Kerkske van Stene
Kerkske van Stene,
als u is er gene,
zo lief en zo fijn,
zo helder en rein:
Sint-Anna ter ere,
gebouwd voor ons Here,
zo wezenlijk echt,
de polder verknecht.
Met brandglazen als ruiten,
geschilderd van buiten,
zo zalig van binnen,
om harten te winnen.
Een bidplaats voor zielen,
die nog kunnen knielen,
en bidden en smeken,
in plaats van te preken.
Kerkske van Stene,
ik ken u allene,
in eenvoud zo rijk,
de herder gelijk.
Bescheiden van toren,
kunt gij ons bekoren,
lijk landsman en boer,
zo robuust en stoer,
zo rustig, zo heerlijk,
zo simpel en eerlijk,
een oase aan de kust,
een toonbeeld van rust,
geen praal voor de praal,
geen arsenaal.
Het kerkske van Stene,
zo is er maar ene.
Jij bent niet de parel,
jij bent de kroon!
Roger Fockedey
Pinksteren 1975
Riddergraf kerk Stene
St-Annakerk
Het huidig uitzicht van de Sint-Annakerk in Stene is grotendeels van 1625, zoals geafficheerd op de westgevel van de noordelijke zijbeuk. Volgens enkele literatuurbronnen is de kerk oorspronkelijk gesticht door Robrecht de Fries in circa 1071. Deze houten voorloper uit de 11e eeuw werd later vergroot en verbouwd in steen, eerst in lokale natuursteen en nadien in baksteen. Absolute zekerheid is er echter niet. De noordbeuk in Romaanse stijl is de oudste en zou dateren uit het midden van de 13e eeuw. De middenbeuk is opgetrokken in een stijl die de overgang vormt van de Romaanse naar de Gotische stijl en daarom eerder in het midden van de 14e eeuw te plaatsen na de grote overstroming van 1334. De zuidbeuk werd aangebouwd tijdens het beleg van Oostende (1601-1604). In 1625, na verwoestingen tijdens het beleg, werd de kerk heropgebouwd tot een driebeukige hallenkerk met twee absissen (= halfronde aanbouw aan een grotere ruimte). Op 9 augustus 1626 werd de kerk van Stene ingewijd door de "deken der christenheyt van Ghistelle". Vanaf de 17de eeuw volgden meerdere restauraties.
Archeologische vondsten
Tijdens restauratiewerken van de Sint-Annakerk werd in 2019, na bodemonderzoek en goedkeuring van Onroerend Erfgoed, gestart met de noodzakelijke vernieuwing van de verwarmingsinstallatie. Hiervoor moesten vier putten en tussenliggende leidingen uitgegraven worden. Bij uitvoering van de werken vielen de putten en sleuven op bepaalde plaatsen breder en dieper uit dan voorzien. Verrassing alom als tijdens de graafwerken in iedere put en sleuf archeologische vondsten werden gedaan. In één van de putten aan de noordkant van het kerkje werden twee grafstenen blootgelegd. De zwaar beschadigde gravures stellen een ridder en een vrouw met kinderen voor. Gezien de grafzerk van de ridder een uniek historische en kunsthistorische waarde heeft, werd beslist de grafsteen van de ridder te restaureren.
Grafstenen uit de 14e eeuw
Beide stenen werden geïdentificeerd als Doornikse kalksteen uit de 14e eeuw. De eerste grafzerk, gevonden tegen de noordelijke kant van de kerk, is ongeveer 300 cm lang en 140 cm breed. Op de grafsteen is een ridderfiguur afgebeeld. De steen en de gravure zijn deels verweerd. Er zijn sporen van beloping uit het verleden. De experten dateren de grafsteen rond 1320. De tweede gevonden grafzerk lag naast de eerste. Deze grafsteen is ongeveer 220 cm lang en 110 cm breed. Op de grafsteen zijn een vrouw en twee kinderen afgebeeld. Deze steen en gravure zijn sterk verweerd. Experten hebben ze iets vroeger dan 1320 gedateerd. De zerken zullen ongetwijfeld aanvankelijk in het koor gelegen hebben en zullen bij latere bouwwerkzaamheden of restauraties verhuisd zijn naar de zijbeuk waar ze om kostenbesparing dienst deden als vloerbedekking samen met andere zerken. Op een veel later tijdstip zal men een vloer (de huidige vloer) over de oude vloer gelegd hebben.
