Ik heb bewust deze titel gebruikt voor mijn artikel. Om het u, lieve lezer, niet te gemakkelijk te maken. Want terecht kan u zich nu afvragen: ‘Waarover gaat dit nu toch?’ Wel, over Lichtmis of Maria Lichtmis, waarvan de officiële naam in de liturgie ‘Opdracht van de Heer in de tempel’ is. Het is dus eigenlijk geen Mariale feestdag, maar Maria heeft er wel een bijzondere plaats.
Maria en Jozef brengen hun eerstgeborene naar de Tempel in Jeruzalem om er eigenlijk twee Oudtestamentische geboden te gaan volbrengen en dit op de 40ste dag na de geboorte van hun zoon - jaja, 2 februari is 40 dagen na Kerstmis, 25 december. Twee geboden: als allereerste het reinigingsoffer waarvan sprake in Leviticus, hoofdstuk 12: na de geboorte van een zoon is de moeder 40 dagen ‘onrein’ en mag ze niets aanraken dat heilig is en de tempel niet binnengaan. Na 40 dagen moet de moeder naar de priester gaan aan de ingang van de tempel en daar een éénjarige ram als brandoffer en een tortelduif als reinigingsoffer aanbieden. Arme mensen die zich geen ram kunnen veroorloven, mogen 2 tortelduiven aanbieden. Het tweede gebod is het vrijkopen van de eerstgeborene. In Exodus en Numeri lezen we dat ter herdenking van de uittocht uit Egypte, nadat alle eerstgeborenen in Egypte, zowel mens als dier, stierven, behalve bij de Joden die met het bloed van het Paaslam hun deur hadden gemerkt, het Paschafeest blijvend dient gevierd te worden én dat alle mannelijke eerstgeborene uit het huis Israël, zowel mens als dier, aan God toebehoren. Alle eerstgeboren mannelijke dieren moeten aan de Heer gegeven worden, maar het veulen van de ezel en de eerstgeborene zoon moeten vrijgekocht worden en wel voor de vaste prijs van 5 sjekel zilver. Je kan dus wel zeggen dat een eerstgeborene zoon krijgen een kostelijke zaak was. Bij Lucas, de enige Evangelist die dit verhaal brengt, lezen we dat Jozef en Maria enkel 2 tortelduiven als offer meegebracht hadden. Als arm gezin kwamen ze er dus redelijk goedkoop van af.
Wat de tempelgang bij Jezus zo bijzonder maakt, is dat hij opgewacht wordt door twee oude mensen: de vrome en rechtvaardige Simeon en de profetes Hanna - dus door een man en een vrouw. En van Simeon horen we de derde lofzang in het Lucasevangelie: na het Magnificat van Maria (dat de Kerk elke avond tijdens het Vespergebed bidt) en de lofzang van Zacharias, de vader van Johannes de Doper (dat de Kerk elke morgen tijdens het Laudengebed bidt). Simeon heeft de vervulling gekregen van de belofte dat hij voor zijn dood nog de Heiland zou mogen aanschouwen, de Heiland waarvan hij zegt dat het een licht is dat geopenbaard wordt aan de heidenen. Een lofzang waarmee de Kerk elke dag afsluit (dagsluiting of completen). Het mooie aan deze lofzang is dat het de eerste is waar Jezus ook als Heiland voor de heidenen, dus voor ons, wordt beleden. Maar Simeon heeft niet alleen goed nieuws. Hij zegt nogal cru tegen Maria, nadat hij Jezus gezegend heeft, dat diezelfde Jezus haar ‘als door een zwaard zal doorsteken’. Als u de volgende keer een Mariabeeld ziet waar haar hart door 7 zwaarden wordt doorstoken, dan weet u nu op welk bijbelcitaat deze iconografie berust. Ik kan me enkel voorstellen dat dit gebeuren Jozef en Maria nogal moet overvallen. Ze komen hun plichten vervullen in de tempel en dan is daar een oude man die ze nog nooit gezien hebben die zomaar hun kindje in zijn armen neemt, er grote woorden over uitspreekt en dan nog aankondigt dat datzelfde kindje nog velen ten val zal brengen. En alsof dat nog niet genoeg is, komt er dan nog een 84-jarige weduwe die dag en nacht in de tempel verbleef, de profetes Hanna, God loven. Maar daarenboven begint ze tegen iedereen die de bevrijding van Jeruzalem verwachtte, en zo waren er nogal wat mensen in Jeruzalem die uitkeken naar de verlossing van het juk van de Romeinen, over het kindje te praten. Lucas vermeldt nergens dat Maria en Jozef daar allemaal serieus van verschoten; hij zegt enkel dat ze terugkeerden naar huis, naar Nazareth.
Enfin, ik hoop voor Jozef en Maria dat ze, terug thuis, een paar goede pannenkoeken hebben gebakken en die met veel smaak en een portie kandijsuiker hebben kunnen opeten. En misschien hebben ze in de tempel nog een paar kaarsen gekocht om die thuis op te branden. Alleszins hoop ik dat de pannenkoeken u mogen smaken. En mocht ge keelpijn hebben, laat mij dan iets weten: ik zal dan met veel plezier uw kaarsen wijden met Lichtmis en u op 3 februari de Blasiuszegen geven. De 2 gewijde kaarsen worden in de vorm van een Andreaskruis tegen de hals van de gelovige gehouden en daarbij wordt gebeden: "Op voorspraak van de heilige Blasius, bisschop en martelaar, bevrijde God u van keelziekten en alle andere kwaad. In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen."
Zalig feest van de Opdracht van de Heer in de tempel!
Diaken Dirk