Die is nog wat anders dan de achterdeur van de kerk!