Het feest van de ‘Openbaring van de Heer’ ontstond wellicht in de 2e of 3e eeuw als een Oosters feest met de Griekse titel Epiphaneia [= “verschijning” of “manifestatie”]. Wij herdenken zondag, 2 januari, de ‘Aanbidding van de wijzen’ als de vervulling van de profetie van Jesaja 60, 1-6: 'Sta op en schitter Jeruzalem! De Heer zal zijn licht doen stralen in Jeruzalem, zodat de heidenvolken er heen zullen optrekken'.
We kunnen best aanvoelen hoe intens de Messiasverwachting soms moet geweest zijn. Mensen in miserie snakken nu eenmaal naar een uitweg. Vanuit het standpunt van de arme begrijpen we pas goed waar de Schrift het over heeft. Het is tijdens zo een donkere bladzijde in Israëls geschiedenis, de 6de eeuw v.C., dat Jesaja de dageraad aankondigt. Gods eigen licht schijnt in de tunnel. Zijn eerste zonnestralen doen de gouden kantelen op Jeruzalems tempel al blinken als een baken voor de ganse wereld. Houdt moed en wankelt dus niet. God redt altijd. Zo klinkt die profeet in zijn booster-preek (niet prik).
In het boek Numeri 24, 17 voorspelt een zekere Bileam de overwinning van Israël op het leger van de koning van Moab. “Een ster komt op uit Jacob!”, orakelt de ziener. Eeuwen na hun triomf blijft het Joodse volk zijn heerlijke voorzegging herlezen. Met de jaren gaat Israël dan geloven dat een hemelse ster ooit de komst zal aankondigen van een gezalfde koning. Een echte bevrijder, die eens en voorgoed orde op zaken zal stellen. Die overtuiging is in Jezus’ tijd zo gangbaar, dat bij het woord “ster” alleen al Herodes en zijn gevolg bevende knieën krijgen en vrezen voor hun ondergang. Als ze bovendien uit de profeet Micha 5, 1 leren dat die Messias uit Bethlehem moet komen, aarzelt het Overlegcomité geen minuut om ingrijpende maatregelen te nemen. Dood en verdriet volgen.
En dit nu is de pointe van Mattheüs’ Kerstverhaal. Die vreemde mannen uit het Oosten, die de Joodse Schrift absoluut niet kennen maar wijs genoeg zijn om in Jeruzalem inlichtingen te vragen, vinden ten slotte wat ze zoeken. De Joodse geleerden daarentegen beschikken wél over alle informatie en hadden het dus eigenlijk allang beter kunnen weten. Toch verzetten ze geen voet om zelf op zoektocht te gaan. Zij die het eerst op de bruiloft waren uitgenodigd hebben het banket versmaad. In feite kijkt Mattheus in zijn vertelling hier al vooruit naar wat Jezus jaren later te wachten staat. Hij kwam in het zijne maar de zijnen erkenden Hem niet.
Inderdaad, dit kind in de kribbe is degene die moest komen. Het krijgt de naam “Jezus” [= “God redt”] want Hij zal zijn volk bevrijden. Met de wijzen uit het Oosten wachten wij niet louter passief op God, maar we verwachten Hem intens, we kijken reikhalzend uit, we gaan op zoek en verhaasten de komst van Zijn Rijk. Het wordt licht!
Pater Ludwig sj.