Het thema van de reeks: “De historische Jezus”van 2026-2027 kent een vervolg!
We ontdoen de bijbelverhalen van hun redactielagen en dringen door tot de historische kern van de figuur van Jezus.
Elke avond vormt een afgerond geheel. Telkens wordt één aspect van Jezus’ rijke persoonlijkheid belicht. Elk op zich vormen ze een stukje van de puzzel die doorheen de avonden wordt gelegd.
Mensen die zich graag verdiepen in de bijbelse verhalen, mensen die meewerken aan de liturgie, gebedsleiders en predikanten en alle andere geïnteresseerden zijn welkom. Inschrijven hoeft niet.
BIJBELS LEERHUIS: JEZUS DE CHRISTUS
1. DE JOOD JEZUS
Woensdag 14 oktober 2026 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Wanneer we in het credo zien hoe onmiddellijk van de geboorte van Jezus wordt overgesprongen naar zijn lijden en verrijzen, dan lijkt het wel of zijn aardse leven quantité négligeable is. Nochtans, hoe belangrijk de verrijzeniservaring ook geweest is voor het ontstaan van de christelijke gemeente, ze volstaat op zich niet om het ontstaan ervan te verklaren.
- De levensstijl van Jezus moet mensen gefascineerd hebben, zodat ze rondom hem een kern gaan vormen zijn van volgelingen, die uitgegroeid is tot de kerk.
- Zijn boodschap van het komende Rijk Gods moet inspirerend geweest zijn en mensen gemotiveerd hebben om in deze utopie mee te gaan.
- Zijn ethische boodschap, in het bijzonder zijn eigen omgang met de Torah, heeft hen een oriëntatie gegeven om hun leven, zowel individueel als gemeenschappelijk gestalte te geven.
- Zijn tafelgemeenschap waarbij niemand uitgesloten werd heeft hen ertoe aangezet om blijvend zijn gedachtenis te vieren in de eucharistie.
Daarom is het belangrijk om terug te blikken op de reeks van het vorige werkjaar, waar we uitvoerig ingegaan zijn op de zoektocht naar de Jezus van de geschiedenis. Het is omdat de leerlingen intens met Jezus hadden samengeleefd, dat ze hem herkenden in de paaservaring. Daarom willen we deze reeks dan ook beginnen met een samenvatting van zijn leven en boodschap van het Rijk Gods, vertrekkend van twee belangrijke teksten uit de bergrede: de zaligsprekingen en het Onze Vader.
|
We lezen:
De zaligsprekingen: Matteüs 5,3-12 // Lucas 6,20b-23.24-26
Het Onze Vader: Matteüs 6,7-13 // Lucas 11,2-4
|
2. DE CHRISTELIJKE GEMEENTE ALS OVERLEVERENDE GEMEENSCHAP
Woensdag 11 november 2026 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Jezus heeft geen geschriften nagelaten. Alles wat we over hem weten komt uit geschriften die na zijn aardse leven opgetekend zijn door christenen. Dat zijn mensen die dermate door hem gefascineerd waren dat ze zijn leven gaan duiden zijn op een wijze, zoals neergeschreven in de zogenaamde belijdenis van Petrus: “U bent de Messias, de Zoon van de levende God” (Matteüs 16,16). We weten dat het merendeel van de tijdgenoten van Jezus het daarmee niet eens waren, anders zou hij niet gekruisigde zijn.
De mensen die in hem geloofden kwamen samen ‘om Hem te gedenken’ en vormden zo het ‘Lichaam van Christus’ (1 Korintiërs 12,12-31). Paulus bedoelt hiermee niet dat de gemeenschap het lichaam van Christus telkens opnieuw tot stand moet brengen maar wel dat zij het op de plaats waar ze wonen en leven zichtbaar laten worden.
Daarom is het uiteraard belangrijk dat ze samen komen om eucharistie te vieren:
- Ze kijken terug op de joodse Schrift en zoeken om vanuit die teksten beter te verstaan hoe Jezus past in het verbond dat God in Abraham sloot met de wereld.
- Ze delen verhalen over Jezus om er hun leven naar te oriënteren en om hem beter te leren kennen..
- Ze breken samen het brood om hem op een levendige manier aanwezig te stellen in hun gemeenschap als voedzame bodem.
