De afgelopen week ging ik verschillende malen per fiets naar de stad of het Pastoraal Centrum in Brussel. Een groot deel van het traject loop langs het kanaal. Dat heeft zo zijn voordelen: geen autoverkeer en dus gezondere lucht en er valt vaak iets te beleven. Een schipper onderweg met zijn lading, een aalschover die zich laat drogen op een boei, een boot die versast wordt. Nu zag ik iets compleet nieuw: duikers in het water. Sommigen net te water gegaan, anderen die aan de kant kwamen. Het bleek gelukkig niet om een reddingsactie te gaan maar om een opleidingsoefening van de brandweer. Telkens was er een man die vanop de oever een levenslijn hield en ook met de man onder water kon communiceren. Ik kon een kort praatje slaan met één van de begeleider die me bedoeling van het gebeuren schetste. Ik vond het best indrukwekkend om met deze temperatuur zulke oefeningen te zien houden. Bovendien zie je hier letterlijk geen hand voor je ogen en kan er ook een boot langsvaren. De levenslijn is dus meer dan nodig. Knap hoe deze mensen in alle bescheidenheid oefenen om als het ooit erop aan komt, drenkelingen te redden, ook in dit vervuilde kanaalwater. De gedachte aan Jezus kwam bij me op toen Hij vanop de oever van het meer zijn leerlingen riep en hen tot vissers van mensen maakte. Mensen op het droge brengen opdat ze leven en niet ten onder gaan, dat werd hun zending. Een zending die nooit af is. Ook vandaag dreigen velen kopje onder te gaan in het donkere water van zorgen, ziekte en armoede. Zijn we klaar om ze te redden?