Zandvoordse weetjes | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken
Pastorale Eenheid Kana Oostende

Pastorale Eenheid Kana Oostende

  • Startpagina
  • Contacten
  • Zoeken
  • Meer
    • Zoeken
    • Kerkdiensten agenda Contactinformatie Doopsel Eerste communie Vormsel Kerkelijk huwelijk Naar de overkant Sint-Vincentiusvereniging Kana Sint-Catharinakerk Konterdam Sint-Annakerk Stene Onze-Lieve-Vrouwkerk Zandvoorde Zandvoordse weetjes GDPR - pastorale eenheid Kana
Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail
dorp
Kerkdiensten agenda Contactinformatie Doopsel Eerste communie Vormsel Kerkelijk huwelijk Naar de overkant Sint-Vincentiusvereniging Kana Sint-Catharinakerk Konterdam Sint-Annakerk Stene Onze-Lieve-Vrouwkerk Zandvoorde Zandvoordse weetjes GDPR - pastorale eenheid Kana

Zandvoordse weetjes

Laatste aanpassing op woensdag 8 april 2026 - 17:12
Afdrukken

Erik Naert schreef een tijd geleden vele “Zandvoordse weetjes” voor ons parochieblad. Het waren telkens heel interessante korte artikels over hoe het vroeger was op de parochie in Zandvoorde. Om die schat aan informatie te bewaren, hebben we alle artikeltjes hieronder gebundeld.

 

Zandvoordse weetjes

Schaapherders zoeken een bidplaats

Het is misschien leuk om eens te grasduinen in de geschiedenis van de parochie, en bij uitbreiding de geschiedenis van en het leven in Zandvoorde, vroeger en nu. Dat willen wij graag doen in een wekelijks rubriekje "Zandvoordse weetjes". Tips en opmerkingen zijn altijd welkom, wij zijn niet onfeilbaar... De mosterd wordt vooral gehaald bij de heemkring Santforde, het boek 'Mien Zandvoorde' (Willy Meseure) en het boek 'Zandvoorde Onderstboven' (Erik Naert). Ook in enkele parochiebrochures vonden wij nuttige informatie.

Nadat de mammoets, de rendieren en de holberen naar veiliger oorden gevlucht waren, en de zee zich voor de zoveelste keer teruggetrokken had, bleef hier een relatief vruchtbare streek achter. Schaapherders uit het binnenland kwamen zich hier vestigen: ruimte zat om hun schapen te laten grazen. En dus werden huisjes gebouwd, kleine lemen hutten en grotere boerderijen waar de mensen en het vee vaak onder hetzelfde dak sliepen. Het kon niet anders of er zou spoedig een kapel gebouwd worden. Want de bevolking blijkt zeer gelovig te zijn en had dringend behoefte aan een ruimte waar ze konden samen komen om te bidden en te zingen. De vroegste gegevens over een kapel in Zandvoorde, vindt men in een oorkonde uit 1184.

 

Zandvoordse weetjes

Zandvoordse ridders eisen een eigen parochie!

Bon, een kapel hebben we al, dat kon je vorige week lezen. Die was toegewijd aan de Heilige Maagd Maria. Dat staat vast, want gegevens over een kapel werden gevonden in documenten uit het jaar 1184 en 1185 (Histoire d' Oudenbourg, E. Feys en D. Van de Casteele). Nu nog een priester vinden en dat was (toen ook) niet zo eenvoudig! Waar werden priesters opgeleid? Het eerste bisdom Brugge was namelijk pas opgericht op 12 mei 1559 door paus Paulus IV. Pas op 1 oktober 1833 werd het eerste academiejaar in het grootseminarie in Brugge geopend met 122 seminaristen. De Zandvoordse gelovigen moesten er dus veel voor over hebben om een goddelijke dienst bij te wonen, namelijk te voet naar Oudenburg. Of, als je wat rijker was, met paard en kar. Een voor trekkend door het zand. Tiens, l' histoire se répète: ook op vandaag moeten wij soms naar een andere parochie, bij voorbeeld voor de Middernachtmis…

Dat kon niet blijven duren en enkele Zandvoordse 'mannen van aanzien' trokken hun beste schoenen aan en stapten naar de bisschop van Doornik, waartoe de St.-Pietersparochie van Oudenburg toen behoorde. Ja, de abt van de abdij van Oudenburg had wel beloofd een monnik naar hier te sturen om de erediensten te verzorgen. Maar dat bleek niet goed te gaan, zeker in de winter niet of op regendagen. Zij stuurden te dikwijls hun kat. Zelfs toen ze van de abt een paard kregen om naar Zandvoorde te gaan, stonden de misgangers vaak voor een gesloten kapel. Dus vroegen, eisten de notabelen een eigen priester en feitelijk de erkenning als een eigen volwaardige parochie. Maar zelfs al werd het groot geschut ingezet, namelijk de ridders Gerardus Gorch en Galterus van Beverhout, zij vingen bot. Tot de bisschop plots bakzeil haalde. Ondertussen was onze gemeenschap officieel een heus dorp geworden. Dat blijkt uit documenten uit 1102 waar we voor het eerst "Santvoort" terugvinden. De zo genaamde "heerlijkheid van Santvoorde" maakte deel uit van de wateringen van het 's Heer Woutersmansambacht binnen het Brugse Vrije. (Bron: o.a. brochure 'Eén en ander over de parochie Zandvoorde)

 

Zandvoordse weetjes

Kom uit je schelp

We schrijven 23 februari 2003: eindelijk kreeg pastoor Wilfried Ryckebusch waar hij al zo lang van gedroomd had, maar tot dan vruchteloos geprobeerd had: een TV- mis! Voorafgaand aan deze speciale viering hadden 16 leden van de 'koperpoetsgilde' onder het alziend oog van Christiane Quintens, de kerk spic en span mooi gemaakt. "Het koper moet en zal schitteren" was hun devies. En of ze daarin gelukt zijn!

De eucharistie, die rechtstreeks werd uitgezonden via de VRT en NOS, werd voorbereid door de werkgroep Anima, aangestuurd door Rik Vermeersch. Zij hadden als thema gekozen: "Kom uit je schelp". Het koor Cantilene, geleid door Marie-Claire Lejeune en aangevuld met enkele leden van het Gregoriaans koor verzorgde de gezangen. Kippenvelmomenten! Centraal voor het altaar stond het schilderij 'Genezing van een lamme', aansluitend bij het evangelie. Schilder is Luc Blomme die met zijn schilderij de TV-regisseur Marc Rosseeuw kon bekoren. Het schilderij hangt nu in onze kerk. Er groeide een mooie samenwerking tussen beiden, en Luc mocht voor meerdere TV-missen een schilderij penselen. Dat resulteerde in een groot aantal religieuze schilderijen die Luc ondertussen in 73 kerken, ook bij ons, tentoongesteld heeft. Hij kreeg in Kerk en Leven de naam 'Schilder voor God' ter gelegenheid van een viering in Knokke waar onze dorpsgenoot EH Laurent Devriendt (+1994) medepastoor was. Aan deze viering werd ook een solidariteitsactie gekoppeld met de verkoop van wenskaarten ten voordele van Poverello.

Dat de pastoor achteraf glunderde en trots was met de vele lofbetuigingen, ook uit Nederland, en zelfs uit Wallonië, laat zich raden.

 

Zandvoordse weetjes

Daar bij die molen...

De eerste plek waar wij, en dat waren vooral de kinderen van de Grintweg, konden 'slieren' (= glijden op het ijs) en 'schaverdienen' (= ijsschaatsen) toen wij jong waren, was op de 'walle'. Ik hoor jullie al vragen: 'de walle', waar is dat? De walle was beter gekend als 'de put van Goethals', genoemd naar de familienaam van de toenmalige bewoners van de naburige hoeve. Op een deel van de put bouwden Guido Lombaert en Annie Decoster hun woning. De put was dubbel zo groot als wat we nu nog kunnen zien. Vraag is uiteraard: hoe komt die put daar? Ooit stond op die plaats een molen, zoals duidelijk te zien is op een kaart van Oostende van het jaar 1553. Bij een grote storm, men vermoedt op 25 januari 1682, is de Zandvoordedijk doorgebroken en werd de molen verwoest. Door de kracht van het water ontstonden daar putten, wielen genoemd. Deze putten werden in de zestiger jaren gedeeltelijk opgevuld.

Maar ooit waren er in het dorp nog 2 molens: de molen Decloedt en de Witte Molen.

