Steense weetjes | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken
Pastorale Eenheid Kana Oostende

Pastorale Eenheid Kana Oostende

  • Startpagina
  • Contacten
  • Zoeken
  • Meer
    • Zoeken
    • Kerkdiensten agenda Contactinformatie Doopsel Eerste communie Vormsel Kerkelijk huwelijk Naar de overkant Sint-Vincentiusvereniging Kana Sint-Catharinakerk Konterdam Sint-Annakerk Stene Onze-Lieve-Vrouwkerk Zandvoorde Konterdamse weetjes Steense weetjes Zandvoordse weetjes Lucs Bijbelse schilderijen GDPR - pastorale eenheid Kana
Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail
stene dorp
Kerkdiensten agenda Contactinformatie Doopsel Eerste communie Vormsel Kerkelijk huwelijk Naar de overkant Sint-Vincentiusvereniging Kana Sint-Catharinakerk Konterdam Sint-Annakerk Stene Onze-Lieve-Vrouwkerk Zandvoorde Konterdamse weetjes Steense weetjes Zandvoordse weetjes Lucs Bijbelse schilderijen GDPR - pastorale eenheid Kana

Steense weetjes

Laatste aanpassing op donderdag 24 september 2026 - 17:27
Afdrukken

Kerkske van Stene

20240911_113348.jpg

Sint-Annakerk Stene

Kerkske van Stene,
als u is er gene,
zo lief en zo fijn,
zo helder en rein:
Sint-Anna ter ere,
gebouwd voor ons Here,
zo wezenlijk echt,
de polder verknecht.
Met brandglazen als ruiten,
geschilderd van buiten,
zo zalig van binnen,
om harten te winnen.
Een bidplaats voor zielen,
die nog kunnen knielen,
en bidden en smeken,
in plaats van te preken.

Kerkske van Stene,
ik ken u allene,
in eenvoud zo rijk,
de herder gelijk.
Bescheiden van toren,
kunt gij ons bekoren,
lijk landsman en boer,
zo robuust en stoer,
zo rustig, zo heerlijk,
zo simpel en eerlijk,
een oase aan de kust,
een toonbeeld van rust,
geen praal voor de praal,
geen arsenaal.

Het kerkske van Stene,
zo is er maar ene.
Jij bent niet de parel,
jij bent de kroon!

Roger Fockedey
Pinksteren 1975

 

Riddergraf kerk Stene

20240911_113920.jpg

riddergraf

St-Annakerk

Het huidig uitzicht van de Sint-Annakerk in Stene is grotendeels van 1625, zoals geafficheerd op de westgevel van de noordelijke zijbeuk. Volgens enkele literatuurbronnen is de kerk oorspronkelijk gesticht door Robrecht de Fries in circa 1071. Deze houten voorloper uit de 11e eeuw werd later vergroot en verbouwd in steen, eerst in lokale natuursteen en nadien in baksteen. Absolute zekerheid is er echter niet. De noordbeuk in Romaanse stijl is de oudste en zou dateren uit het midden van de 13e eeuw. De middenbeuk is opgetrokken in een stijl die de overgang vormt van de Romaanse naar de Gotische stijl en daarom eerder in het midden van de 14e eeuw te plaatsen na de grote overstroming van 1334. De zuidbeuk werd aangebouwd tijdens het beleg van Oostende (1601-1604). In 1625, na verwoestingen tijdens het beleg, werd de kerk heropgebouwd tot een driebeukige hallenkerk met twee absissen (= halfronde aanbouw aan een grotere ruimte). Op 9 augustus 1626 werd de kerk van Stene ingewijd door de "deken der christenheyt van Ghistelle". Vanaf de 17de eeuw volgden meerdere restauraties.

Archeologische vondsten

Tijdens restauratiewerken van de Sint-Annakerk werd in 2019, na bodemonderzoek en goedkeuring van Onroerend Erfgoed, gestart met de noodzakelijke vernieuwing van de verwarmingsinstallatie. Hiervoor moesten vier putten en tussenliggende leidingen uitgegraven worden. Bij uitvoering van de werken vielen de putten en sleuven op bepaalde plaatsen breder en dieper uit dan voorzien. Verrassing alom als tijdens de graafwerken in iedere put en sleuf archeologische vondsten werden gedaan. In één van de putten aan de noordkant van het kerkje werden twee grafstenen blootgelegd. De zwaar beschadigde gravures stellen een ridder en een vrouw met kinderen voor. Gezien de grafzerk van de ridder een uniek historische en kunsthistorische waarde heeft, werd beslist de grafsteen van de ridder te restaureren.