De ridder op de eerste grafzerk staat recht met de handen in gebedshouding gevouwen. Hij draagt een maliënkolder met hierover een lange "sorcoot" (= wijd overkleed) met een riem om zijn lenden. Deels over de borst draagt hij een schild dat zijn wapen vertoont en heraldisch kan beschreven worden als "schild met een keper vergezeld van drie burchten of torens", ongetwijfeld het wapen van zijn familie. Zijn zwaard steekt van onder zijn schild uit. Zijn hoofd en handen waren eertijds belegd met wit marmer. Hij staat onder een portaal en rust met zijn voeten op een hond. Het portaal vertoont boven zijn hoofd een baldakijn versierd met torens en pinakels (= slanke torenvormige versiering op steunberen en luchtbogen). Het grafschrift er rond is slechts voor een klein gedeelte leesbaar. Op een smalle tekstband leest men in uncialen (= Romeins schrift in hoofdletters). "HIER LEGHET…"
De zwaar beschadigde gravure van de tweede grafzerk is een voorstelling van een vrouw, rechtstaand met de handen gevouwen in gebedshouding. Zij draagt een lange "sorcoot" en een sluier. Haar gezicht en haar handen waren eertijds ook belegd met wit marmer. Aan haar linkerzijde zijn twee nissen met bovenaan de resten van de afbeelding van een jongetje en eronder een meisje. Hun hoofden en handen waren eveneens belegd met wit marmer. De figuren staan onder een eenvoudig portaal. Ook de vrouw rust met haar voeten op een hond zoals het in die tijd hoorde. Het grafschrift is slechts voor een klein gedeelte leesbaar. In uncialen op een smalle tekstband volgt "HIER LEGHET …/… /… /… BID VOOR DE ZIELE". Men mag veronderstellen dat de vrouw met haar kinderen de echtgenote was van de ridder. Haar zerk vertoont dezelfde smalle tekstband met gelijke uncialen.
Volgens expert Roland Van Belle is de grafzerk van de ridder een uniek historisch en kunsthistorisch stuk. De zerk kan grotendeels vergeleken worden met de grafzerk van Boudewijn van Heile die in 1963 opgegraven werd in Zeeland en die mysterieus verdwenen is tijdens of na de grote overstroming in Nederland. De Steense en Zeelandse grafzerken vertoonden identieke technische en stijlkenmerken waardoor men mag besluiten dat de zerken waarschijnlijk uit eenzelfde productieplaats van Doornik afkomstig waren.
Theorieën betreffende de identiteit van de ridder
In het onderzoek naar de identiteit van de ridder duiken verscheidene theorieën op en ze maken het speurwerk meer dan boeiend. Gezien het gebrek aan geschiedkundige bronnen over deze periode in Stene is het afgebeelde wapenschild over de borst van de ridder de enige indicatie voor de identiteit van de ridder.
Zowel de families 'Metten eye' en de familie 'Van den Steen(en)' hebben identieke wapenschilden en komen dus in aanmerking. Een andere theorie is dat de grafstenen oorspronkelijk in de Sint-Catheleynekerk (ongeveer waar nu het St.-Catharinaplein is) lagen. De stenen en grafzerken van de vervallen Sint-Catheleynekerk werden immers na het beleg van Oostende gebruikt voor de herstelling en opbouw van andere kerken in de Oostendse regio. De stelling dat de grafzerk toebehoorde aan een ridder die samen met zijn gezin omkwam door ziekte of overstroming en zo zijn stamboom zag eindigen, is tot nu toe even verdedigbaar.