De molen Decloedt, op de hoek van de Zandvoordedorpstraat en de Graamolenstraat, was een pareltje. En ja, je mag me van chauvinisme beschuldigen, maar het was veruit de mooiste molen van mijlen in de omtrek! Het was in 1789, toen de Oostenrijkers het hier voor het zeggen hadden, dat een molenaar uit Diksmuide, Lieven De Ruye, een aanvraag indiende om hier een molen te bouwen. Het was keizer Jozef II himself die daarvoor toestemming gaf. In het boek 'Daar bij die molen…', samengesteld door Erik Billiet, is een mooie afbeelding te zien van het prachtig perkament daarover. In 1790 werd de molen gebouwd en in 1847 kocht Joannes Decloedt de molen. De familie Decloedt bleef ruim 100 jaar eigenaar. De zonen van Jan, Charles en René en diens dochter Elisa volgden hem op. Het hoeft dan ook geen betoog dat de houten reus (17 m hoog, de hoogste top van de wiek 22 m) de trots was van de familie. In 1895 werd naast het malen van het graan een oliepers geïnstalleerd voor het produceren van lijnzaadolie met als bijproducten lijnzaadmeel en lijnzaadkoeken voor veevoeder. Deze pers werd aangedreven door een stoommachine.

Kort na de bevrijding liet René Decloedt zijn doening over aan pachter G. Surmont, welke er niet lang gebruik van maakte. De molen raakte in verval en een sloop drong zich op. Samen met Alfred Ronse, burgmeester van Gistel en groot molenliefhebber werd nog getracht de molen geklasseerd te krijgen, maar die pogingen mislukten. Op 5 juni 1953 plofte de molen met groot gedruis neer. De molen, ooit ook een leuk speelterrein voor kinderen en een idyllisch plekje voor verliefden was niet meer…

En de derde molen, dat is een verhaal apart! Toen molenaar Jan Decloedt op 12 augustus 1851 voor een tweede maal in het huwelijk trad, nodigde hij alle polderboeren uit op zijn feest…behalve August Haegebaert die een hoeve had op het einde van de huidige Boterbloemstraat, later gekend als de hoeve van Vandenbroucke. Uit boosheid bouwde Haegebaert dan maar zelf een bakstenen molen, ongeveer op de plaats waar nu het lokaal van de Tafeltennisclub is. Die 'Witte Molen' zoals die genoemd werd, werd in 1952 gesloopt.

 

Zandvoordse weetjes

De Benedictijnen bouwen een kerk (maar niet van harte)

Het oorspronkelijke kerkje in Zandvoorde raakte vlug in verval en was blijkbaar niet meer om aan te zien. Zeer tegen hun zin moesten de benedictijnen van de abdij van Oudenburg een nieuwe kerk bouwen omdat zij de bevoegdheid hadden over de parochie Zandvoorde. Dat was in 1056. Veel plannen werden niet gemaakt, ze zouden de kerk bouwen in de trant van hun abdijkerk. Nu is zoiets bouwen een fluitje van een cent. Maar toen alleen al het aanvoeren met paard en kar van alle bouwmaterialen, dikwijls langs moeilijke, slijkerige en smalle wegen was een ander paar mouwen. Zonder nog te spreken over de grote zware Doornikse stenen voor de 10 pilaren die op mekaar moesten gestapeld worden, en dat zonder hefkraan. In de Doornikse groeven werd gekapt en gekliefd dat het een lieve lust was! De sokkels werden achtkantig gemaakt. De kapitelen werden verschillend: vier kregen een vierkant hoofd, versierd met prachtige bladmotieven, terwijl er zes een achtkantig kapiteel kregen. Het optrekken van de zware houten balken, hoe deden ze het? Als we nog eens de kerk binnen gaan, zullen we misschien anders naar het gebouw kijken en nederig het hoofd buigen voor de bouwvakkers van toen...

De kerk die als vroeg gotisch bestempeld wordt, kreeg een middenbeuk, twee zijbeuken, een kruisbeuk en een koor. De toren stond toen op de viering, dat is het vierkant gevormd door 4 krachtige pijlers. De eerste vermelding van een kerk is te vinden in een oorkonde van 1282, daarin is er sprake van een 'capelle' in Zandvoorde.

In 1902 werden de beuken door de Commissie voor godsdienstige praalgebouwen, geklasseerd in de 3de klas. Op 19 april 1937 werd deze klassering bevestigd door de Commissie voor Monumenten en Landschappen. En de priesters? Voor hen werd geen woning voorzien, die moesten wellicht telkens terug naar de abdij. Wanneer een pastorie gebouwd werd heeft tot nu toe geen enkele vorser ontdekt.

 

Zandvoordse weetjes

Kapelaans en pastoors

De eerste met zekerheid gekende pastoor in Zandvoorde is Arnoldus Grandsire. Hij duikt voor de eerste maal op in 1628, wanneer hij zijn kloostergeloften aflegde in de Oudenburgse abdij. Kort daarna, in 1631, werd hij tot priester gewijd. Ondanks zijn zwakke kennis van het Vlaams, werd hij in februari 1640 tot pastoor aangesteld. De jonge monnik en priester werd hier geconfronteerd met een groeiend aantal parochianen en met een kerk die nood had aan herstelling. Dat de man heel wat in zijn mars had, bewijst het feit dat hij kort daarna ook tot prior van de Oudenburgse abdij benoemd werd. Grandsire was de bezieler van de heropbouw van Zandvoorde. In 1659 verwoesten Franse soldaten Zandvoorde en de kerk waarbij interessante documentatie verloren ging. Grandsire overleed in 1684, en had tot zijn ondersteuning de hulp gekregen van een waarnemend pastoor, N. Fontaine, eveneens verbonden aan de abdij van Oudenburg. (Info: Brend Vantournhout, De Biekorf 2019).

Maar de abdij liet Zandvoorde niet los zoals blijkt uit enkele benoemingen tijdens de komende jaren. Jan Baptiste Anthierens, Placidus D' Hondt (voor 1 jaartje), Judocus Gramon die naast pastoor ook tijdelijk bestuurder van de abdij was, Folquinus Gramon, de broer van Judocus die in 1732 hoofd van de abdij werd. Nieuwe pastoors volgenden elkaar in snel tempo op: Arnold de Wiesel (1734-1740), Benedikt van Casteele (1740-1742), Petrus Coudelier (1742-1745), die werd in 1773 tot 51ste abt verkozen, Bertinus Wilden (1745-1748), Placied Huygheloot (1748-1751). Dan kwam wat meer standvastigheid met Adrianus Adorp (1751-1767) en Arnold Pollet (1767-1781). Dan komt weer en lijstje met 'kortverblijvers': Gerard Cap (1781-1782), Placidus Camerlynck (1782-1783) en Paul de Brauwere (1783-1788), Camerlynck kwam terug van 1788 tot 1796 en de Brauwere van 1796 tot 1797. (Info: o.a. Mien Zandvoarde, Dirk Meseure) Dan kwam pastoor Terlinck. Maar dat is een historie apart waarover we het een ander keer zullen hebben.

 

Zandvoordse weetjes

Onfrisse kerkhofgeurtjes

Verfraaiingswerken zijn op het kerkhof van Zandvoorde uitgevoerd: alle paadjes werden verhard. Rond de strooiweide ligt een vast pad. Mooi werk!

De oudere Zandvoordenaars herinneren zich zeker nog het oorspronkelijke kerkhof dat rond de kerk aangelegd was. De eerste graven lagen aan de voorkant van de kerk. Een haag rondom 'hield de wilde, huis- en hoevedieren weg van het kerkhof'. Er werden daarom 380 lugustrums vulgaris en 20 platana's piramiden gepland. De firma Demuynck uit Eernegem mocht twee massiefperken aanleggen met 40 lugustrums.

In het verslag van de gemeenteraad van 22 april 1914 lezen we: 'overwegende dat ten gevolge van de aangroei der bevolking op de gemeente ook meer sterfgevallen zich voordoen, hetgeen maakt dat het kerkhof te klein wordt om naar behooren de begraafplaatsen te verleenen …' Met andere woorden: de gemeente wilde het kerkhof uitbreiden en had gronden op het oog aan de noordkant van de kerk. Die gronden waren eigendom van de kerkfabriek. Zes jaar hebben de onderhandelingen geduurd, want pas in 1922 kon het kerkhof uitgebreid worden.

Aan de straatkant was het kerkhof afgesloten met een laag muurtje met schuine bedekking. Het was een avontuurlijk speelterreintje, tot stoeltjeszetter Jeftje Gunst je daar wegjoeg! De toegang tot de kerk kon afgesloten worden met twee ijzeren hekkens die door de smeden Jan en Camiel Decloedt gemaakt waren. Over het urinoir (enkel voor de mannen) dat langs de zijmuur geplaatst was, zullen we best zwijgen. Telkens ik er passeer, ruik ik nog de stank…

Na WO II werd op de hoek met de huidige Boterbloemstraat een plaats voorzien voor onze gesneuvelden. Op bevel van de gouverneur moest ook een blijvend aandenken voorzien worden voor de 'geallieerde soldaten'.