Grafstenen uit de 14e eeuw

Beide stenen werden geïdentificeerd als Doornikse kalksteen uit de 14e eeuw. De eerste grafzerk, gevonden tegen de noordelijke kant van de kerk, is ongeveer 300 cm lang en 140 cm breed. Op de grafsteen is een ridderfiguur afgebeeld. De steen en de gravure zijn deels verweerd. Er zijn sporen van beloping uit het verleden. De experten dateren de grafsteen rond 1320. De tweede gevonden grafzerk lag naast de eerste. Deze grafsteen is ongeveer 220 cm lang en 110 cm breed. Op de grafsteen zijn een vrouw en twee kinderen afgebeeld. Deze steen en gravure zijn sterk verweerd. Experten hebben ze iets vroeger dan 1320 gedateerd. De zerken zullen ongetwijfeld aanvankelijk in het koor gelegen hebben en zullen bij latere bouwwerkzaamheden of restauraties verhuisd zijn naar de zijbeuk waar ze om kostenbesparing dienst deden als vloerbedekking samen met andere zerken. Op een veel later tijdstip zal men een vloer (de huidige vloer) over de oude vloer gelegd hebben.

De ridder op de eerste grafzerk staat recht met de handen in gebedshouding gevouwen. Hij draagt een maliënkolder met hierover een lange "sorcoot" (= wijd overkleed) met een riem om zijn lenden. Deels over de borst draagt hij een schild dat zijn wapen vertoont en heraldisch kan beschreven worden als "schild met een keper vergezeld van drie burchten of torens", ongetwijfeld het wapen van zijn familie. Zijn zwaard steekt van onder zijn schild uit. Zijn hoofd en handen waren eertijds belegd met wit marmer. Hij staat onder een portaal en rust met zijn voeten op een hond. Het portaal vertoont boven zijn hoofd een baldakijn versierd met torens en pinakels (= slanke torenvormige versiering op steunberen en luchtbogen). Het grafschrift er rond is slechts voor een klein gedeelte leesbaar. Op een smalle tekstband leest men in uncialen (= Romeins schrift in hoofdletters). "HIER LEGHET…"

De zwaar beschadigde gravure van de tweede grafzerk is een voorstelling van een vrouw, rechtstaand met de handen gevouwen in gebedshouding. Zij draagt een lange "sorcoot" en een sluier. Haar gezicht en haar handen waren eertijds ook belegd met wit marmer. Aan haar linkerzijde zijn twee nissen met bovenaan de resten van de afbeelding van een jongetje en eronder een meisje. Hun hoofden en handen waren eveneens belegd met wit marmer. De figuren staan onder een eenvoudig portaal. Ook de vrouw rust met haar voeten op een hond zoals het in die tijd hoorde. Het grafschrift is slechts voor een klein gedeelte leesbaar. In uncialen op een smalle tekstband volgt "HIER LEGHET …/… /… /… BID VOOR DE ZIELE". Men mag veronderstellen dat de vrouw met haar kinderen de echtgenote was van de ridder. Haar zerk vertoont dezelfde smalle tekstband met gelijke uncialen.

Volgens expert Roland Van Belle is de grafzerk van de ridder een uniek historisch en kunsthistorisch stuk. De zerk kan grotendeels vergeleken worden met de grafzerk van Boudewijn van Heile die in 1963 opgegraven werd in Zeeland en die mysterieus verdwenen is tijdens of na de grote overstroming in Nederland. De Steense en Zeelandse grafzerken vertoonden identieke technische en stijlkenmerken waardoor men mag besluiten dat de zerken waarschijnlijk uit eenzelfde productieplaats van Doornik afkomstig waren.

Theorieën betreffende de identiteit van de ridder

In het onderzoek naar de identiteit van de ridder duiken verscheidene theorieën op en ze maken het speurwerk meer dan boeiend. Gezien het gebrek aan geschiedkundige bronnen over deze periode in Stene is het afgebeelde wapenschild over de borst van de ridder de enige indicatie voor de identiteit van de ridder.

Zowel de families 'Metten eye' en de familie 'Van den Steen(en)' hebben identieke wapenschilden en komen dus in aanmerking. Een andere theorie is dat de grafstenen oorspronkelijk in de Sint-Catheleynekerk (ongeveer waar nu het St.-Catharinaplein is) lagen. De stenen en grafzerken van de vervallen Sint-Catheleynekerk werden immers na het beleg van Oostende gebruikt voor de herstelling en opbouw van andere kerken in de Oostendse regio. De stelling dat de grafzerk toebehoorde aan een ridder die samen met zijn gezin omkwam door ziekte of overstroming en zo zijn stamboom zag eindigen, is tot nu toe even verdedigbaar.

De restauratie

De restauratie van de grafzerk van de ridder hield niet alleen een behandeling van de Doornikse kalksteen in. De verdiepingen in de steen die de motieven weergeven, werden opgevuld met een kalkspecie om de teksten en tekeningen zoveel mogelijk te verduidelijken. Er werd uiteindelijk ook belichting en een glasplaat boven de grafzerk geplaatst. De oplevering van de werken gebeurde op 5 mei 2021 en nu is de grafzerk zichtbaar voor iedere kerkbezoeker.

Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene

 

1e fase restauratie interieur St.-Annakerk: Brandglasramen

20220427_145703.jpg

brandglasramen

Plannen

Na een heel lange weg kan er begin 2022 eindelijk gestart worden met de restauratie van het interieur van de St.-Annakerk in Stene. De kerkraad heeft gekozen om dit dossier op te splitsen in verschillende fasen om lange wachttijden ter goedkeuring van het globaal dossier te vermijden. Aangezien het gebouw geklasseerd is, kunnen de werken maar uitgevoerd worden na toestemming van het Agentschap Onroerend Erfgoed.

De werken in deze eerste fase vangen aan op 10 januari 2022. Het betreft het restaureren van beide brandglasramen in het koor die dateren van 1904 en de zes brandglazen in de zijbeuken die dateren van 1932. Na aanbesteding werd beslist om de opdracht te laten uitvoeren door de firma Renotec NV uit Geel.

Alle glaspanelen, deklatten en raambruggen worden weggenomen en de raamopeningen worden voorlopig zorgvuldig afgedicht. De deklatten en raambruggen worden gecontroleerd en indien nodig vervangen. De glaspanelen worden met de grootste zorg gemanipuleerd, verpakt en getransporteerd naar het atelier waar deze door een restaurateur glas-in-lood zullen onderzocht en behandeld worden. Met uiterste zorg zal het glas gereinigd worden, breukvlakken worden behandeld, ontbrekende of ernstig beschadigde niet-gebrandschilderde glasstukken worden vervangen en gebrandschilderde delen worden indien nodig gefixeerd of geretoucheerd.

Gezien het oorspronkelijk lood één van de historische elementen is, zal het maximaal behoud ervan worden nagestreefd en alleen selectief, waar nodig, herlood worden. Het is ook de bedoeling om alle ramen van de kerk te voorzien van voorzetramen ter bescherming alsook om de thermische isolatie te verbeteren. De voorzetramen zullen voorzien zijn van binnenventilatie en condensgoten om de brandglazen te beschermen. De 5 driehoekige oculi en het roosvenster op het doksaal worden, na herstel van de gebroken ruitjes, voorzien van achterzetramen. Tenslotte wordt het raam van de sacristie ook van dubbel glas voorzien.

Uitvoering werken

Het plaatsen van de voorzetramen in de zijbeuken is nogal gecompliceerd. Veel raambruggen moeten vervangen worden omdat deze niet verankerd waren in de muur maar slechts bevestigd waren in het pleisterwerk. Ook de aanpassing van het glas is niet eenvoudig aangezien de ramen aan de buitenkant spitsbogen hebben en de binnenkant is een rondboog.

Alle brandglaspanelen zijn ondertussen voor restauratie in het atelier van Renotec in Geel. De toestand van elk paneel wordt op een lichtbak zorgvuldig onderzocht op mogelijke glasbreuken, beschadiging of afschilfering van de beschildering, onzuiverheden, toestand van het lood,... Alles wordt zorgvuldig in kaart gebracht en voor elk paneel wordt beslist op welke manier elk stukje glas in lood gerestaureerd moet worden.

De algemene toestand van het brandglas en het lood wordt als goed gekwalificeerd. Eens de volledige inventaris beschikbaar is, wordt elk paneel zorgvuldig ontstoft en voorzichtig gereinigd met wattenstokje en zacht sponsje gedrenkt in een oplossing van water en alcohol. Hierdoor wordt de algemene stoflaag op de brandschildering volledig weggenomen zonder het glasoppervlak of de verf te beschadigen. De onder- en bovenkant van elk paneel is ook sterk verontreinigd met oude silicone die gediend heeft als afdichting in de raambruggen. Deze worden met een scalpelmesje verwijderd.

De stukjes glas die een breuk vertonen, worden uit het lood genomen, weer samen gepuzzeld en onzichtbaar verlijmd zodat het herstelde stukje glas met onzichtbare breuk weer op zijn plaats in het lood kan gemonteerd worden. Waar kleur in de brandglasverf ontbreekt, wordt geretoucheerd met pigment of grisaille (transparante verf).

Ook het lood wordt, indien beschadigd, hersteld maar dit is over het algemeen in goede staat zodat hier weinig aan gewerkt moet worden. Tenslotte wordt elk paneel ook weer uitgevlakt, aangezien op sommige plaatsen sterke verbuigingen aanwezig zijn. Elk paneel wordt aan de zijkant verstevigd met een messing profiel. Eens de volledige restauratie afgewerkt is, wordt opnieuw een inventaris opgemaakt om een beschrijving van de toestand "voor" en "na" ter beschikking te hebben. De oplevering van de werken aan de brandglasramen in de kerk van Stene gebeurde op 27 april 2022.

Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene

 

2e fase restauratie interieur St.-Annakerk: Noordbeuk

20231108_153528.jpg

restauratie beuk

Voor de tweede fase in het project van de volledige restauratie van het interieur van de Sint-Annakerk in Stene worden de volledige noordbeuk, het portaal en de doopkapel aangepakt. Dit dossier werd eind 2021 ter goedkeuring voorgelegd bij het "Agentschap Onroerend Erfgoed Vlaanderen". Aangezien het kerkgebouw beschermd werd bij Besluit Vlaamse Executieve van 9 maart 1983, moeten alle werken goedkeuring krijgen van dit agentschap. Na goedkeuring van de toekenning van een erfgoedpremie en na openbare aanbesteding werd beslist om de werken te laten uitvoeren door de firma Renotec nv uit Geel, dezelfde firma die ook de restauratie van de brandglasramen uitgevoerd heeft.

Voor de veiligheid werd de hele noordbeuk volledig afgesloten met een folie om de rest van de kerk ook tegen stof te beschermen. Tijdens de werken bleef de kerk altijd toegankelijk met uitzondering van 2 weken wanneer het portaal onder handen genomen werd. Om veiligheidsredenen werd de kerk dan afgesloten voor alle publiek.

De belangrijkste werken die uitgevoerd werden:

- Vernieuwen van de kroonlijsten met plastisch herstel van de ornamenten en herstel van barsten en scheuren.

- Plaatselijk herstel van de natuurstenen vloeren.

- Restauratie O.L.V.-altaar samen met de nis met de staakpop van Onze-Lieve-Vrouw met kindje Jezus. Volgens de fototheek van het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatronium dateert het Onze-Lieve-Vrouwaltaar van de eerste helft van de 19de eeuw. Het altaar krijgt een volledig nieuwe kleurzetting gebaseerd op teruggevonden oudere verflagen.

- Schrijnwerk: herstel of vervanging van de lambrisering, biechtstoel, trap naar het doksaal en de deur van de stookplaats.

- In het portaal wordt de niet-dienstdoende dubbele deur gesupprimeerd, de portaaldeur (binnen en buiten) hersteld en herschilderd.

- Van het doksaal wordt de balustrade, daterend van 1846, gereinigd samen met de

zuilen en sokkels die een plastische herstelling en reconstructie gebaseerd op onderliggende afwerkingslagen zullen krijgen.

- Reiniging en plastisch herstel van de doopvont en smeedijzeren hekwerk.

- Restauratie schilderijen en beelden.

- Alle elektrische leidingen worden gesaneerd en waar mogelijk ingewerkt.

- Alle muren, plafonds en decoratie worden herschilderd.

De werken werden aangevat op 11 januari 2023, maar al snel bleek bij afname van de oude kroonlijsten, dat de achterliggende structuur van dak en gewelf in veel slechtere staat waren dan vermoed. Tijdens een eerdere restauratiefase van de dakwerken, werd de dakstructuur enigszins verstevigd en beschermd tegen toekomstige waterschade, maar op termijn was dit toch niet voldoende om te voorkomen dat houtworm hier en daar verder woekerde. Komt daarbij dat tijdens de restauratie van 1846, waarbij neo-Lodewijk XVI-stucwerk werd aangebracht, de gotische moerbalken van de dakstructuur werden afgezaagd en slechts gedeeltelijk vervangen werden door veel fijnere en een kleiner aantal metalen trekankers. Daarom werd getwijfeld of de stabiliteit van deze verzwakte constructie nog veel langer gegarandeerd kon worden. Een restauratie van het interieur uitvoeren zonder de achterliggende constructie te verstevigen en stabiliseren, was niet te verantwoorden. Er werd daarom een grondige studie uitgevoerd door een gespecialiseerde firma van houtbehandeling en een ingenieursbureau gespecialiseerd in stabiliteit.

Om de extra kosten binnen het geraamde budget te houden, werd voorgesteld een aantal minder dringende interieurwerken uit te stellen naar een volgende fase en nu eerst voorrang te geven aan de dringend uit te voeren constructieve ingrepen, zodat de stabiliteit en de toekomst van het gebouw gegarandeerd kan worden. De uitgestelde werken betreffen de werken in de doopkapel, de nis met Mariabeeld tussen noordbeuk en middenbeuk, de werken aan zuilen en fries onder het doksaal en de lambrisering en biechtstoel in de noordbeuk. Voor deze laatste zijn geen stellingen nodig en kunnen later uitgevoerd worden.

De restauratie van de noordbeuk is niet zonder hindernissen verlopen. De volgende werken werden uitgevoerd. De kroonlijsten, die jaren geleden reeds verwijderd werden wegens valgevaar, werden volledig volgens het oorspronkelijk profiel nagemaakt en opnieuw aangebracht. Alle barsten, scheuren en beschadigingen in het pleisterwerk werden hersteld en gefixeerd en ook beschadigde tegels in de vloer werden vervangen. Voor de muren en plafonds werd een warme kleur gekozen waarbij alle ornamenten door de witte kleur geaccentueerd worden.

