Deze woorden klinken je wellicht bekend. Ze komen uit de mond van Jezus en we kennen de antwoorden van de leerlingen. Het is ook de titel van een boek van de Nederlandse dichter en schrijver Willem Jan Otten. In drieëndertig essays laat hij zien hoe Christus, zelfs al valt zijn naam niet, blijft opduiken in films, romans, muziek. In de gestalte van een tuinman, van een pasgeborene, in Harry Potters leraar en in de melodielijn van Olivier Messiaen. De schrijver onthult en doordenkt de uiteenlopende antwoorden van kunstenaars op deze vraag, die Jezus ooit aan zijn leerlingen stelde ‘Kortom’, aldus Otten, ‘het verlangen om Jezus ergens te ontwaren is gebleven’. Alle essays zijn verlucht met iconische beelden van kunstenaar Paul van Dongen. Ik kreeg het boek een paar maanden geleden cadeau van een vriend en ik ben er helemaal weg van. Het is van het beste dat ik ooit las rond de figuur van Christus in hedendaagse context. Vooral de heldere en fijne manier waarop hij bij anderen een heenwijzing naar Christus duidt wekt bewondering. Essays van 2 à 3 pagina’s die je als smaakvol vitamientje tot jou kan nemen. Eentje met een keer om de verwondering en de rijkdom van wat hij ontvouwt wat langer te laten hangen. In het evangelie komt dan een volgende vraag van Jezus: ‘Wie zegt Gij dat Ik ben?’ Die vraag kan de schrijver niet voor mij beantwoorden. Ik moet er zelf een antwoord op geven. En dat zal wellicht anders klinken doorheen de jaren en de tijd. Dat mag gerust maar Hij verwacht van mij een eerlijk en persoonlijk antwoord…