Twee mensen gaan naar huis.
Weg van de droom,
weg van wat ooit vuur was.
Hun stappen zijn zwaar.
Hoop kan breken als aardewerk.
Wie kent die weg niet?
De weg van teleurstelling.
Maar juist daar,
komt Iemand naast hen lopen.
Hij vraagt. Hij luistert.
Zo komt God vaak:
niet als donderslag,
maar als een zachte metgezel
die onze pijn ernstig neemt.
Langzaam wordt hun hart warmer.
Alsof onder de as
nog gloeiende vonken lagen.
'Blijf bij ons, Heer'
Ja, dan breekt Hij het brood.
Herkenning in het gewone.
Hun ogen gaan open.
Niet omdat zij alles begrijpen,
maar omdat liefde zichtbaar wordt.
Zij staan op.
Dat is hun verrijzenis.
Ze keren terug,
niet meer gebroken,
maar gezonden.