Het Maria-altaar is een houten geschilderd en verguld portiekaltaar en is omgetoverd van een monochroom meubel naar een kleurrijk schouwspel waar alle details ten volle tot uiting komen. De structuurverf werd geduldig, met behulp van een scalpel, volledig verwijderd. De kleuren en marmereffecten werden niet zomaar gekozen, maar zijn gereconstrueerd na een uitgebreid kleuronderzoek, dat uitgevoerd werd om zoveel mogelijk te weten te komen over de oorspronkelijke en latere afwerkingslagen. Het aantal lagen dat teruggevonden werd, verschilt soms sterk van plaats tot plaats, variërend van 1 tot 6 verflagen. De delen waar bronzine of vergulding teruggevonden werd, zijn herverguld met bladgoud. De vergulde delen vormen samen met de wat donkerdere delen van het altaar een evenwichtig beeld.

In de nis bovenaan het altaar bevindt zich een houten beeld van Sint-Anna-ten-Drieën dat ook volledig gerestaureerd werd, aangezien het in zeer slechte staat was. Het is ongeveer 75 cm hoog en lag 12 jaar in een kast te wachten op restauratie. Het centrale schilderij op het altaar toont de opvoeding van Maria en dateert uit de tweede helft van de 18de eeuw. Het werd volledig gereinigd waardoor de kleuren weer volop schitteren. De kleuren in het schilderij zijn ook de kleuren die deel uitmaken van het altaar. Het rood van de mantel bijvoorbeeld, is ook terug te vinden in de rode gemarbreerde achtergrond van het Lam Gods onder de altaartafel. De stralen uit de wolken in het schilderij worden eveneens herhaald onderaan het altaar rond het Lam Gods.

Naast de restauratie van deze noordbeuk werden ook de dubbele portaalpoort en het portaal zelf met toegang tot het doksaal volledig hersteld en herschilderd. Vooral de ingangspoort was onderaan in zeer slechte staat en dringend aan herstel toe.

Eind november 2023 waren de werken klaar. We willen hierbij nog eens onze sterke dank betuigen voor de goede samenwerking met de architecten, Renotec en onderaannemers alsook het Agentschap Onroerend Erfgoed. Deze samenwerking heeft uiteindelijk geleid tot een prachtig eindresultaat.

Johan De Soete, Voorzitter kerkraad St.-Anna Stene

 

Broederschap Sint-Elooi Stene

F49 st elooi.jpg

St-elooi

De "Broederschap Sint-Elooi" was in het laatste decennium van vorige eeuw een vereniging of confrérie ter ere van Sint-Elooi (+ 660) met zetel te Stene. Als patroonheilige van o.a. metaalbewerkers, elektriciens, (goud-)smeden, garagisten en ook landbouwers wordt zijn feestdag op 1 december gevierd. Hij staat dikwijls afgebeeld met een hamer.

De heilige, geboren in Limoges (F), kreeg zijn opleiding als smid, werd priester en adviseur van Dagobert I, Koning der Franken, en benoemd tot bisschop van het jonge dubbelbisdom Noyon - Doornik. Hij speelde een rol in de kerstening van Vlaanderen. Tot de oprichting van het bisdom Brugge in de 16e eeuw, maakte de parochie Stene overigens deel uit van het bisdom Doornik en de dekenij Oudenburg.

Zijn feestdag gaat niet ongemerkt voorbij. Zo ontstonden binnen de schoot van de metaalvakbond van het ACV broederschappen om hun patroonheilige te vieren en meteen verdienstelijke leden en personaliteiten te huldigen. Michel Lootens uit Gistel, provinciaal secretaris van ACV Metea, nam het initiatief in de jaren negentig vorige eeuw om dergelijke broederschap op te richten in de regio en hiervoor werd Stene gekozen als pleisterplaats. In de Sint-Annakerk was immers een brandraam van Sint-Elooi en op het marktplein een eeuwenoude herberg, Het Vossenhol, waar de receptie kon doorgaan. In het begin van 1900 was de herberg gemeentehuis en droeg later de naam "De Peerdenpostery" als voeder- en paardenhandel. Pastoor Lieven Ghistelinck fungeerde als proost en landbouwer en gemeenteraadslid Oscar Vermote werd naast genoemde Michel Lootens deken en hoofdman.

De eerste zondag na het feest van Sint-Elooi werd in het Sint-Annakerkje een mis opgedragen waarna een huldiging plaatsgreep in de "ridderzaal" van Het Vossenhol. Er werd aan de gevierden een keramieken tegeltje overhandigd. Onder de laureaten viel eens de hele ploeg stakers op van een wegens wanbeheer in failliet gegane Oostendse scheepswerf.