In die bonte waaier van gemeenschappen zijn er geletterde mensen die beginnen de verbindende verhalen op te tekenen. Zo groeit in de tweede helft van de eerste eeuw de geschreven Jezus-traditie.
|
We lezen:
De allegorie van het lichaam: 1 Korintiërs 12,12-31
Het instellingsverhaal van de eucharistie: 1 Korintiërs 11,23-26
|
3. HET MESSIASGEHEIM IN MARCUS
Woensdag 16 december 2026 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Voor de joodse mensen die enthousiaste volgelingen van Jezus zijn geworden is het moeilijk te verstaan dat de meerderheid van hun volksgenoten Jezus verworpen hebben. Wanneer het evangelie verkondigd wordt aan de niet-joden en ook zij toetreden tot de christelijke gemeente, is het raadsel voor hen nog groter. De christelijke missionarissen hebben een aantal verhalen dermate opgeklopt dat men stekeblind moet zijn om niet te zien dat Jezus de redder van de wereld is. Hoe kon het joodse volk in godsnaam zijn aan het kruis laten sterven?!
Met het zogenaamde ‘messiasgeheim’ wil Marcus daarop een antwoord geven voor de christenen van zijn gemeente.
- Wanneer Jezus duivels uitdrijft, en ze proberen in hun verweer zijn identiteit te onthullen, dan snoert Jezus hen de mond.
- Wanneer Petrus, Johannes en Jacobus getuige mogen zijn van zijn gedaanteverandering en van de opwekking van het dochtertje van Jaïrus dan wordt ook hen het zwijgen opgelegd.
- Wanneer de vrouwen op de paasmorgen getuigen zijn van het lege graf, vluchten ze weg en vertellen aan niemand wat ze gezien hebben.
Pas wanneer duidelijk wordt dat Jezus zal lijden en de kruisdood zal sterven kan hij openlijk
Uit wat we vorig werkjaar gezien hebben in verband met de historische Jezus werd duidelijk dat men zijn leven niet eenduidig kon interpreteren als was hij inderdaad de Messias. Marcus is dan ook karig met het gebruik van de term en gebruikt hem buiten het beginvers nooit als een affirmatie over Jezus.
|
We lezen:
Jezus drijft een demon uit: Marcus 1,21-28
De ondervraging door de hogepriester: Marcus 14,55-64
|
4. HET PASIEVERHAAL VAN MARCUS
Woensdag 13 januari 2027 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
De evangelisten brengen geen exacte beschrijving van de manier waarop het proces en de executie van Jezus verlopen zijn. Ze brengen een geloofsverhaal. Voor Marcus is dat, consequent in de lijn van het ‘messiasgeheim’ en geïnspireerd door Psalm 22 en de liederen van de dienaar van YHWH in Jesaja dat van de lijdende gerechte.
Van de filosoof René Girard kennen we het mechanisme van de zondenbok. Wanneer er een samenlevingsconflict is zoekt men een zondebok. Dat is doorgaans niet degene die aan de oorzaak van het conflict ligt, maar het wordt hem wel verweten. Intussen kunnen de ware schuldigen de handen in onschuld wassen. Het beeld wijst naar een joods gebruik op de grote verzoendag om alle zonden van het volk symbolisch op de rug van een bok te leggen en die dan de woestijn in te jagen, zodat hij door de wilde dieren verscheurd wordt. Meteen zijn ook de zonden van het volk verdwenen. We kennen dat mechanisme op de verschillende niveaus van onze samenleving.
We kunnen het ook betrekken op het passieverhaal van Marcus. De romeinse bezetting en de vervreemding van de leiders ten opzichte van het volk zorgen voor onrust. Die is vooral naar aanleiding van het paasfeest in Jeruzalem het meest voelbaar. Het Sanhedrin vindt in de figuur van Jezus de gedroomde zondenbok en sleurt alle andere personages mee het bad in.
|
We lezen:
Het passieverhaal in Marcus: Marcus 14,1-16,8
Je kiest een nevenpersonage (dus niet de hoofdpersonages Jezus en het sanhedrin) en kijkt hoe hij/zij door het sanhedrin gemanipuleerd wordt om hun plan met Jezus te laten slagen.
|
5. DE GEKRUISIGDE EN VERHEVEN HEER BIJ PAULUS
Woensdag 17 februari 2027 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Paulus is, hoewel hij uitermate intelligent is, geen theoreticus. Hij is een pastor die antwoord wil geven op de concrete vragen en problemen van de verschillende christelijke gemeenten die hij heeft gesticht. Omdat hij niet overal tegelijkertijd kan zijn gebruikt hij het enige communicatiemiddel dat in die tijd beschikbaar was, de brief.
In de eerste brief aan de christenen van Korinte stelt hij de zaak scherp: Wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de Joden een aanstoot, voor de hellenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid (1 Kor 1,23-24). Paulus wil een goede herder zijn, en bijgevolg de kudde bij elkaar houden. En daar situeert zich het probleem want de christelijke gemeente van Korinte is hopeloos verdeeld. Een van de redenen is de aanwezigheid van een groep die zich intellectueel boven de anderen verheven voelt. Zij hadden het blijkbaar moeilijk met de rauwe werkelijkheid dat degene die het centrum van hun geloof uitmaakte aan het kruis gestorven was. Paulus zet hen op hun plaats. “De theologie van het kruis is het kruis van de theologie,” aldus een boutade. Vanuit zijn Damascuservaring weet Paulus dat men pas echt christen kan zijn als men het kruis een plaats gegeven heeft in het leven.
Korte tijd later schrijft hij een brief aan de christenen van Filippi. Hijzelf zit op dat ogenblik gevangen in Efese en ondervindt daar veel steun vanuit Filippi. Hij is hen daar dankbaar voor en spoort hen aan om nog meer met Christus verbonden en in onderlinge eenheid te leven. Ter motivatie voegt hij een bestaande hymne toe (Fil 2,6-11). Hij wil dat ze leven ‘inde gezindheid van Jezus’, wat Paulus zelf ook heeft gedaan. De hymne is van christelijke origine en verraadt een grote beïnvloeding door de joodse Schrift. De vernedering van de kruisdood wordt door God gecounterd door hem te verheffen.
|
We lezen:
Paulus getuigenis over het kruis: 1 Korinthiërs 1,28-31
De hymne uit de Filippenzenbrief: Filippenzen 2,6-11
|
6. DE PAASVERHALEN
Woensdag 17 maart 2027 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Het Marcusevangelie eindigt met een leeg graf en vrouwen die zwijgen. Maar daarnaast hebben we verhalen van de ervaring van de verrezen Heer in de evangelies van Matteüs, Lucas, het secundaire slot van Marcus, Johannes, Handelingen en de persoonlijke getuigenissen van Paulus in de eerste brief aan de Korinthiërs en de Galatenbrief. Over alle verschillen heen komen ze overeen in hun bewering dat er reële ervaringen geweest zijn van de verrezen Heer.
Het meest directe, zij het uiterst compacte, getuigenis komt uit de brieven van Paulus. De auteur spreekt hier vanuit zijn persoonlijke ervaring. En dat getuigenis wordt ondersteund door de plastische beschrijving die we tot driemaal toe in Handelingen (9,1-19 ; 22,5-16 ; 26,12-18) terug vinden.
Lucas vertelt ons het verhaal van de leerlingen onderweg naar Emmaüs. Ze zijn ontmoedigd. Maar de verrezen Heer loopt met hen mee en luistert naar hun verhaal. Vervolgens opent hij voor hen de Schrift en breekt het brood. Ze herkennen Hem maar Hij verdwijnt. Lucas maakt ons gevoelig voor het mysterie van de aanwezigheid in de afwezigheid. De gemeenschap die samen de verhalen van Jezus deelt en het brood breekt wordt de ontmoetingsplaats van de aanwezig afwezige.
Johannes vertelt het verhaal van de moeizame zoektocht om tot het paasgeloof te komen aan de hand van de figuren van Maria Magdalena en Tomas. Hij besluit als raadgeving aan zijn gemeenschap: “zalig wie tot geloof komen zonder te zien”.
|
We lezen:
Paulus’ eigen getuigenis over zijn Damascuservaring: Galaten 1,15-16 en 1 Korinthiërs 15,3-8.
De paasverhalen van Lucas: Lucas, 24,1-53..
|
7. DE MENSWORDING VAN GODS ZOON
Woensdag 14 april 2027 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
Wanneer de christenen gaan belijden dat Jezus de Zoon van God is, wordt zijn geboorte problematisch. De Zoon van God kan toch niet geboren zijn als een doodgewoon mensenkind. In de aanhef van zijn brief aan de christenen van Rome doet Paulus een eerste poging om daarop te antwoorden: zoon van David naar het vlees, Zoon van God naar de heilige Geest. Deze gedachte zal later verder uitgewerkt worden tot de leer van de twee naturen.
Matteüs en Lucas behandelen deze kwestie in het kindsheidevangelie, waarmee ze hun evangelie laten beginnen. Zij getuigen van een idee zich ontwikkeld heeft om een verklaring te geven voor de goddelijke herkomst van Jezus: nl. de maagdelijke geboorte. Ze grijpen daarvoor terug naar een profetie van Jesaja, die ze binnen brengen in een nieuwe context. Vooral voor Lucas is dat een belangrijk gegeven omdat men in zijn gemeente de Griekse mythen kende over Zeus en andere goden, die kinderen verwekken bij jonge vrouwen. Daarom is het voor hem belangrijk dat Maria maagd blijft.
Maar als Zoon van God kan Jezus’ leven toch niet begonnen zijn bij zijn geboorte op aarde. De evangelist Johannes spreekt daarom over de incarnatie (het woord is vlees geworden). Gods eeuwige openbaringswoord is in de persoon van Jezus de geschiedenis binnen gekomen en heeft ons bestaan gedeeld. Hij doet dat omdat Hij door de Vader zelf gezonden is. Daardoor was Hij als enige in staat om ons God te leren kennen.
|
We lezen:
Paulus’ eerste antwoord: Romeinen 1,1-6.
De proloog van het Johannesevangelie: Johannes 1,1-18.
|
8. VAN DE SCHRIFT NAAR HET CONCILIE VAN NICEA
Woensdag 19 mei 2027 om 19u30 in het parochiesecretariaat van Lochristi
We hebben ons tot hiertoe beperkt tot het getuigenis van de nieuwtestamentische geschriften. Maar de christologie is daarmee niet gestopt. In het vroege christendom is nog geen centraal gezag dat dicteert wat men moet geloven. In iedere gemeente tracht men met vallen en opstaan een beeld te vormen van Jezus de Christus. die verschillende voorstellingen gaan in dialoog of discussie met elkaar.
Er zijn twee fundamentele vragen waar men een antwoord op wil:
- Hoe verzoenen we dat Jezus en mens en God is? Dat is de vraag van de christologie.
- Hoe omschrijven we de relatie tussen Jezus en God (en de heilige Geest? Dat is de vraag van de triniteit.
De hele kerkgeschiedenis door deinde de christologie tussen stromingen die de nadruk legden op de menselijkheid van Jezus ten koste van zijn God zijn en de tegenpool die de nadruk legde op het God-zijn en de menselijkheid van Jezus onder de mat veegde.
Het docetisme legde de nadruk op de goddelijkheid van Christus. Zijn lichaam was in feite maar een verpakking en op het kruis heeft hij ongemerkt dat lichaam verlaten want de Christus kon onmogelijk sterven. Deze opvatting is zo oud dat er reeds in de brieven van Johannes tegen gereageerd wordt.
De tegenpool wordt gevormd door het adoptianisme. Jezus was een mens als wij, maar in zijn doopsel in de Jordaan heeft God hem geadopteerd als zijn zoon. Op dat ogenblik daalde de heilige Geest (of de goddelijke logos) in hem. Bij zijn dood verliet de Geest hem om met Pinksteren terug te keren over de apostelen.
Met het edict van Milaan (313) kregen de christenen van keizer Constantijn de vrijheid om hun geloof openlijk te belijden. Meteen werden ook de theologische spanningen zichtbaar tussen de verschillende stromingen binnen het christendom. Om deze spanning op te heffen werden bisschoppen van over het hele romeinse rijk in 325 bijeengeroepen te Nicea in een oecumenisch concilie om de kwestie definitief te regelen. Daar wordt ook het credo geformuleerd.
|
We lezen:
Over de goddelijke en de menselijke natuur van Jezus Christus: Ireneüs van Lyon, contra haereses boek 3 hfst 18
Het officiële credo van de kerk: het credo van Nicea-Constantinopel.
|