Tot 22 februari liep er in het KMSKA (Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen) een tentoonstelling over onze Belgische schilder Magritte. In 1937 gaf René Magritte er een lezing onder de titel La ligne de vie. Hij sprak over zijn visie op de werkelijkheid, de geschiedenis van het surrealisme in België en de ontwikkeling van zijn kunst. Deze expo bracht zijn woorden tot leven met werken die hij destijds zelf uitlichtte en belicht Magritte’s connectie met Antwerpse surrealisten. Ik had nog nooit zijn werken op een tentoonstelling kunnen bewonderen en dit was een uitgelezen kans om in zijn wereld te duiken. Een hele ontdekkingstocht die je soms op het verkeerde been en doet stilstaan bij de dingen en hun werkelijkheid. Zo bleef ik achteraf nog langer nadenken over dit werk: De vrijheid, een werk met kleurpotlood uit 1946. Je ziet twee handen die mekaar vasthouden, niet krampachtig of zeer krachtig. Ze zijn verbonden door een touw vastgebonden aan hun polsen. De titel van het werk doet de wenkbrauwen fronsen: hoe kan je vrij zijn als je gebonden bent door een touw? Slaat het woord vrijheid op de pas herwonnen vrijheid, een jaar na de oorlog? Of eerder het vrij worden als je je durft te verbinden met iemand en een kracht, een sterkte ontdekt in die band met iemand? In deze veertigdagentijd denk ik aan onze God die ons zijn vrijheid aanreikt als we ons durven te binden aan Hem. Voor velen lijkt dat een beknellende band, voor christenen een bevrijdende. Deze tijd nodigt je uit om er eens stil bij te blijven staan: wat bindt jou en wat maakt je vrij?