Na het overlijden van Oscar Vermote en de benoeming van Pastoor Ghistelinck in Koksijde in 2002 behoorde de broederschap tot de annalen van de Steense geschiedenis. Het keramieken tegeltje is nog altijd een gegeerd object op rommelmarkten. In onze contreien circuleren nog steeds voornamen die doen denken aan Sint-Elooi zoals Alois, Eligius, Eloi, Looi, Wies, Eloïne… Er zijn veel kerken toegewijd aan deze universele heilige, de dichtstbijzijnde is die van Ettelgem.

Lionel Dewulf

 

Sint-Annakoor

We zijn het jaar 1975. In het pittoreske Stene verzorgt pastoor Ghesquière met veel enthousiasme de vieringen. Onder zijn impuls wordt een zanggroep opgericht. Met een 15 zanglustigen wordt er wekelijks samengekomen in de pastorie om te repeteren. Pastoor Ghesquière begeleidt op de piano. Dit is de start van het Sint-Annakoor. De eerste mis die door het koor wordt verzorgd, is een gregoriaanse viering op Pasen 1975. Luc Vercruysse neemt het dirigentstokje in de hand en is zo de eerste dirigent van het Sint-Annakoor. Het volgende jaar is er de grote vuurdoop met een televisiemis die rechtstreeks vanuit het Sint-Annakerkje wordt uitgezonden.

 Nu is het koor uitgegroeid tot een volwaardig koor met een 22-tal leden. De dirigent is Kris Deconinck die in 1984 het dirigeerstokje overnam van zijn schoonvader Luc Vercruysse. Het repertoire bestaat voornamelijk uit kerkelijke liederen. Het Sint-Annakoor is en blijft een kerkkoor en zingt hoofdzakelijk in de Sint-Annakerk. De kerkelijke hoogdagen vormen de vaste afspraken van het koor: Allerheiligen, Kerstmis, Pasen, Pinksteren en Onze-Lieve-Vrouw-Tenhemelopneming. We laten even dirigent Kris aan het woord. "We zingen zowel eenstemmige als meerstemmige liederen. De keuze valt daarbij zowel op Nederlandstalige als Engelstalige gezangen. Ook een uitdaging die we aangaan, is het zingen van bepaalde Bachkoralen. Het belangrijkste blijft een verzorgde uitvoering brengen."

 De muziek is uiteraard de lijm tussen de koorleden. Maar de leden hebben meerdere redenen om mee te zingen: sommigen geven door te zingen vorm aan hun talent. Anderen beleven al zingend hun geloof. Samen zingen creëert een groepsgevoel. Het Sint-Annakoor zou nooit kunnen blijven bestaan zonder een groep geëngageerde zangers. Het Sint-Annakoor is ook een zelfsturend koor. Het zijn de zangers zelf die de diverse taken uitvoeren of overleggen welke beslissingen er moeten worden genomen. Bij het begin van elke repetitie zetten een tweetal vrijwilligers de stoelen klaar en halen ze de zangmappen boven. Anderen zorgen ervoor dat de koormappen in orde zitten zodat alle partituren vlotjes te vinden zijn tijdens de viering. Nog anderen regelen de tweejaarlijkse uitstappen. Zo waren we in het verleden reeds in Lourdes en Friesland. We luisterden een viering op in de Brugse gevangenis en in de kathedraal in Mechelen. Dit zijn de meest memorabele uitstappen.

 "Een goede geest binnen het koor vind ik heel belangrijk" dixit Kris. We laten hierover koorlid Ghislain nog even aan het woord. "Het moet 2010 of 2011 geweest zijn toen ik voor het eerst bij het Sint-Annakoor terecht kwam. Al gauw voelde ik dat dit "the place to be" was. Een enthousiaste warme groep mensen die als hobby samen zingen in de kerk. Een hobby waarvoor we ons inzetten omdat we het graag doen en ook veel respons krijgen en het maakt ons blij en gelukkig. Onze kapitein loodst ons met oeverloos geduld langs de valkuilen en moeilijke passages. Zijn rustige vastberadenheid is garantie op succes. Het koor is een gedreven groep die elkaar helpt, steunt en graag samen zingt. Moge het koor nog mooie tijden beleven."

 Zondag 22 juni 2025 werd het 50-jarig koorjubileum gevierd in de pittoreske Sint-Annakerk te Stene.

20250612_190636.jpg

St.-Annakoor

 

De broers Guido en Jozef Gezelle en Stene

Van Sint-Anna in Brugge tot Sint-Anna in Stene

Jozef Gezelle (1840-1903), broer van priester-dichter Guido Gezelle (1830-1899), was ooit pastoor in Stene-Dorp en ligt begraven op het kerkhof achter het kerkkoor. Eén van de laatste beslissingen eind jaren zestig vorige eeuw van het gemeentebestuur van het toen nog zelfstandige Stene, was de ontruiming van het deel van het kerkhof dat voor de kerk lag en nu een groot plein geworden is voor parking. Bij de ontgraving in 1970-1971 behoorde ook het stoffelijk overschot van Jozef Gezelle. De toenmalige pastoor Jozef Gesquière getuigde dat de schedel van de opgegraven pastoor van eenzelfde omvang was als die van diens broer Guido.