De restauratie
De restauratie van de grafzerk van de ridder hield niet alleen een behandeling van de Doornikse kalksteen in. De verdiepingen in de steen die de motieven weergeven, werden opgevuld met een kalkspecie om de teksten en tekeningen zoveel mogelijk te verduidelijken. Er werd uiteindelijk ook belichting en een glasplaat boven de grafzerk geplaatst. De oplevering van de werken gebeurde op 5 mei 2021 en nu is de grafzerk zichtbaar voor iedere kerkbezoeker.
Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene
1e fase restauratie interieur St.-Annakerk: Brandglasramen
Plannen
Na een heel lange weg kan er begin 2022 eindelijk gestart worden met de restauratie van het interieur van de St.-Annakerk in Stene. De kerkraad heeft gekozen om dit dossier op te splitsen in verschillende fasen om lange wachttijden ter goedkeuring van het globaal dossier te vermijden. Aangezien het gebouw geklasseerd is, kunnen de werken maar uitgevoerd worden na toestemming van het Agentschap Onroerend Erfgoed.
De werken in deze eerste fase vangen aan op 10 januari 2022. Het betreft het restaureren van beide brandglasramen in het koor die dateren van 1904 en de zes brandglazen in de zijbeuken die dateren van 1932. Na aanbesteding werd beslist om de opdracht te laten uitvoeren door de firma Renotec NV uit Geel.
Alle glaspanelen, deklatten en raambruggen worden weggenomen en de raamopeningen worden voorlopig zorgvuldig afgedicht. De deklatten en raambruggen worden gecontroleerd en indien nodig vervangen. De glaspanelen worden met de grootste zorg gemanipuleerd, verpakt en getransporteerd naar het atelier waar deze door een restaurateur glas-in-lood zullen onderzocht en behandeld worden. Met uiterste zorg zal het glas gereinigd worden, breukvlakken worden behandeld, ontbrekende of ernstig beschadigde niet-gebrandschilderde glasstukken worden vervangen en gebrandschilderde delen worden indien nodig gefixeerd of geretoucheerd.
Gezien het oorspronkelijk lood één van de historische elementen is, zal het maximaal behoud ervan worden nagestreefd en alleen selectief, waar nodig, herlood worden. Het is ook de bedoeling om alle ramen van de kerk te voorzien van voorzetramen ter bescherming alsook om de thermische isolatie te verbeteren. De voorzetramen zullen voorzien zijn van binnenventilatie en condensgoten om de brandglazen te beschermen. De 5 driehoekige oculi en het roosvenster op het doksaal worden, na herstel van de gebroken ruitjes, voorzien van achterzetramen. Tenslotte wordt het raam van de sacristie ook van dubbel glas voorzien.
Uitvoering werken
Het plaatsen van de voorzetramen in de zijbeuken is nogal gecompliceerd. Veel raambruggen moeten vervangen worden omdat deze niet verankerd waren in de muur maar slechts bevestigd waren in het pleisterwerk. Ook de aanpassing van het glas is niet eenvoudig aangezien de ramen aan de buitenkant spitsbogen hebben en de binnenkant is een rondboog.
Alle brandglaspanelen zijn ondertussen voor restauratie in het atelier van Renotec in Geel. De toestand van elk paneel wordt op een lichtbak zorgvuldig onderzocht op mogelijke glasbreuken, beschadiging of afschilfering van de beschildering, onzuiverheden, toestand van het lood,... Alles wordt zorgvuldig in kaart gebracht en voor elk paneel wordt beslist op welke manier elk stukje glas in lood gerestaureerd moet worden.