Ook dit kerkhof werd te klein en… 'overwegend dat er op dit kerkhof gelegen rondom de kerk in de kom van het dorp een zeer slechte geur heerst' (gemeenteraad 30 december 1955), besliste de gemeente om nieuwe grond te verwerven, vooral toebehorend aan de familie Vandenbroucke - Decoster. Het nieuwe kerkhof werd in 1959 aangelegd. Om de kosten te drukken werden werklozen ingeschakeld bij de aanleg. Het is de 100-jarige Edward Peetje Velter die er in mei 1960 als eerste begraven werd. Ook E.H. Valère Van Riebeke en Huyghebaert zijn er begraven. Het kerkhof werd achteraan afgesloten met een Calvarieberg en Christuskruis dat gemaakt was door de Oostendse steenhouwer August Casier. Dit kruis werd op bevel van toenmalig schepen Vanessa Vens verwijderd. Tot grote woede en ontgoocheling van de kunstenaar werd het beeld zwaar beschadigd, de armen zelfs afgerukt… waar is dat beeld trouwens naartoe?

Het kerkhof rond de kerk bleef echter voor beroering zorgen, zelfs pastoor Ryckebusch trok in het Parochieblad van leer tegen de verwaarlozing. In 1999 nam toenmalig burgemeester Jean Vandecasteele eindelijk het initiatief tot sluiting en verwijdering van de graven. De ontruiming gebeurde zeer stijlvol en met respect. Op een mooie gedenkplaat staan de namen van de overledenen die geen eigen graf meer hebben. Zij zijn voor de laatste keer verhuisd. Op het oude kerkhof bleven enkele merkwaardige gedenkstenen als relikwie achter. E.H. Valère Van Riebeke (verdronken op 4 juli 1942) en E.H. Huyghebaert (overleden in 1979) kregen een gedenksteen.

 

Zandvoordse weetjes

De Paasklokken

De traditie om paaseieren te rapen werd in Zandvoorde ingevoerd door de KSA die in 1963 de ene klok die toen in onze kerktoren hing, verwelkomde op de weide van Jerome Decock, naast 't Kasteel, waar nu het petanqueplein ligt. Je weet het nog wel: op Witte Donderdag vertrokken alle klokken met luid gebimbambeier naar Rome. Op Goede Vrijdag en Stille Zaterdag moesten de misdienaars met een ratel de diensten aankondigen.

Die eerste keer in 1963, was het een prachtige zonnige Paasdag, en veel eieren waren reeds gesmolten toen de kinderen na de hoogmis op zoek mochten gaan. De Chiroleiding, die het initiatief overgenomen had, moest ooit de klok en de paashaas verwelkomen in de Parochiezaal omdat het bar slecht weer was.

Die ene klok, die er sinds 1900 hangt, werd vanaf oktober 1977 elektrisch bediend. Gedaan met het luiden met het klokkenzeel dat in het portaal hing. Misdienaars die soms klokkenluider Jeftje Gunst moesten vervangen, lieten zich graag tot tegen het plafond omhoog trekken, hangend aan het stevige touw. In 1991 kwam er een tweede klok bij, en wisten we precies hoe laat het was want er werd ook een torenuurwerk geplaatst. Een derde klok werd in 1999 opgehangen en zorgt sindsdien voor een feestelijk akkoord bij passende gelegenheden.

 

Zandvoordse weetjes

Het raadsel van het kerkhofkruis opgelost

In ons eerder artikeltje over het kerkhof vroegen wij ons af waar het Christusbeeld dat op de Calvarieberg op het kerkhof stond, gebleven was. We kregen van Jerome Decock, al meer dan dertig jaar lid van de kerkfabriek het antwoord. "Hier is duidelijk verwarring in het spel" weet hij, "oorspronkelijk stond inderdaad een stenen kruis met Christusbeeld achteraan op het kerkhof. Tijdens renovatiewerken is dit kunstwerk vernield en, het is jammer dat ik het zo moet zeggen, door camions in "gruzelementen" gereden. Later werd een nieuw houten kruis geplaatst, maar er was geen geld om daar een Christusbeeld aan op te hangen. Het is dat houten kruis dat wegens de aanleg van het wijkpark in 2004 verwijderd werd en in mei 2009 door het stadsbestuur aan de kerkfabriek overhandigd werd. Op dat kruis dat achteraan de kerk hangt, worden de namen van de overlevenden aangebracht. Maar ik zou wel eens een oproep willen doen met de vraag of er iemand een goede foto heeft van het oorspronkelijke calvariekruis" besluit Jerome.

 

Zandvoordse weetjes

Op 1 april zendt men de zotten…

Dat wijlen pastoor Wilfried Ryckebusch van een grapje hield, is algemeen bekend. Een paar keer heeft hij zijn parochianen -en zij die geen parochiaan wilden zijn- op een 1 aprilgrap getrakteerd via de Zandvoordse rubriek in Kerk en Leven. Misschien waren zijn grappen te grondig uitgewerkt om iemand beet te nemen?

Een eerste keer had hij het over een grote vissterfte in de Keignaert, ter hoogte van de duiker in de Kapittelstraat. De Vlaamse Milieumaatschappij was ter plaatse gekomen en ontdekte dat er onder de duiker een groot gehalte aan waterstofsulfide gemeten werd. Verdere opzoekingen leverden een verrassend resultaat op: er werd een ketting gevonden van 8,60m lang met grote schakels. Het zou de ketting zijn die rond de nek van de... Keignaertduvel hing. Deze ketting zou op 1 april op het grasplein voor de pastorie tentoon gesteld worden. En de pastoor zou voor een hapje en een drankje zorgen. Iets wat we van hem gewoon waren.

Enkele jaren later probeerde hij ons nogmaals in het ootje te nemen, deze keer opnieuw met een verhaal rond de Keignaert. Volgens hem zou er eind 1944 een vliegende bom VI in het water terecht gekomen zijn. De bom die 2,80m diep in het slijk zit, bevatte volgens de Engelse ontmijners die ter plaatse gekomen waren, naar schatting 500 kg dynamiet! Op 1 april zou de bom gecontroleerd tot ontploffing gebracht worden. Volgens de pastoor konden ramptoeristen tijdens het bovenhalen van de bom foto's maken, waarmee ze een prijs konden winnen: een sprong met een valscherm vanop 3000m hoogte, uiteraard begeleid door een ervaren parachutist…

Aprilvissen vangen, een aprilvis op iemands rug plakken, iemand een poets bakken… er is al zoveel fake news.

 

Zandvoordse weetjes

De aanhouder wint!

De ridders Gorgh en van Beverhout, tevens eigenaars van de Zandvoordse kapel, die eerder bij de bisschop van Doornik op audiëntie geweest waren om een eigen priester te eisen, en er bot vingen, gaven niet op. Zij kenden het spreekwoord "De aanhouder wint" want in een besluit van 1185 kwam bisschop Everard op zijn besluit terug. In het register van eigendomsrechten van de abdij van Oudenburg van 1249 lezen we voor het eerst "…parrochiam de Zantvorde…". We hebben dat te danken aan bisschop Walter. Godzijdank, wij zijn nu een zelfstandige parochie en kunnen op eigen benen staan!

Maar niets voor niets! De twee ridders moesten ondermeer 1 mark per jaar op hun eigendommen betalen. Zo werd de kas van de abdij gespijsd. Toegegeven: er waren ook onkosten voor de abdij, want de dienstdoende priester kreeg bijvoorbeeld een paard ter beschikking, en een paard onderhouden kost ook wat. In de kapel mochten geen doop- en begrafenisplechtigheden gehouden worden en zonder de toestemming van de abt van Oudenburg mochten er geen priesters celebreren, dit alles op straffe van banning uit de kerk… Al wat aan offergaven in de handen van de monnik kwam die er de eucharistie vierde, moest helemaal afgedragen worden aan de abdij, behalve de aankoop van kaarsen. Werden er roerende of onroerende goederen door gelovigen geschonken, dan moesten die netjes verdeeld worden tussen kapel en abdij. Want in Oudenburg stelde men dat de oprichting van de parochie Zandvoorde voor hen een verliespost betekende.

Het was ook de abt van de Oudenburgse abdij die bepaalde wie de Zandvoordse zieltjes zou zalven. Dit benoemingsrecht bleef bestaan tot de abdij in 1797, tijdens de Franse overheersing, gesloten werd. De monniken hebben dus ruim 600 jaar de erediensten in Zandvoorde verzorgd. Waarvoor onze gemeende dank. (Bron: o.a. brochure: Eén en ander over de parochie Zandvoorde)

 

Zandvoordse weetjes

Pastoor Terlinck verbannen!