Beide erudiete broers hadden al vroeg een roeping om priester te worden en beiden wilden naar Engeland trekken om het katholiek geloof te verkondigen. In 1863-1864 was Jozef ingeschreven in het Engels Seminarie in Brugge. Op 22 december 1866 werd hij tot priester gewijd en in augustus 1867 werd hij directeur van een klooster in Southwark in Engeland. In december riep de Brugse bisschop Mgr. Faict hem al terug en benoemde hem achtereenvolgens tot onderpastoor in Lendelede, Klerken en Zillebeke.

Mede dankzij bemiddeling van zijn broer Guido bij Mgr. Faict kon Jozef in oktober 1898 pastoor worden in Stene. Geboren en gedoopt op de Sint-Annaparochie in Brugge werd hij nu pastoor op de Sint-Annaparochie in Stene, waar hij later ook zou sterven en begraven worden. De gemeente telde toen 2415 inwoners in een gebied dat zich uitstrekte tot aan het huidige Petit Paris in Oostende.

Graf pastoor Jozef Gezelle

Wisselwoonstig volk

Omdat hij pastoor was in Stene vond Jozef Gezelle er niets beters op dan in zijn hof voor de pastorie alle mogelijke soorten stenen te verzamelen. Het (liberale) gemeentebestuur moest hem hiervoor dikwijls tot de orde roepen wegens hinder van het openbaar domein. Jozef was de nonkel van Frank Lateur, de latere Stijn Streuvels (1871-1969) die er eens op vakantie kwam en hem later omschreef als "excentriek". Er is een verband met de naam van de herberg en restaurant op het Dorpsplein "De Vlaschaard", een bekend werk van Streuvels dat het Vlaamse volksleven beschrijft. De zaal van De Vlaschaard heet het "Lijsternest", dezelfde naam als het huis van Streuvels in Ingooigem. Een ander restaurant in de Stenedorpstraat 27 heette tot 2006 Huize Gezelle en is vandaag omgevormd tot Bistro De Lisse. Een bas-reliëf van het hoofd van Guido Gezelle bevindt zich boven de deur van de bistro. De beeltenis is gebleven, wellicht ook omwille van het beschermd dorpsgezicht.

Pastoor Jozef Gezelle kwam bij de overheid tussen opdat Stene een station zou hebben waar de trein zou stoppen en dat lukte in 1901. De "halte" of de statie bestond toen uit een vroegere wagon van de spoorwegen en bood niettemin uitstekende diensten aan de reizigers. Nu nog bestaat de Oudstationstraat waar ook het laatste gemeentehuis van het autonome Stene gevestigd was.

Ook Guido Gezelle kwam regelmatig op bezoek bij zijn broer in Stene en bij zijn oudleerling Eugeen van Oye, die dokter was in Oostende. Aan hem had poësisleraar Guido Gezelle in het Klein Seminarie in Roeselare in 1858 het mooie gedicht opgedragen: "Dien avond en die roze".

De priester-dichter kende goed Oostende en de mentaliteit van zijn inwoners. Hij noemde de Oostendenaren "wisselwoonstig volk", wat er op wees dat er toen al veel migratie en/of verhuizingen waren. Vanuit de havenstad aan de Noordzee vertrok de anglofiel Guido Gezelle regelmatig met de mailboot naar Engeland. Soms trok ook Eugeen van Oye mee.

Priester Guido geraakte er bevriend met vicaris Nicholas Patrick Stephan Wiseman, de latere aartsbisschop van Westminster. Gezelle predikte er retraites en leidde er priesters op. Reeds als jonge vijfentwintigjarige priester droomde hij van pastoraal werk in Engeland. Het grote doel en de hoge ambitie stond hem reeds duidelijk voor ogen: "Bekeer Engeland en je bekeert de wereld". Dit was vanwege de jonge strateeg bijzonder juist, gezien de wereldmacht toen van Albion (dit is de Latijnse naam voor Engeland).

Poëzie in de Guido Gezellestraat (Konterdam)

Guido Gezelle stierf in 1899 en zijn broer Jozef kreeg de beschikking over zijn uitgebreide bibliotheek. Na zijn dood zouden de boeken aan de paters Capucijnen te Brugge overgemaakt worden. Maar pastoor Jozef stierf op 18 juni 1903 schielijk, zonder testament en wat erger was, er waren zoveel onbetaalde rekeningen waardoor de bibliotheek, meubels en liggend geld juist genoeg waren om alle schulden te dekken. Dat blijkt althans uit de Liber Memorialis van zijn opvolger Louis Maselis.

Pastoor Maselis heeft in 1906 samen met Moeder Bernarda van de Zusters van de H.-Vincentius van Stene-Dorp een lagere school op de Konterdam opgericht die de naam van de patroonheilige van de pastoor droeg: Sint-Lodewijkschool. Onderpastoor EH Ghyselen mocht in 1907 voortaan iedere zondag de mis opdragen in de kapel van de school. Later zou de kapel de voorlopige parochiekerk worden van de in 1912 opgerichte Sint-Catharinaparochie die Konterdam en Meiboom zou omvatten.

De eerste mis was opgedragen voor August Stemgée, schoenmaker op de Konterdam in de Schaperijkreekstraat en later de eerste koster. Merkwaardig was dat zijn twee broers ook schoenmaker waren en ook koster: Medard Stemgée op de Onze-Lieve-Vrouwparochie op het Hazegras en Charles Stemgée op de nieuwe parochie Sint-Jozef.

Ten gevolge van zijn frequente bezoeken aan Stene raakte Guido Gezelle bevriend met onderpastoor Jules Ghyselen aan wie hij een boekentrommel en twee sierlijke wandelstokken legateerde. In de loop van het jaar 1960 kwam de Sint-Andriesabdij in Zevenkerken (Loppem) in het bezit van deze geschonken stukken. In deze abdij waakt de vroegere Oostendse stationschef en Zandvoordenaar Willy Devynck (pater Nikolaas) over het geschonken heemkundig erfgoed dat reeds een museum op zich is.

Zowel parochiekerk als de vrije school van de Konterdam bevinden zich heden in de Guido Gezellestraat waarbij de kerk, pastorie en andere huizen versierd zijn met verzen van Guido Gezelle. Het was de Oostendse Schepen van Cultuur Nancy Bourgoignie (van 2007 tot 2012) die het initiatief nam om op sommige gevels enkele typische verzen van Gezelle te laten aanbrengen.

Guido Gezelle

Een uniek Gezellegedicht met Steense roots…

Bij zijn bezoeken die Guido Gezelle bracht aan zijn broer Jozef te Stene, was ook koster Louis Riethaghe, woonachtig aan de Torhoutsesteenweg, uitgenodigd. Dochter Marie, geboren in Stene op 3 december 1892, herinnerde zich nog goed die bezoeken en koffienamiddagen. Guido Gezelle nam dan de kleine Marie op zijn schoot en vertelde van "Het vogelke binst de winter".

Bij elk bezoek kwam er een versje bij. Marie kende het gedicht nog op hoge leeftijd van buiten. Tijdens een van zijn vele huisbezoeken heeft EH Joseph Gesquière (pastoor in Stene van 1965 tot 1989) het uit haar mond genoteerd. De pastoor publiceerde het Gezellegedicht in het plaatselijk parochieblad in 1978, het jaar van het dorp. Hieronder volgt het unieke Gezellegedicht met Steense roots dat in geen enkele van de oorspronkelijke dichtbundels van deze West-Vlaamse priester-dichter te vinden is:

Het vogelke binst de winter

Bij de ruiten
zat er een vogelke buiten.
Het vogelke, pik, pik, pik,
doe me toch open een ogenblik.

'k Ben toch zo verlegen;
de sneeuw ligt zo dik op de wegen,
de winter is zo koud,
geen voedsel in het woud,

'k moet alles derven
en deerlijk sterven.
Och brave lieden, laat mij in
'k zal zingen naar uw zin.

Ze deden voor het vogelke open.
Het kwam door de splete gekropen.
Het bleef daar al de dagen
van sneeuw en stormenvlagen.

Maar als de winter nu verdween,
de zon weer achter de hemel scheen,
de wind niet meer huilde
en 't groen weer uit de bomen puilde,

het zat te treuren heel de dag
gelijk een vogel treuren mag…
Geen lied meer, geen kwispelsteerten…
Ze zagen zijn begeerten.

Ze deden voor 't vogelken open.
Het vloog en vloog
al zingend
in den hemel hoog.

En binst de zomerdagen,
uit dank en welbehagen
zong het menig blijde lied
voor die hem 's winters binnen liet.

Stene mag er prat op gaan een eigen gedicht te hebben van de grote Guido Gezelle over het vogelke van Stene dat nu nog vliegt rond het graf van zijn broer pastoor Jozef Gezelle van Stene.

Lionel Dewulf

Lees meer

De spirituele dimensie in de zorg brandend houden © Freepik
readmore

Beroepsvereniging Zorgpastores

icon-icon-information
Cover van het boek Zeven kruiswoorden, verhalen uit de spirituele zorg © Otheo
Lees meer

Lanceringsavond boek Zeven kruiswoorden

icon-icon-evenement
Een gedeelde missie voor alle gedoopten
readmore

Gebedsintentie paus oktober 2024: voor een gedeelde missie

icon-icon-inspiratie

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook