Ik denk dat voor de meesten van jullie de Heilige Laurentius een heilige is van wie je de naam wel eens hebt gehoord, maar daar blijft het misschien bij. Natuurlijk voor de meesten, maar niet voor iedereen. Zo weet ik uit goede bron dat een zekere Ghislaine S. in een Sint-Laurentiuskerk getrouwd is, die van Kozen. Echter, ik ben zeker dat er nog minder mensen weten wie of wat of waar Kozen is of ligt dan dat ze de Heilige Laurentius kennen. Maar dit geheim − laat ik het een geheim noemen − dat moeten jullie zelf maar opzoeken of aan Ghislaine S. vragen.
Dat de redactieploeg aan mij heeft gevraagd om een artikel over deze heilige te schrijven is vermoedelijk omdat Laurentius, tezamen met Stefanus, een patroonheilige van de diakens is. Stefanus zouden jullie wel moeten kennen, want hij is de eerste martelaar van het christelijke geloof, zoals vermeld in hoofdstuk 7 van het boek Handelingen. In hoofdstuk 22 van Handelingen kun je ook lezen dat de apostel Paulus medeverantwoordelijk was voor zijn dood.
Laurentius is wel iets jonger dan Stefanus. Hij is ongeveer in het jaar 225 geboren in Huesca (Spanje) en oefende in Rome het ambt van diaken uit tot 10 augustus 258. Het is bekend dat er in de derde eeuw in Rome 46 priesters waren, daarnaast zeven diakens en zeven subdiakens. De aartsdiaken (gevolmachtigde van de bisschop en verantwoordelijke voor de verdeling van de giften) Laurentius heeft naast zijn kerkelijk administratieve taken ook zijn werk met het ondersteunen van de 1500 weduwen en noodlijdenden.
In 257 ontneemt de toenmalige keizer Valerianus I de christenen niet alleen het recht op vergadering, hij sluit ook hun godshuizen en verbiedt ze hun eigen begraafplaatsen, ook bekend als catacomben, te gebruiken. In 258 draagt paus Sixtus II toch de eucharistie op in de catacomben van Pretextatus, die zoals alle catacomben buiten de muren van Rome liggen aan de Via Appia − in de onmiddellijke omgeving van andere bekende catacomben zoals die van Callisto en San Sebastiano. Sixtus wordt verraden en op 6 augustus samen met vier van de zeven diakens ter dood gebracht.
Laurentius wordt gevangen genomen, maar niet meteen ter dood gebracht. Keizer Valerianus eist van hem dat hij eerst alle rijkdommen van de kerk, de kostbare gouden en zilveren vaten en ook de heilige boeken die onder zijn hoede zijn gesteld, aan hem overhandigt. Als Laurentius verlof vraagt om het gevraagde op te halen, besteedt hij zijn tijd nuttig door alles wat er is aan de armen uit te delen. Als hij met lege handen maar met een grote groep arme mensen terugkeert bij zijn rechters verklaart hij, wijzend op de stoet van mensen: ‘Zie daar de schatten van de Kerk.’ Omdat ze hem niet geloven, wordt hij gegeseld, maar ook dat maakt hem niet loslippig. Dan wordt besloten hem op een rooster boven een vuur te folteren. Volgens een legende zou hij toen gezegd hebben: ‘Ik ben al gaar, keer mij om en eet me op.’ Mogelijk is hij tijdens deze foltering gestorven, maar waarschijnlijker is het dat hij ten slotte onthoofd is. Een aanduiding hiervoor is dat de relikwie van zijn hoofd apart bewaard wordt (in de pauselijke kapel San Lorenzo in Palatio ad Sancta Sanctorum, vlak naast de Sint-Jan van Lateranenbasiliek) van de rest van zijn lichaam (in de pelgrimskerk San Lorenzo fuori le Muri). In dezelfde crypte ligt ook het lichaam van de H. Stefanus, in de 6de eeuw overgebracht naar Rome. Volgens de vrome overlevering deed het lichaam van Laurentius in de crypte spontaan een stap opzij om ruimte te maken toen het lichaam van Stefanus in de tombe werd gelegd. Hierom kreeg Laurentius de bijnaam ‘de beleefde Spanjaard’.
Tijdens onze recente Romebedevaart hebben François, Ute en ik de zeven pelgrimskerken bezocht en dus ook San Lorenzo fuori le Muri, maar de pauselijke kapel met de relikwie van zijn hoofd, dat elk jaar op zijn naamdag 10 augustus aan de gelovigen wordt getoond, hebben we gemist. Een reden om een van de volgende jaren toch nog te proberen terug naar Rome te gaan/wandelen/fietsen/vliegen.
Diaken Dirk, met dankbaar gebruik VanWikipedia