In 2014 maakten we met een groep mensen van de toenmalige pastorale eenheid Betlehem een reis door Palestina en Israël, onder leiding van broeder Jakob en priester Marcel Cloet. We maakten er kennis met verschillende organisaties en individuele mensen die een langjarige ervaring van leven, wonen en engagement in de Palestijnse gebieden hadden. Door hun uitleg en hun verhalen hielpen zij ons enig inzicht te krijgen in wat een leven onder Israëlische bezetting betekent.
DCI-Palestine
Een van de meest beklijvende ontmoetingen was met een vertegenwoordiger van Defence for Children International – Palestine (DCIP), in hun kantoor in Ramallah. De man schetste een beeld van wat het betekent om als Palestijns kind op te groeien tussen soldaten en illegale zionistische nederzettingen. Een jonge tiener – een kind vaak nog – kan op straat opgepakt en afgevoerd worden door tot de tanden bewapende soldaten, terwijl jonge kolonisten grijnzend staan toe te kijken.
Tijdens een nachtelijke militaire inval kan een jongen van zijn bed worden gelicht, terwijl zijn ouders, die onder schot worden gehouden, machteloos staan. Voor veel kinderen, vooral in Hebron, is de dagelijkse gang naar school een traumatische ervaring. Ze moeten de scheldpartijen en bespuwing door kolonisten trotseren en worden soms met dingen bekogeld.
Soms wordt een school direct aangevallen. Of gewoon vernield. Ouders komen maar met de grootste moeite, of misschien helemaal niet, te weten in welke Israëlische gevangenis of militair detentiekamp precies hun kind opgesloten zit. Deze jongeren worden dus ondervraagd zonder ouderlijke begeleiding of juridische bijstand, krijgen nauwelijks bezoek en ondergaan psychologische foltering.
Allemaal illegale praktijken. Deze en nog zoveel meer hebben al vele jaren plaats. Dit is niets nieuws. Eveneens al die jaren al komt DCI-P (gesticht in 1991) op voor de verdediging van het kind. De organisatie documenteert alle feiten, houdt de cijfers bij van arrestaties, vrijlatingen, veroordelingen, aantallen kinderen in detentie … Ze onderzoekt de omstandigheden en stuurt rapporten de wereld in, opdat er een eind gemaakt zou worden aan dit onrecht en de systematische schending van de Rechten van het Kind.
En nu?
Na de uiteenzetting in het kantoor van DCI-P kwamen wij diep ontdaan en geschokt buiten, velen onder tranen. Het leek zo uitzichtloos allemaal. Maar DCI-P blijft, ondanks de beperkte resultaten en de nog toegenomen tegenwerking, vechten voor de rechten van het kind.
Het is dan troostend te weten dat Broederlijk Delen partner is van DCI-P. En dat wij via Broederlijk Delen deze moedige mensen kunnen steunen.
Hilde Baccarne