Bij een vorig Zandvoords weetje eindigden we het overzicht van de priesters bij pastoor Terlinck (1797- 1804). We schreven toen: dat is een historie apart! Oordeel zelf: hij was in Zandvoorde pastoor ten tijde van de Franse bezetting. Het Franse regime had het niet zo zeer voor de katholieken en vaardigde enkele maatregelen uit: de pastoor mocht zijn soutane niet dragen in het openbaar (6.12.1796); hij mocht geen missen meer opdragen in het openbaar (31.08.1797); er mochten geen klokken meer geluid worden (5.10.1797). Maar pastoor Terlinck liet zich niet wegzetten: de parochianen wisten dat hij op de voute van de boerderij van boer Melis in de Grintweg elke zondag de mis opdroeg. Maar dat kwam hem duur te staan: hij werd in 1798 aangehouden en prompt verbannen naar het Franse eiland Oléron! Zijn ballingschap duurde tot februari 1800.

In 1801 werd het bisdom Brugge door de Fransen afgeschaft en onze parochie kwam onder de bevoegdheid van het bisdom Gent. Op 27 januari 1803 werd de parochie Zandvoorde door de bisschop van Gent opgeheven en terug bij Oudenburg gevoegd. Op herhaaldelijk verzoek werd Zandvoorde op 10 mei 1803 dan toch weer gescheiden van de parochie Oudenburg. Op 19 mei 1803 werd het decanaat Oudenburg overgeplaatst naar Gistel. Na pastoor Terlinck volgden de pastoors mekaar in snel tempo op: Dionysius Brugge (1804-1805); Norbert Daghelet (1805-1805), laatste monnik van Oudenburg; Ignatius D' Hooghe (1805-1805); J. Denecker (1805-1811); Francis-August Robbe (1811-1823); Jan Baptiste Van Dorpe (1823-1854); Antonius Manhaeve (1854-1870); Karel-Lodewijk De Jaegher (1870-1888); Hendrik Boets (1888-1892) en Pieter Pieters (1892-1899). Over pastoor Pieters en zijn opvolgers vertellen we in een volgend rubriekje.

 

Zandvoordse weetjes

Pastoor Pieters ligt onder vuur!

"In de eenvoudigheid ligt soms verdokene, maar edele schoonheid. Dit is het geval met het nederige kerkje, dat dààr, tegenaan de zee, over zeven eeuwen opgericht werd. Oorspronkelijk was Zandvoordes kerk samengesteld uit eenen koor, drie beuken met eene kruisbeuk en den toren die in 't middenvak stond." Het is een citaat uit 'Kunstkroniek-Chronique des arts', orgaan van alle kunstenaars, van januari 1909. En over de toren was toen een en ander te doen. Omdat het houten torenkapje dringend hersteld moest worden en omdat de mensen soms buiten moesten staan om een kerkdienst bij te wonen, liet pastoor Manhaeve een plan opmaken om de kerk te vernieuwen. Dit plan was in 1866 klaar en volgens dit plan zou de nieuwe toren links van de voorgevel worden gebouwd. Wegens gebrek aan centen werd dit plan nooit uitgevoerd. In oktober 1893 liet pastoor Pieters een nieuw plan opmaken. Maar, tot wanhoop van de eerder vermelde kunstenaarsvereniging, werd de nieuwe toren voor de beuk gebouwd. Ik citeer: "En, als 't ware dit eerbiedweerdig kerkje nog niet genoeg geteisterd werd in den loop der eeuwen, het moest ook nog in onze tijden, 1895, eene nieuwe verminking onderstaan. Vorenaan de beuk, al 't westen, bouwde men een nieuwen toren, waarvan het onderdeel terzelvertijd tot portaal dient…Men heeft daar een elfduizend frank aan dit onbezonnen werk verspeeld. De nieuwe toren belet, ten andere, de oude en schoone venster te openen die in den voorgevel der kerke zit." Pastoor Pieters was zich van geen kwaad bewust, en richtte zijn (bouw)pijlen vervolgens ook op het bouwen van een meisjesschool!

 

Zandvoordse weetjes

"Gewezen pastoors van deze parochie"

Er was een tijd dat elke homilie, toen nog gewoon 'preek', in onze kerk (ik weet niet of dat in andere kerken ook zo moest), eindigde met de woorden: "Gewezen pastoors van deze parochie". Er werd gebeden voor de "burgerlijke en geestelijke overheden van het land, voor allen die ingeschreven zijn in het kerkregister" en tot slot voor alle "gewezen pastoors van deze parochie". En toen begon het lijstje met Vynckier, Delputte, Dalle, enzovoort. We hebben ons dikwijls afgevraagd waarom men begon bij Vynckier (1903- 1908). Gelukkig startte de pastoor niet met de allereerste pastoor, namelijk Nikolaus Foreest (1617)! We weten wel dat het pastoor Maeyens was die als laatste liet bidden voor de "gewezen pastoors van deze parochie". Want op een keer was hij zeer ontstemd omdat de gelovigen slechts matig het tweede deel van het Wees Gegroet meebaden… en het was gedaan met deze litanie!

Na Vynckier kwam Achilles Delputte (1908-1912) en die werd opgevolgd door de legendarische Aloyisius Dalle (1912-1937). Pastoor Dalle hield namelijk een nauwkeurig dagboek bij van alle gebeurtenissen op de parochie. Tijdens de oorlog had hij twee 'wachtmeesters' die hem alles vertelden, ook de 'misstappen' van sommige vrouwen en meisjes. Hij vertelde in zijn dagboek ook hoe de kerk, de pastorie en de school ingenomen werden door de bezetters. Voor de Zandvoordenaars die het dorp ontvluchtten, had hij geen goed woord: "Dat zijn dan onze helden van Zandvoorde die dan gelijk de hazen…"

 

Zandvoordse weetjes

"Waar men gaat langs Vlaamse wegen..."

Het 'kapelletje' zoals wij graag onze mooie kapel noemen, ziet er weer spic en span uit, met dank aan Jos en Rose-Anne. Het Mariabeeld en dat van de heilige Mutien-Marie mochten zelfs eventjes profiteren van een lentezonnetje!

De geschiedenis van de kapel is toch wel bijzonder. Tijdens WO II hadden de Duitsers her en der afweergeschut -de zo genaamde Flacks- geplaatst in onze kontreien, want Zandvoorde lag in de overvliegroute van de Engelse vliegtuigen richting Duitsland. Ook op de terreinen van de UCB stonden 3 Flacks, maar achteraf bleken dat nep-kanonnen te zijn. Hoe dan ook, op 19 maart 1943 gooiden de Engelsen 30 bommen op de UCB. Dat kon slecht afgelopen zijn want er vielen bommen op amper 4 meter van de zogenaamde Italiaanse ketel gevuld met ammoniak. Wij zijn zo ontsnapt aan het Seveso-scenario. Pastoor Bouciqué zag hierin de beschermende hand van Onze-Lieve-Vrouw en liet metser Fons Wittesaele een kapel bouwen. Hij gebruikte daarvoor stenen van een schuilkelder die op het domein van de zusters stond. De kapel werd toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw van Fatima. Jaarlijks was er de laatste zondag van mei een bedevaart vanuit de kerk naar de kapel. De laatste 'grote' bijeenkomst aan de kapel was in mei 2019 toen de KSA haar nieuwe vlag liet wijden ter gelegenheid van hun 60-jarig bestaan.

Broeder Mutien-Marie, die op 10 december 1989 door paus Johannes Paulus II heilig verklaard werd, was een Waalse broeder die tijdens WO I het schoolgebouw in Malonne beschermde tijdens de bezetting door de Duitsers. Na zijn dood (30 januari 1917) gebeurden op zijn voorspraak wonderen en werd Malonne een bedevaartsoord. Blijkbaar had hij bij ons ook een grote fan, die dan maar een borstbeeld van de heilige in onze kapel plaatste.

 

Zandvoordse weetjes

Terug naar af…

Graag vervolledigen wij de benoemingscarrousel van de pastoors die op de Zandvoordse parochie actief waren.