De algemene toestand van het brandglas en het lood wordt als goed gekwalificeerd. Eens de volledige inventaris beschikbaar is, wordt elk paneel zorgvuldig ontstoft en voorzichtig gereinigd met wattenstokje en zacht sponsje gedrenkt in een oplossing van water en alcohol. Hierdoor wordt de algemene stoflaag op de brandschildering volledig weggenomen zonder het glasoppervlak of de verf te beschadigen. De onder- en bovenkant van elk paneel is ook sterk verontreinigd met oude silicone die gediend heeft als afdichting in de raambruggen. Deze worden met een scalpelmesje verwijderd.
De stukjes glas die een breuk vertonen, worden uit het lood genomen, weer samen gepuzzeld en onzichtbaar verlijmd zodat het herstelde stukje glas met onzichtbare breuk weer op zijn plaats in het lood kan gemonteerd worden. Waar kleur in de brandglasverf ontbreekt, wordt geretoucheerd met pigment of grisaille (transparante verf).
Ook het lood wordt, indien beschadigd, hersteld maar dit is over het algemeen in goede staat zodat hier weinig aan gewerkt moet worden. Tenslotte wordt elk paneel ook weer uitgevlakt, aangezien op sommige plaatsen sterke verbuigingen aanwezig zijn. Elk paneel wordt aan de zijkant verstevigd met een messing profiel. Eens de volledige restauratie afgewerkt is, wordt opnieuw een inventaris opgemaakt om een beschrijving van de toestand "voor" en "na" ter beschikking te hebben. De oplevering van de werken aan de brandglasramen in de kerk van Stene gebeurde op 27 april 2022.
Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene
2e fase restauratie interieur St.-Annakerk: Noordbeuk
Voor de tweede fase in het project van de volledige restauratie van het interieur van de Sint-Annakerk in Stene worden de volledige noordbeuk, het portaal en de doopkapel aangepakt. Dit dossier werd eind 2021 ter goedkeuring voorgelegd bij het "Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaanderen". Aangezien het kerkgebouw beschermd werd bij Besluit Vlaamse Executieve van 9 maart 1983, moeten alle werken goedkeuring krijgen van dit agentschap. Na goedkeuring van de toekenning van een erfgoedpremie en na openbare aanbesteding werd beslist om de werken te laten uitvoeren door de firma Renotec nv uit Geel, dezelfde firma die ook de restauratie van de brandglasramen uitgevoerd heeft.
Voor de veiligheid werd de hele noordbeuk volledig afgesloten met een folie om de rest van de kerk ook tegen stof te beschermen. Tijdens de werken bleef de kerk altijd toegankelijk met uitzondering van 2 weken wanneer het portaal onder handen genomen werd. Om veiligheidsredenen werd de kerk dan afgesloten voor alle publiek.
De belangrijkste werken die uitgevoerd werden:
- Vernieuwen van de kroonlijsten met plastisch herstel van de ornamenten en herstel van barsten en scheuren.
- Plaatselijk herstel van de natuurstenen vloeren.
- Restauratie O.L.V.-altaar samen met de nis met de staakpop van Onze-Lieve-Vrouw met kindje Jezus. Volgens de fototheek van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatronium dateert het Onze-Lieve-Vrouwaltaar van de eerste helft van de 19de eeuw. Het altaar krijgt een volledig nieuwe kleurzetting gebaseerd op teruggevonden oudere verflagen.
- Schrijnwerk: herstel of vervanging van de lambrisering, biechtstoel, trap naar het doksaal en de deur van de stookplaats.
- In het portaal wordt de niet-dienstdoende dubbele deur gesupprimeerd, de portaaldeur (binnen en buiten) hersteld en herschilderd.
- Van het doksaal wordt de balustrade, daterend van 1846, gereinigd samen met de
zuilen en sokkels die een plastische herstelling en reconstructie gebaseerd op onderliggende afwerkingslagen zullen krijgen.
- Reiniging en plastisch herstel van de doopvont en smeedijzeren hekwerk.
- Restauratie schilderijen en beelden.
- Alle elektrische leidingen worden gesaneerd en waar mogelijk ingewerkt.
- Alle muren, plafonds en decoratie worden herschilderd.
De werken werden aangevat op 11 januari 2023, maar al snel bleek bij afname van de oude kroonlijsten, dat de achterliggende structuur van dak en gewelf in veel slechtere staat waren dan vermoed. Tijdens een eerdere restauratiefase van de dakwerken, werd de dakstructuur enigszins verstevigd en beschermd tegen toekomstige waterschade, maar op termijn was dit toch niet voldoende om te voorkomen dat houtworm hier en daar verder woekerde. Komt daarbij dat tijdens de restauratie van 1846, waarbij neo-Lodewijk XVI-stucwerk werd aangebracht, de gotische moerbalken van de dakstructuur werden afgezaagd en slechts gedeeltelijk vervangen werden door veel fijnere en een kleiner aantal metalen trekankers. Daarom werd getwijfeld of de stabiliteit van deze verzwakte constructie nog veel langer gegarandeerd kon worden. Een restauratie van het interieur uitvoeren zonder de achterliggende constructie te verstevigen en stabiliseren, was niet te verantwoorden. Er werd daarom een grondige studie uitgevoerd door een gespecialiseerde firma van houtbehandeling en een ingenieursbureau gespecialiseerd in stabiliteit.
Om de extra kosten binnen het geraamde budget te houden, werd voorgesteld een aantal minder dringende interieurwerken uit te stellen naar een volgende fase en nu eerst voorrang te geven aan de dringend uit te voeren constructieve ingrepen, zodat de stabiliteit en de toekomst van het gebouw gegarandeerd kan worden. De uitgestelde werken betreffen de werken in de doopkapel, de nis met Mariabeeld tussen noordbeuk en middenbeuk, de werken aan zuilen en fries onder het doksaal en de lambrisering en biechtstoel in de noordbeuk. Voor deze laatste zijn geen stellingen nodig en kunnen later uitgevoerd worden.
De restauratie van de noordbeuk is niet zonder hindernissen verlopen. De volgende werken werden uitgevoerd. De kroonlijsten, die jaren geleden reeds verwijderd werden wegens valgevaar, werden volledig volgens het oorspronkelijk profiel nagemaakt en opnieuw aangebracht. Alle barsten, scheuren en beschadigingen in het pleisterwerk werden hersteld en gefixeerd en ook beschadigde tegels in de vloer werden vervangen. Voor de muren en plafonds werd een warme kleur gekozen waarbij alle ornamenten door de witte kleur geaccentueerd worden.
Het Maria-altaar is een houten geschilderd en verguld portiekaltaar en is omgetoverd van een monochroom meubel naar een kleurrijk schouwspel waar alle details ten volle tot uiting komen. De structuurverf werd geduldig, met behulp van een scalpel, volledig verwijderd. De kleuren en marmereffecten werden niet zomaar gekozen, maar zijn gereconstrueerd na een uitgebreid kleuronderzoek, dat uitgevoerd werd om zoveel mogelijk te weten te komen over de oorspronkelijke en latere afwerkingslagen. Het aantal lagen dat teruggevonden werd, verschilt soms sterk van plaats tot plaats, variërend van 1 tot 6 verflagen. De delen waar bronzine of vergulding teruggevonden werd, zijn herverguld met bladgoud. De vergulde delen vormen samen met de wat donkerdere delen van het altaar een evenwichtig beeld.
