Boodschap van Marguérite aan Het Legioen Kleine Zielen voor mei 2026!
J = Jezus zegt.
M = Marguérite zegt.
1992
7 mei 1992
M De Vreugde van God is mijn vreugde. Vreugde die niet gevoeld wordt, want de stilte is volledig. De dorheid, de onmacht, de leegte, maar steeds blijft het willen in mij. Ik moet al mijn daden aan de Heer toewijden, hoe klein ze ook zijn, want Jezus mengt er een parfum in van zuivere liefde. God is gelukkig door de getrouwheid van de wil tot liefde die de aanwezigheid van zijn kind opeist. Maar de smarten van mijn Jezus zijn ook de mijne en ik wil Hem troosten, maar wat betekent die "ik wil" terwijl mijn hart volkomen leeg is en verlangt eerder datgene te ontvangen dan te geven wat nu juist ontbreekt. Ik herleef nu het deugddoend moment dat ik gisteren, samen met mijn Pater, in Tongeren doorbracht aan de voeten van het goddelijk Kind. Ik heb daar vurig gebeden om de bescherming van de Kleine Koning af te smeken.
J Wees de stem van uw God om te waarschuwen dat de tijden ernstig zijn.
M Heer, ik kom om uw Wil te volbrengen...En zie uw Wil vandaag bestaat erin mij getuigen van Jehova te zenden. Innerlijk gebed onderbroken: zo hebt Gij het gewild. De tijd is verstreken en ik moet U verlaten, maar Gij weet best dat ik aanwezig blijf inde volheid en in de naaktheid van de geest. Ik bemin U!
O mijn hart! mijn hart! gaat gij eindelijk het Alleluja van de goddelijke Liefde zingen, dat Hij verwacht van zijn kindje
1992
9 mei 1992
M Ik denk aan mijn verleden, niet om te treuren, maar om God te danken, en ik zeg bij mezelf dat ik helderheid moet zijn in de grote helderheid van God. Ik open lukraak de Bijbel: 2 Kor 3,16-4,6 en mijn beslissing is genomen : “Telkens als iemand zich bekeert tot de Heer, wordt de sluier verwijderd... en waar de Geest des Heren is, daar is vrijheid. Ons allen is het gegeven met onverhuld gelaat de glorie van de Heer te aanschouwen en zo herschapen te worden tot steeds heerlijker gelijkenis met Hem... Wij hebben heimelijkheid en schaamte verworpen, wij gaan niet met sluwheid te werk, wij vervalsen Gods woord niet. De openlijke verkondiging van de waarheid is onze aanbeveling bij alle mensen die ons voor het aanschijn van God willen beoordelen. En als er nog een sluier ligt over de Boodschap die wij verkondigen, dan alleen voor hen die verloren gaan, voor de ongelovigen, wier geest door de god van deze wereld zozeer is verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het Evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God... Dezelfde God die gezegd heeft: 'Licht moet schijnen in het duister', is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus.”
Daarom verlang ik al zo lang dat mijn Pater grondig het kleintje leert kennen dat hem is toevertrouwd, niet alleen sinds haar bekering maar ook voordien, toen ze nog niet herboren was tot de genade.
Zo zal er geen enkele schaduw meer overblijven en mijn ziel zal schitteren in het licht en de erkenning van de wonderen die mijn Heer heeft verricht in zo'n klein armzalig schepseltje. Alleen mijn Pater mag zo ver gaan in mijn verleden. Hij heeft er het recht toe, en niemand anders dan hij zal ooit weten wat ik hem wil zeggen.
Ik lees de Boodschap van 22 januari 1979: "Ik voel me als een spons doordrenkt van liefdewater. Een spons die Jezus voortdurend uitknijpt over de wereld; en telkens opnieuw. Als de laatste druppel eruit weggevloeid is, dompelt Hij ze in dezelfde wateren, om de bezoedeling van de zielen af te wassen en te reinigen." (Sacrament van de Verzoening).