Pastoor Valeer Pil (1937-1941) was zeer sociaal en stichtte onder meer een koor en een toneelvereniging. Zijn opvolger, Prosper Bouciqué (1941-1948) gaat de geschiedenis in als de bouwer van onze Onze-Lieve-Vrouwkapel. Met Joris Moenaert (1948-1952) hadden we een predikant van de hoogste graad. Dankzij zijn 'schooitalenten' kon in 1949 de parochiezaal gebouwd worden. Zijn opvolger was Gerard Maeyens (1952-1959). Na een korte periode leraar aan het college in Nieuwpoort, werd hij onderpastoor op de Onze-Lieve-Vrouwparochie in Brugge. Daar maakte hij zich zeer verdienstelijk met jeugdbewegingswerk en richtte in 1943 de Kroonwacht op, uitsluitend bedoeld voor meisjes. Deze jeugdbeweging sloot in 1965 bij de Chiro aan. Toen hij in Zandvoorde benoemd werd, leek het wel een wegpromoveren van een strijdlustig, sociaal en Vlaamsgezind priester. Ook Tryphon Huyghebaert (1959-1979) begon eerst als leraar in Menen. In Ooigem was hij onderpastoor en werd in Zandvoorde benoemd tijdens de schooloorlog tussen de gemeenteschool en de zusterschool. Hij slaagde erin om in de Kasteelstraat een nieuwe school te bouwen, oorspronkelijk enkel voor jongens. De laatste 'echte' pastoor was Wilfried Ryckebusch (1979-2012). Hij gaf eerst les aan het VTI in Oostende. Zijn grote verdienste is de restauratie en de modernisering van de kerk. Tijdens zijn ambtsperiode werd de zelfstandige parochie opgedoekt en ging de parochie op in de federatie Kana. Daarover en over de 3 medepastoors meer in een volgend weetje.

 

Zandvoordse weetjes

Jonge priesters voor de leeuwen gegooid!

Wij hadden ooit een medepastoor! Zou het toeval zijn dat de bisschop telkens een jonge, enthousiaste, pas gewijde priester naar Zandvoorde stuurde, een parochie die toch de naam had een 'moeilijke' parochie te zijn? De eerste die voor de leeuwen gegooid werd, was Daniël Huys (1962-1971). Na veel aandringen, vooral vanuit ACW-middens, kreeg pastoor Tryphon Huyghebaert eindelijk assistentie. Daniël ontpopte zich rap als vriend van de jeugd en de kinderen. Hij was ondermeer nauw betrokken bij de oprichting van de jeugdclub 't Schorre in 't Kasteeltje en proost van de KSA. Geen wonder dat hij later minstens 7 keer peter werd! Hij werd na 3 jaar benoemd op de parochie Goede Herder in Torhout waar hij 17 jaar actief was. Hij werd daarna pastoor op Bredene-Sas en beëindigde zijn priesterloopbaan als aalmoezenier van de vzw Gezondheidszorg Oostkust.

De goedlachse Michel Goeman (1971-1978) werd de nieuwe onderpastoor. De eeuwige optimist -"we zijn op de goede weg"- voelde zich nauw betrokken bij senioren en mensen die het moeilijk hadden. Samen met zuster overste Euphrasie schreef hij een heemkundig boekje 'Ken Uw Streek'. Hij was wat blij dat hij later, na zijn periode in Mariakerke en St.-Kruis Brugge, eindelijk kon doen waar hij goed in was: zorgen voor senioren en mensen die het minder goed hebben. De omgeving van Roeselare werd later zijn nieuw werkterrein als aalmoezenier in het stedelijk ziekenhuis en in enkele woonzorgcentra. Hij was ook directeur van de Zusters van Liefde, nationaal proost van de St.-Vincentiusvereniging en spiritueel begeleider van de Vrienden van Lourdes.

In 1978 landde Ferdi Plovie op onze parochie. Deze ietwat schuchtere man maakte een sterke indruk op de gelovige jongeren door de wijze waarop hij zijn krachtige visie op het geloof kon verkondigen. Dat hij nog een soutane droeg en enkele bijzondere rituelen had, zoals languit gestrekt voor het tabernakel liggen, maakte van hem een wat speciale priester. In 1981 verbaasde en ontgoochelde hij velen door zijn vertrek naar de Franse Ardèche aan te kondigen, waar hij voortaan als kluizenaar zou verder leven. In Malarce had hij naast zijn gîte een eigen kapel. Hij schilderde iconen om in zijn onderhoud te voorzien. Ferdi is echter nadien uitgetreden. Een nieuwe medepastoor kregen we niet meer.

 

Zandvoordse weetjes

Beeldenstorm

Historici nemen aan dat de oorspronkelijke 'capelle' tijdens de tweede helft van de 13de eeuw vervangen werd door een gebouw de naam kerk waardig. Zij baseren zich ondermeer op een kaart van het Brugse Vrije, in 1562 getekend door Pieter Pourbus: een eenvoudige kruiskerk met een veelhoekige kruisingstoren. Met andere woorden: een toren die is gebouwd op de plaats waar het midden- en dwarsschip van een kerk elkaar kruisen.

Maar ten gevolge van de aanvallen van de (water)geuzen tussen 1584 (doorsteken van de duinen ten oosten van Oostende) en 1604 (de val van Oostende), moesten de zijbeuken, de kruisarmen en het koor worden gesloopt. De toren was deels ingestort. De (meestal protestantse) geuzen lagen in de clinch met de (katholieke) Spaanse koning Filip II.

Door de aanleg van de Legaardsdijk in 1626 en een V-vormige dijk rondom het dorp in 1662, werd Zandvoorde beschermd tegen overstromingen en kon de kerk ondermeer in 1630-1634 en 1639 in haar gereduceerde vorm als zaalkerkje hersteld worden. Maar een goede eeuw later had de parochie weer prijs: op 6 juli 1695 plunderden en vernietigden de soldaten van de Prins van Condé onze kerk.

Langzaam kreeg de kerk de huidige vorm. Onze kerk werd een schitterend juweeltje, van binnen en van buiten. Maar toen kwam het Tweede Vaticaans Concilie (1962- 1965). Dat is bekend geworden als de kerkvergadering van het 'aggiornamento': het 'bij de tijd brengen', lees 'moderniseren' van de Katholieke Kerk. Dat leidde bij ons als 't ware tot een nieuwe beeldenstorm! De prachtige, unieke communiebank uit 1720 werd verwijderd en gelukkig deels als ornament verplaatst naast het hoofdaltaar. Het is een meesterwerkje van ambachtelijk houtsnijden! Een derde ervan is verdwenen. De preekstoel die op een eiken voetstuk stond, werd overbodig en ligt opgeslagen op de kerkzolder. Bidstoelen in eikenhout en twee zitbanken die in het koor stonden zijn verdwenen. De mooie koperen godslamp, zoals het destijds moest, opgehangen aan de drie kettingen, hangt er niet meer…

En toch. Toch blijft onze kerk in al haar soberheid een plekje waar je nederig en stil wordt. En dankbaar voor alles wat was, wat is en nog komen zal.

 

Zandvoordse weetjes

Parochiezegel

zegel.jpg

parochiezegel

In het najaar van 1980 wordt, op vraag van pastoor Ryckebusch, door meester Luc Blomme een parochiezegel ontworpen. "Ik kreeg van de pastoor carte blanche, maar die parochiestempel moest groter en schoner zijn dan die van de bisschop van Brugge. Hij stempelde altijd in rode inkt." vertelt Luc. Onze-Lieve-Vrouw wordt er voorgesteld met kroon en scepter. In de linkerhand draagt zij de parochiekerk. Wat een prachtige symboliek! Links staat het schild van 's Heer Woutermans ambacht, tot aan de fusie ook het schild van Zandvoorde. Rechts staat het schild van het oude Vlaanderen. Het jaartal, 1185, is de aanvaarde datum van de stichting van de parochiekerk en rondom staat de Latijnse tekst: "Paroecia Beata Maria Virgo Assumpta" (Parochie van de Heilige Maagd-Ten-Hemel-Opgenomen). Trots op zijn eigen parochiestempel liet pastoor Wilfried het zegel, dat eigenlijk bedoeld was om documenten te stempelen, voor alles en nog wat gebruiken. Een fietsvaantje bijvoorbeeld, of tegeltjes. En duivel-deed-al Staftje maakte er een polyester tegel van die o.a. ingemetseld is boven de ingangsdeur van het kapelletje.

 

Zandvoordse weetjes

Calvariekruis

Onlangs hadden we het in onze Zandvoordse weetjes over het verdwenen en ondertussen vernielde calvariekruis op het kerkhof. Maar niet getreurd: aan de achtergevel van de kerk vinden we nog een kruisbeeld, een écht calvariekruis of kerkhofkruis. Dit calvariekruis werd in januari 1897 geplaatst, tijdens de zending. De Heemkring Santforde beschrijft het als volgt: "Het is een gietijzeren kruis zoals gebruikelijk voor buiten kruisen. De vormgeving van de majestatische Christusfiguur en de sierlijke elementen op de uiterste balken getuigen hier trouwens van. De voeten van Christus staan naast elkaar, niet op elkaar, elk met een nagel vastgehecht. Deze positie doet veronderstellen dat het hier om een zeer oud kruis gaat. Een dergelijke opstelling wordt enkel nog teruggevonden op de kerkhoven rond de gotische kerkgebouwen in Frans-Vlaanderen '13e -14e en laatgotische 15e eeuw). In de gotische periode was het eveneens gebruikelijk de uiterste punten te voorzien van gotische stijlornamenten, wat we ook hier aantreffen. Zo kan men met zekerheid stellen dat het hier om een calvarie of kerkhofkruis gaat. Het is een uniek meesterwerk waar de inwoners van Zandvoorde trots op mogen zijn."

