Op Aswoensdag hebben we de veertigdagentijd ingezet, een tijd om dichter bij God, bij onze naaste en onszelf te komen. Om naar onze binnenkamer te gaan en te kijken hoe we leven, hoe onze relatie met God, onze medemens en onszelf is. Het is ook een kans tot ommekeer, om anders te gaan leven. Bij de start spoorde Paulus ons in de 2e lezing van die dag aan: ‘Ik smeek u, laat u met God verzoenen, nu is het de gunstige tijd’. Een oproep die niet mis te verstaan is: ‘kom naar God en maak er nu werk van’.
Verzoenen
In dit woord zit ook ‘zoen’ in en dat heeft alles met de liefde te maken. Je geeft een zoen aan iemand die je kent en je wordt gezoend door mensen die je beminnen. God wil ons op zijn beurt zoenen, ons omhelzen. Maar het gebeurt dat we ons uit zijn armen losrukken en weglopen. We willen liever onze eigen zin doen en op eigen benen staan. Een beetje zoals een kind dat geen hulp of goede raad van de ouders wil aannemen. Met een bluts en een buil ondervindt het dan dat dit niet zo best afloopt en het zich wenend in de armen van mama of papa werpt. Ook God wacht wel geduldig tot we op onze stappen terugkeren.
Parabels
In de parabel van de verloren zoon (of de barmhartige vader) komt de jonge man met hangende pootjes terug naar huis, berooid en beschaamd als hij is. Zijn vader stond al op de uitkijk of hij hem nog niet zag. Is het je al opgevallen dat de vader zijn zoon niet de les spelt, hem niet vraagt waar hij al die tijd heeft uitgehangen en zijn vermogen heeft verspeeld. Geen woord daarover maar wel vreugde omdat zijn zoon leeft. Jezus vertelt nog andere parabels zoals de vreugde over het verloren schaap of de verloren drachme die teruggevonden worden. Gods vreugde is immens als we ons laten vinden. Ons laten vinden in onze gebrokenheid met onze donkere en zwakke kanten. Dan is God op zijn best. Dan omarmt Hij ons nog meer.
Zware rugzak
Of de zoon ook met een zware rugzak op de schouders liep weten we niet, maar het was zeker een zware last die zijn gemoed bezwaarde op weg naar huis. Het was met lood in de schoenen. Op onze stappen terugkeren, ons verzoenen met iemand, ook met God, is niet makkelijk. We zoeken naar de juiste woorden en voelen ons heel klein. Met net het uitspreken van wat op ons hart ligt, op onze maag, bij iemand die ons niet oordeelt maar vergeeft, is zo helend. Het is als een zware rugzak van je schouders halen, je voelt je zo weer groeien. Het is net dit dat God beoogt: ons laten groeien als mens, ons optillen en groter maken. Ons weghalen uit wat ons kleinen gevangenhoudt.
God kent ons, lees ‘God bemint ons’
De veertigdagentijd is dé gelegenheid om ons met God te verzoenen, in een verzoeningsgesprek, in het sacrament van de verzoening. ‘Wat moet ik daar dan gaan vertellen’ denk je misschien? Niet veel, gewoon erkennen dat je Gods barmhartigheid nodig hebt en zeggen dat je een nieuw begin wil maken. God kent ons beter dan wij onszelf kennen. Eén woord van ons is al genoeg om zijn liefde los te maken. Gun jezelf en God die vreugde van verzoenen.
Pastor Guido