In de nis bovenaan het altaar bevindt zich een houten beeld van Sint-Anna-ten-Drieën dat ook volledig gerestaureerd werd, aangezien het in zeer slechte staat was. Het is ongeveer 75 cm hoog en lag 12 jaar in een kast te wachten op restauratie. Het centrale schilderij op het altaar toont de opvoeding van Maria en dateert uit de tweede helft van de 18de eeuw. Het werd volledig gereinigd waardoor de kleuren weer volop schitteren. De kleuren in het schilderij zijn ook de kleuren die deel uitmaken van het altaar. Het rood van de mantel bijvoorbeeld, is ook terug te vinden in de rode gemarbreerde achtergrond van het Lam Gods onder de altaartafel. De stralen uit de wolken in het schilderij worden eveneens herhaald onderaan het altaar rond het Lam Gods.
Naast de restauratie van deze noordbeuk werden ook de dubbele portaalpoort en het portaal zelf met toegang tot het doksaal volledig hersteld en herschilderd. Vooral de ingangspoort was onderaan in zeer slechte staat en dringend aan herstel toe.
Eind november 2023 waren de werken klaar. We willen hierbij nog eens onze sterke dank betuigen voor de goede samenwerking met de architecten, Renotec en onderaannemers alsook het Agentschap Onroerend Erfgoed. Deze samenwerking heeft uiteindelijk geleid tot een prachtig eindresultaat.
Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene
Broederschap Sint-Elooi Stene
De "Broederschap Sint-Elooi" was in het laatste decennium van vorige eeuw een vereniging of confrérie ter ere van Sint-Elooi (+ 660) met zetel te Stene. Als patroonheilige van o.a. metaalbewerkers, elektriciens, (goud-)smeden, garagisten en ook landbouwers wordt zijn feestdag op 1 december gevierd. Hij staat dikwijls afgebeeld met een hamer.
De heilige, geboren in Limoges (F), kreeg zijn opleiding als smid, werd priester en adviseur van Dagobert I, Koning der Franken, en benoemd tot bisschop van het jonge dubbelbisdom Noyon - Doornik. Hij speelde een rol in de kerstening van Vlaanderen. Tot de oprichting van het bisdom Brugge in de 16e eeuw, maakte de parochie Stene overigens deel uit van het bisdom Doornik en de dekenij Oudenburg.
Zijn feestdag gaat niet ongemerkt voorbij. Zo ontstonden binnen de schoot van de metaalvakbond van het ACV broederschappen om hun patroonheilige te vieren en meteen verdienstelijke leden en personaliteiten te huldigen. Michel Lootens uit Gistel, provinciaal secretaris van ACV Metea, nam het initiatief in de jaren negentig vorige eeuw om dergelijke broederschap op te richten in de regio en hiervoor werd Stene gekozen als pleisterplaats. In de Sint-Annakerk was immers een brandraam van Sint-Elooi en op het marktplein een eeuwenoude herberg, Het Vossenhol, waar de receptie kon doorgaan. In het begin van 1900 was de herberg gemeentehuis en droeg later de naam "De Peerdenpostery" als voeder- en paardenhandel. Pastoor Lieven Ghistelinck fungeerde als proost en landbouwer en gemeenteraadslid Oscar Vermote werd naast genoemde Michel Lootens deken en hoofdman.
De eerste zondag na het feest van Sint-Elooi werd in het Sint-Annakerkje een mis opgedragen waarna een huldiging plaatsgreep in de "ridderzaal" van Het Vossenhol. Er werd aan de gevierden een keramieken tegeltje overhandigd. Onder de laureaten viel eens de hele ploeg stakers op van een wegens wanbeheer in failliet gegane Oostendse scheepswerf.
Na het overlijden van Oscar Vermote en de benoeming van Pastoor Ghistelinck in Koksijde in 2002 behoorde de broederschap tot de annalen van de Steense geschiedenis. Het keramieken tegeltje is nog altijd een gegeerd object op rommelmarkten. In onze contreien circuleren nog steeds voornamen die doen denken aan Sint-Elooi zoals Alois, Eligius, Eloi, Looi, Wies, Eloïne… Er zijn veel kerken toegewijd aan deze universele heilige, de dichtstbijzijnde is die van Ettelgem.
Lionel Dewulf