 

Zandvoordse weetjes

De schoolbel luidt weer

In de Kloosterstraat en de Kasteelstraat luidt de schoolbel weer, tijd voor een overzichtje van de bewogen geschiedenis van het vrij onderwijs op onze parochie.

Het was in 1897 dat onder impuls van pastoor Pieters, pastoor van 1892 tot 1899, de kloosterschool werd gebouwd. De katholieke gemeenschap had het er moeilijk mee dat jongens en meisjes naar de gemeenteschool moesten. Dat de jongens en meisjes samen in één ruimte zaten, maar gescheiden van mekaar, zelfs op de speelplaats, kon op geen begrip rekenen! De kloosterschool werd een succes en reeds in 1907 moest bijgebouwd worden. Er werd zelfs een kantklosschool en een naaischool ingericht.

Pastoor Pieters had het op een akkoordje gegooid met het (katholieke) gemeentebestuur: de kleuters, alle meisjes en de jongens van de eerste graad kwamen naar de kloosterschool, enkel de andere jongens gingen naar de gemeenteschool. In de kloosterschool waren het zusters van de Congregatie van de H. Vincentius uit Kortemark en enkele (ongehuwde) juffrouwen die les gaven. Ruim 80 jaar gaven de zusters hier het beste van zichzelf. Voor de vuist weg herinneren we ons zuster Juliana, Johana, Espérance (27 jaar kleuterleidster), Benedicta (in de keuken), Moeder Euphfrasie (4de graad, directice, bibliotecaris, lesgeefster typen...) en als laatste, zuster Germaine (Aloysia) wiens pensionering meteen het einde betekende van de zusters op Zandvoorde.

De school werd te klein. Ze werd in 1948 afgebroken en door een nieuwe school vervangen. Aan de (stilzwijgende) overeenkomst tussen gemeentebestuur en parochie kwam een einde toen in 1953 Julien Pylyser schoolhoofd werd in de gemeenteschool. De gemeenteschool werd uitgebreid met een kleuterafdeling en de eerste graad. Het hek was volledig van de dam toen ook meisjes geronseld werden. Een ware schoolstrijd, die zelfs de nationale pers haalde, barstte los! Het antwoord van de parochie: ook de kloosterschool werd volledig gemengd! Mannelijke leerkrachten vervoegden het vrouwelijk korps. Wegens plaatsgebrek huisde de klas van het 5de en 6de leerjaar in het voorste deel van de Parochiezaal. Ook het KSA-lokaal boven de Parochiezaal werd een tijdje ingepalmd, wat voor nogal wat spanning zorgde op de parochie. Pastoor Huyhebaert slaagde erin om bouwgrond aan te kopen in de Kasteelstraat en daar werd in 1967-1968 een nieuwe jongensschool opgericht. In het schooljaar 1978-1979 werden de 2 vrije scholen versmolten tot 1 gemengde school, de Vrije Basisschool Zano. In 2004 werden in de Kloosterstraat nieuwe klaslokalen bijgebouwd.

 

Zandvoordse weetjes

Bond van de wekelijkse kruisweg

Op 20 oktober 1870 wijdde pastoor Dejaegher, pas benoemd, de eerste kruisweg in onze kerk in. Rijkelijk laat eigenlijk, want paus Benedictus XIV had reeds in 1741 beslist dat in alle kerken een kruisweg moest zijn. De kruisweg is een nabootsing in de vorm van schilderijen of beeldhouwwerken van de lijdensweg van Christus vanaf het gerechtsgebouw (het paleis van de Pontius Pilatus) tot en met de begrafenis van Christus, de zogenaamde Via Dolorosa in Jerusalem. Pastoor Pieters richtte op 18 januari 1897 de 'Bond van de wekelijkse kruisweg' op. In 1922, Aloysius Dalle was toen pastoor, werd de huidige kruisweg geplaatst. Voor de financiering werd beroep gedaan op welgestelde burgers zoals kasteelheer Guyod, burgemeester Zwaenepoel, meester Victor Verscheure… De veertiende statie, Jezus wordt in het graf gelegd, is een gift van de parochianen.

 

Zandvoordse weetjes

Historisch schilderij siert de kerk

Het interieur van onze kerk is altijd sober en rustgevend geweest. Pas sinds mei 1988 hangt boven het Maria-altaar het mooie schilderij dat Maria-Tenhemelopneming voorstelt. Aan dit werk is een mooie geschiedenis verbonden. Het is een werk van Marcus van Duvenede (1694-1730). Het kwam ooit in het bezit van baron Henri Kervyn de Lettenhove. Hij schonk het werk aan de Karmel van St.-Michiels waar zijn zus priorin werd. In 1988 werd het klooster opgeheven en werd het een Jeugdcentrum van de Chiro. Op de receptie ter gelegenheid van de eremis van Pater Nicolaas (Willy Devynck), kwam pastoor Wilfried Ryckebusch ter ore dat de zuster enkele schilderijen wilden schenken aan een kerk die toegewijd was aan Onze-Lieve-Vrouw. De pastoor kwam tot een overeenkomst met de priorin en op 17 mei 1988 gebeurde de verhuis, nadat de Zandvoordse delegatie en de zusters samen het Salve Regina gezongen hadden voor het schilderij.

 

Zandvoordse weetjes

Als de graven konden spreken...

Met dank aan het stadsbestuur kunnen wij straks, zonder slijkvoeten na het kerkhofbezoek, in de Parochiezaal iets gaan drinken. Het is in 1999 dat het kerkhof rond de kerk op zeer serene wijze ontruimd werd en het nieuwe kerkhof in gebruik kon genomen worden De stoffelijke resten werden met eigen stadslijkwagens en stadspersoneel naar hier overgebracht. Met dankbaarheid lezen wij op de grote gedenksteen de naam van 285 Zandvoordenaars, grootouders en overgrootouders. Een herinnering aan de mensen die ons dorp gemaakt hebben.

Ons hart breekt als we langs de kinderzerkjes komen die recht tegenover de grote gedenksteen liggen. Een groter contrast is ondenkbaar. Sinds WO II zijn er bij ons een 12-tal kindjes gestorven. Elk overleden kindje is er eentje teveel, maar het was vroeger veel erger. In 1821, in 1 jaar tijd, stierven er 8 kindjes (er waren 22 geboortes) en in 1921 stierven er 10 kindjes (er waren 39 geboortes).

De jonge mannen die in de oorlog gesneuveld zijn, kregen terecht een ereplaats. Elk overlijden was een drama en als dat gebeurde tijdens de laatste weken van de oorlog maakte dat het misschien nog erger. Dat was het geval met Gustaaf Kindt die op 14 april 1918, enkele maanden voor de wapenstilstand, stierf. Hij was 24 jaar.

Een merkwaardig plekje is de kleine gedenkplaats voor de 2 Britse en een Australische piloot. Hun vliegtuig werd op 7 december 1941 door de Duitsers neergehaald. Zij werden eerst begraven op ons kerkhof en later overgebracht naar een groot militair kerkhof in Avelgem. Het Bestuur der Britse graven staat in voor het onderhoud en doet dat voorbeeldig.

Een wel heel bijzondere grafzerk is die van Georges Mostrey (1915-2010) en Iréne Desopper (1924-2009). Hun dochter, Ingrid, is beeldend kunstenares. Omdat zij veel in het buitenland vertoefde, kon zij voor het graf van haar ouders niet zorgen. Haar ouders hadden een merkwaardige bloementuin. Ingrid selecteerde 35 soorten en beitelde hun naam op de op zich ook al speciale grafsteen. Een week lang en 10 diamantboren verder boorde Ingrid de stippen één na één op de steen.

 

Zandvoordse weetjes

Toen was de kerk te klein...

In het begin van de jaren 1900 telde Zandvoorde 1920 zielen. Daar waren blijkbaar heel veel kerkgangers bij, want zelfs toenmalig burgemeester Zwaenepoel liet op een gemeenteraad weten dat de kerk, die toen nog enkel uit de huidige middenbeuk bestond, te klein was. Tijdens de diensten moesten immers veel parochianen buiten staan wegens plaatsgebrek. Op de eerste zondag van oktober 1905 nam de kerkfabriek het besluit om de kerk te vergroten, hierbij moreel gesteund door burgemeester Zwaenepoel die op de gemeenteraad een gemeentelijke toelage verdedigde. De Kortemarkse aannemer Boutlegier kon in 1908 aan de klus beginnen. De muren die tussen de pilaren waren aangebracht werden gesloopt en de stenen werden opnieuw gebruikt voor de bogen van de viering en voor de nieuwe muren van de buitenzijde. De roosvensters boven in de middenbeuk werden terug geopend. Een tweede aannemer, August Vangheluwe uit Eernegem, pakte daarna het koor, de sacristie en het gewelf van de middenbeuk aan. Maar 'den Koninklijken Raad der Kunstgebouwen' moeide zich niet weinig bij deze werken. Toen de kerkfabriek in 1910 het hoogaltaar wilde vernieuwen, botste men op een veto, omdat… het besluit niet in 'vierdubbel' afschrift aan hen overgemaakt was! Enkele maanden later kon de vernieuwing toch starten. Het werd een neogotisch altaar van natuursteen met de afbeeldingen van de vier evangelisten. Op Allerzielen 1911 kon pastoor Delputte voor het eerst de hoogmis doen aan het nieuwe, prachtige altaar. De vernieuwde kerk werd op 29 september 1913 door Mgr. Waffelaert, bisschop van Brugge, ingewijd.

 

Zandvoordse weetjes

De Heilige Livinus beschermt ons tegen reuma

Op de scheurkalender las ik dat al wie Lieven heet, op 12 november gevierd wordt. Toen onze kerk in 1913 uitgebreid werd, kwamen er ook 2 zijaltaren bij. Het linkse is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw Hemelvaart, het rechtse aan de heilige Livinus. En dat is een beetje verbazend als je weet dat het actieterrein van Livinus van Gent, ook Sint-Lieven genoemd zich vooral in Oost-Vlaanderen bevond. Livinus is trouwens de patroonheilige van de stad Gent.

Livinus zou omstreeks 580 in Ierland geboren zijn. Hij werd tot priester en vervolgens tot bisschop gewijd. Zoals zoveel andere geestelijken uit Ierland, Schotland en Engeland voelde hij zich geroepen tot de peregrinatio Domini, de godsreis. Hij verliet Ierland en vertrok naar Gent om daar het christendom te preken. Terwijl hij aan het preken was zou Livinus in het jaar 657 in Sint-Lievens-Esse zijn aangevallen door een groep heidenen, die zijn tong uitrukten en hem het hoofd afsloegen. Livinus zou vervolgens in Houtem begraven zijn. De attributen waarmee Livinus vrijwel steeds wordt afgebeeld zijn een tang met een uitgerukte tong en soms ook honden die zijn tong verscheuren, wat verwijst naar het verhaal dat men hem in Houtem zijn tong uitrukte. Het uitrukken van de tong staat symbool voor de pogingen van de heidenen om de christelijke boodschapper het zwijgen op te leggen. Sint-Livinus werd ook aanroepen tegen reuma en allerhande andere lichaamskwalen. Hij was bijzonder gekend voor het uitdrijven van de duivel. Er wordt verteld dat mensen genezen zijn door alleen maar zijn mantel aan te raken. Hij werd in 842 heilig verklaard.

Op onze parochie was er destijds een novene ter ere van deze heilige. In de beginjaren '60 waren zelfs concrete plannen om een openluchtspel te organiseren, maar deze plannen én de novene zijn in het water gevallen. In september 2007 werd 'onze Livinus' stevig ingepakt en uitgeleend aan de gemeente Sint-Lievens-Houtem waar om de 50 jaar grote feesten ter ere van hun patroonheilige georganiseerd worden. In 1958 verscheen bij drukkerij Averbode een Vlaams Filmke gewijd aan deze heilige.

 

Zandvoordse weetjes

Pastoor Wilfried en de kerstwiegjes

Toen E.H. Wilfried Ryckebusch in 1979 bij ons benoemd werd, bracht hij uit zijn vorige parochie Vlamertinge een bijzondere traditie mee: het eerst geboren kerstkindje na middernacht kreeg een kerstwieg cadeau. Een kerstwieg die hij zelf ging kopen in een speciaalzaak en ook zelf betaalde! Inderdaad, de verkoopsters in de winkel keken raar op, maar daar trok Wilfried zich niets van aan! Integendeel, hij vond dat leuk. Het wiegje werd naast de kerststal in de kerk geplaatst. Eens die gewoonte bekend geraakt was, was het in de parochie rond de kersttijd gissen welke mama als eerste zou bevallen. In 2007 was het bijna dag op dag, want op tweede kerstdag zong Dries De Heyn uit de Ter Zwaanhoek als eerste een kerstdeuntje! Soms hadden de ouders al eerder een wiegje gekocht en kregen ze dus een tweede exemplaar cadeau.

In de Middeleeuwen ontstond in begijnhoven en vrouwenkloosters de gewoonte om in de kerstnacht een wieg te schommelen in de kerk. Begijnen en zusters schommelden een miniatuurwiegje met daarin een Jezus-popje, terwijl zij voorlazen of liedjes zongen. Aan het wiegje waren belletjes bevestigd die vrolijk rinkelden bij het wiegen. Projecteerden de zusters op die manier hun kinderwens op het kindje in de wieg?

Het gebruik om een kerstwieg te schenken zou in Frans-Vlaanderen ontstaan zijn. En meer bepaald tijdens WO I in een klein dorpje dichtbij Armentières. Daar vatte een dame, die zelf vier kinderen had, het plan op om een kerstwiegje naast de kerststal te zetten. Deze gewoonte werd in veel kerken overgenomen. Ook in de grensstreek waar de dame een buitenverblijf had, plaatste ze naast de kerststal in de kerk een wiegje. Na haar overlijden in 1964 nam een cafébaas dit gebruik over. Pastoor Wilfried heeft zo'n 25 kerstwiegjes geschonken!

 

Zandvoordse weetjes

Er kwamen 3 koningen…

Het moet eind de jaren '90 geweest zijn dat Luc Blomme, op vraag van pastoor Ryckebusch, twee panelen schilderde die dienden om de kerststal naast de kerk te sieren. Omdat de pastoor vreesde dat de 2 panelen, "De herders" en "De drie koningen" ooit zouden beschadigd worden, én omdat hij eens iets anders wilde, kreeg Luc Blomme de zegen om eens een heel groot kerstschilderij buiten naast de kerk te zetten. We laten de kunstenaar zelf zijn verhaal doen: "Als kind al sprak het toneelstuk "En waar de sterre bleef stille staan" van Felix Timmermans tot mijn verbeelding, een kerstverhaal om eens op doek te zetten, of liever op een waterproof multiplexpaneel want het schilderij moest regen en sneeuw kunnen trotseren. De plank kon, op tien centimeter van het plafond, net binnen in onze keuken die enkele weken tussen de soep en de patatten als schildersatelier moest dienen. Eenmaal afgewerkt maakte Robert Devriendt er een mooi kader rond en zorgde voor een reuze schildersezel die stevig verankerd naast de kerk werd opgesteld.

Op het schilderij staan Suskewiet, Schrobberbeek en Pietje Vogel, drie armoezaaiers die als drie koningen verkleed bij de boeren gingen sterzingen om aan wat brood en toespijs te geraken. Midden in de nacht raakten ze in de sneeuw de weg kwijt en ontmoetten ze een jong koppel met een pasgeboren kindje in een woonwagen. Als echte drie koningen schonken ze aan dat kerstekindje alles wat ze die dag bij elkaar hadden geschooid. Er even bij vertellen dat ik voor het dorpsgezicht op de achtergrond mijn inspiratie vond bij een foto van Zandvoorde, genomen door Erik Naert die moest dienen voor de hoes van een plaat van zijn jongerenkoor "Blij zijn".

Toen de kerstperiode voorbij was kreeg het schilderij een plaats boven het rechter zijaltaar in de kerk. Het werd met vereende krachten naar boven gehesen door Robert Devriendt, Hugo Casier en Noël Van Pachtenbeke. Pastoor Ryckebusch en Luc Blomme keken ernaar, zo staat te lezen op een papiertje dat achteraan op het paneel werd gekleefd. "

In deze context mogen we de KWB-ers die jaarlijks de kerststal naast de kerk plaatsen, een dikke pluim geven!

 

Zandvoordse weetjes

Onze kosters waren ook onderwijzers (1)

Het cumuleren van kostersambten kwam vroeger frequent voor omdat de opbrengst van het kosterschap vaak te gering was om er te kunnen van leven.

De eerste sporen van wat men met veel goede wil 'onderwijs' zou kunnen noemen, leiden naar ene Mattheus de Cocq (1641-1676). Die werd op 1 mei 1650 door de prelaat van de Sint-Pietersabdij van Oudenburg officieel als koster aangesteld. Maar uit de parochierekeningen, nauwkeurig bijgehouden door pastoor Grandsire, blijkt dat hij al langer op de parochie actief was. Hij financierde o.a. in 1649 een van de nieuwe kerkramen. Uit een verslag van een bezoek dat deken Nicolaus Gerseken aan de parochie bracht, blijkt duidelijk dat de Cocq les gaf in het dorpsschooltje! Veel moeten wij ons daar niet bij voorstellen: over het algemeen werd enkel les gegeven in de winter, tussen Allerheiligen en Pasen. Na Pieter Blockeel (1676-1688) en Ignatius Becquee (1688-?) kwam een eerste kostersdynastie van de familie Michiels op de proppen. Cornelis Michiels, die 5 kinderen had, had de helft van herberg Den Swarten Leeuw gekocht. Dat café werd later de smidse van Jan Decloedt en is nu de supermarkt Frescana. Na Alexander Michiels (1711-1715) volgden Jozeph Michiels de oude (1715-1747) en Jozeph Michiels de jonge (1748-1752) elkaar op.

De volgende koster, Cornelis Haspeslagh (1752-1756) combineerde het kosterschap eveneens met een rol als schoolmeester. Voor het 'instrueren ende leeren vande aerme kinderen' in het dorp, kreeg hij in 1753 een pond als jaarwedde.

En dan was het de beurt aan de familie Vandewalle die met Johannes (1757-1772) en diens zoon Pieter (1773-1777) het kosterschap combineerden met les geven. Vader Joannes kreeg lovende woorden van de Gistelse deken: "custos (…) bene figutur suo offici tam in ecclisi quam in scola" stond op zijn rapport. Vrij vertaald: hij leverde goed werk in de parochie én in de school. Met zijn zoon Pieter liep het echter verkeerd af! Hij werd in 1778 van 'gedurighe dronkenschap ende quaede manier van leven' beschuldigd. Hij vluchtte weg uit Zandvoorde en pas dan verschijnt Anthonius Degoe (1777-1789). Over hem en zijn opvolgers hebben we het de volgende keer.

 

Zandvoordse weetjes

Onze kosters waren ook onderwijzers (2)

Anthonius Degoe, lang als de eerste Zandvoordse onderwijzer gedoodverfd, is in 1734 in Dudzele geboren en woonde na zijn huwelijk in Aartrijke. Hij werd hier in 1777 koster in navolging van Pieter Vandewalle die in ongenade gevallen was. Hij was van opleiding timmerman, kon een stuk grond van 60 roeden kopen aan de voet van de kerk, en daarop bouwde hij een huisje, het ontstaan eigenlijk van de Boterbloemstraat. Onder zijn takenpakket behoorde o.a. het onderwijzen van de schoolgaande jeugd en elke dag de kerkklokken laten luiden, in de winter om 9 uur 's avonds, in de zomer om 10 uur 's avonds. Dit signaal diende om te 'vertrecken uit de herberghen en de tavernen'. Na zijn overlijden in 1798 kwam opnieuw een telg uit de Vandewalle-dynastie op de proppen: Michiel, hier geboren in 1769. Hij was eigenlijk een kleermaker, maar cumuleerde deze job met het kosterschap en onderwijzer. Omdat hij genoeg verdiende, liet hij het les geven later over aan Joannes Degoe. Tussen 1833 en 1844 kreeg hij de hulp van zijn neef Bernardus Vandewalle, die de taak van organist op zich nam. Tijdens de Franse overheersing werd over hem geschreven dat hij 'capax, bonis moribus en continuari dignus' (bekwaam, goed gedrag en waardig) was. De ideale man dus om koster te zijn! Hij overleed na meer dan 45 jaar kosterschap! Na zijn overlijden nam zijn echtgenote, Anna Plancke een tijdje zijn taak over. Haar taak bestond uit de 'levering van bouzyen, het vagen der kercke, leveringe misse en communiebrood alsmede vrijven van koperwerk'.

 

Zandvoordse weetjes

Onze kosters waren ook onderwijzers (3)

Een derde kostersdynastie diende zich aan: de familie Alleman. Pieter (1845-1867) was de eerste koster die niet door de Oudenburgse Sint-Pietersabdij werd benoemd, maar wel door het Zandvoordse gemeentebestuur. Er werd ook een nieuwe organist aangesteld: Amandus Schramme, wagenmaker van beroep en afkomstig van Ettelgem. Pieter Alleman is zeer bepalend geweest voor het plaatselijk onderwijs: eerst bouwde hij het schooltje, nog altijd in het kleine huisje aan de voet van de kerk, verder uit, maar kwam later met de gemeente tot een akkoord om een school te bouwen op zijn grondeigendom, verderop in de Zandvoordedorpstraat. Na zijn overlijden was het de beurt aan zijn zoon Karel (1867-1879) om de taak van koster-onderwijzer op zich te nemen. Die nam ontslag als koster in 1879 omdat toen een wet in voege kwam dat het gemeentelijk onderwijs strikt neutraal moest zijn. Het was Zerkegemnaar Philippus Willems (1879-1896) die de nieuwe koster werd. Zijn opvolger was Remi Dujardin (1896-1911) die hier hulponderwijzer was, maar dat ook cumuleerde met het kosterschap. Aan hem danken wij veel foto's over het vroegere dorp, een reeks die hij omstreeks 1905 maakte. In die periode was er een afzonderlijke orgelist, orgelblazer en klokkenluider. Remi werd slechts 33 jaar oud. Victor Verscheure (1912-1967) werd op 13 december 1911 benoemd tot hulponderwijzer. Tijdens de gemeenteraadszitting van 26 maart 1912 kreeg hij toestemming om het ambt van koster uit te oefenen 'op uitdrukkelijke voorwaarde dat het onderwijs ten gevolge van kwestige bijbediening niet gehinderd noch benadeeligd wordt'. Op 5 januari 1967 overleed de laatste echte koster-schoolmeester van Zandvoorde. (Bron: Brend Vantournhout: Jaarboek 2021 van de Erfgoedkring Oudenburg)

 

Zandvoordse weetjes

Voor de haan drie maal kraait…

Toen in 1993 de kerktoren volledig vernieuwd werd, moesten ook het kruis en de windhaan, samen goed voor ruim 200 kg van de spits gehaald worden. En toen stelde men vast dat de windhaan meerdere kogelinslagen had. Uiteraard verdacht men onmiddellijk dat Duitse soldaten de windhaan als schietschijf gebruikt zouden hebben, maar daar zijn geen echte bewijzen voor. Hoe dan ook, de haan moest hersteld worden en de toen 98-jarige haan werd in een atelier in Roeselare vakkundig hersteld en opnieuw verguld. Hij pronkt ondertussen opnieuw deftig op onze torenspits. Het kruis, 5m10 lang, werd in Kemmel onder handen genomen.

Maar waarom staat eigenlijk een haan op de torenspits? De windhaan is uiteraard een windwijzer, en dat was, in de tijd dat er nog geen weermannen waren om ons te zeggen uit welke hoek de wind waaide, wel handig. Maar waarom een haan en geen pijl of ander symbool? We kunnen het niet meer vragen aan bisschop Rampertus van Brescia die in 820 als eerste een bronzen haan op de toren van de kerk San Faisutino Maggiore (Italië) liet plaatsen. Zou de haan verwijzen naar de nieuwe morgen, een nieuw begin? Wanneer iemand in Jezus Christus gaat geloven noemt de kerk dat ook een nieuw begin. Of moeten we eerder naar de betekenis neigen, die verwijst naar de verloochening van Jezus door zijn discipel Petrus? Nadat Petrus Jezus verloochend heeft, kraait een haan in het Bijbelverhaal. Een andere christelijke theorie is dat de haan mensen behoedt voor gevaar - net als God. Een haan waakt namelijk ook over zijn kippen. Of moeten we deze volkswijsheid geloven: als er geen haan op de kerktoren staat, komt er geen kip in de kerk…

Lees meer

De spirituele dimensie in de zorg brandend houden © Freepik
readmore

Beroepsvereniging Zorgpastores

icon-icon-information
Cover van het boek Zeven kruiswoorden, verhalen uit de spirituele zorg © Otheo
Lees meer

Lanceringsavond boek Zeven kruiswoorden

icon-icon-evenement
Een gedeelde missie voor alle gedoopten
readmore

Gebedsintentie paus oktober 2024: voor een gedeelde missie

icon-icon-inspiratie

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook