Een man verloor bij een zwaar ongeval één oog.
En toch zei hij: "Ik dank God dat ik mijn andere oog nog heb."
Maria kon dit ook.
Haar leven was geen religieuze versie van "lang en gelukkig".
Ze kende onzekerheid, vluchten, loslaten, en uiteindelijk het kruis.
En toch zingt ze:
"Mijn ziel prijst hoog de Heer.
Grote dingen heeft Hij aan mij gedaan."
Maria zingt niet omdat alles goed gaat.
Ze zingt omdat ze midden in alles wat pijn doet,
God toch niet uit het oog verliest.
Hiervoor hebben wij een camping nodig.
Na drie dagen slapen op een matje, zoeken naar een proper toilet
en koffie zetten met primitieve middelen,
kom je thuis en ontdek je plots drie wonderen tegelijk:
een bed, een douche en een stopcontact.
Ze waren er voordien ook.
Alleen zagen we ze niet meer.
Dat is misschien onze grootste armoede:
niet dat we te weinig hebben,
maar dat we niet meer zien hoeveel we ontvangen.