De twee wegen 1 | Kerknet
Overslaan en naar de inhoud gaan

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
kerknet
  • Hulp
  • Startpagina portaal
  • Mijn parochie
  • Aanmelden of registreren
Menu
  • Startpagina
  • Kerk
  • Vieringen
  • Shop
  • Zoeken
Legioen Kleine Zielen

Legioen Kleine Zielen

  • Startpagina
  • Contacten
  • Zoeken
  • Meer
    • Zoeken
    • Welkom Over onze profielfoto Marguérite Eilandjes Heilig Uur Agenda Nieuws Wie zijn we Thérèse van Lisieux Hoogdagen Contact Pelgrimage
      Medjugorje 2025Chèvremont en MoresnetHalle 2025
      Conferentie
      EngelenDe twee wegen 1
      Gebeds- en bijbelplaatjes Boodschappen Stella LKZ Nederland LKZ sympatiseert
      RozenkransClaraLKZ FacebookLenneke Mare
Deel op Facebook
Deel op Twitter
Deel via e-mail
Conferentie door E.H. P. Van De Kerckhove © Chris De Groote
Welkom Over onze profielfoto Marguérite Eilandjes Heilig Uur Agenda Nieuws Wie zijn we Thérèse van Lisieux Hoogdagen Contact Pelgrimage
Medjugorje 2025Chèvremont en MoresnetHalle 2025
Conferentie
EngelenDe twee wegen 1
Gebeds- en bijbelplaatjes Boodschappen Stella LKZ Nederland LKZ sympatiseert
RozenkransClaraLKZ FacebookLenneke Mare

De twee wegen 1

Laatste aanpassing op dinsdag 17 februari 2026 - 23:22
De twee wegen, deel 1 van deze conferentie. Ging door op, zaterdag, 25 oktober 2025, Maleizen bij Overijse.


De twee wegen, deel 1 van deze conferentie. Ging door op, zaterdag, 25 oktober 2025, Maleizen bij Overijse. Een conferentie met als basis, uittreksels uit het boek “de Messias en zijn werk”, door E.H. Peter Van de Kerckhove.

De algemene inleiding handelde over de fundamenten van de Bijbelse moraaltheologie en de eschatologische oriëntatie ervan. Wat ons zieleheil betreft, zijn er slechts twee uitersten: hemel of hel. Ofwel werken we voor de redding van onze ziel of werken we voor de verdoemenis ervan.

Zoals er twee uitersten zijn, zo zijn er ook twee wegen die leiden naar die uitersten: de weg van het leven en de weg van de dood! Er zijn geen drie of vier wegen en er is ook niet slechts een weg (“iedereen gaat naar de hemel” denken de modernisten).

Er zijn twee wegen. Daarover gaat het in hoofdstuk 1. We behandelen: A) de constante leer van de twee wegen doorheen de bijbel, zowel in het oud als nieuw testament en trekken deze leer door op het vlak van deugden en ondeugden; B) de Bijbelse moraal over de zonde.

 

Affiche, de twee wegen © Chris De Groote


A. 1. De “twee wegen leer” is de samenvatting van de hele Bijbelse moraal.

Er zijn twee wegen die tot twee uitersten leiden (Grieks eschaton, betekent uiterste, einde).

Bijgevolg zijn er twee wegen die in escatologische zin tot het uiterste leiden: enerzijds is er de weg van het moreel goede die leidt tot de hemel, anderzijds is er de weg van het moreel slechte die leidt tot de hel. Enerzijds is er de weg van de christelijke moraal die leidt naar de hemel. Anderzijds is er de moraal zonder God of de tien geboden van God. Het is de weg van de mens die zichzelf tot God maakt en zichzelf beschikt, die gelooft in wat hij zelf wil of die in niets gelooft, de weg van de mens die zelf beslist en hoe hij leeft of wat hij doet.

In het Evangelie leert de Heer Jezus hetzelfde. Er is de smalle weg die leidt naar het leven en er is de brede weg die leidt naar de verdoemenis. Er zijn geen vijf of zes wegen. Niet alle godsdiensten zijn wegen die leiden naar onze hemelse eindbestemming. In het Evangelie maakt de Heer Jezus ons duidelijk dat er maar één weg is naar de hemel en Hij leert: “Ik ben de Weg en niemand komt tot de Vader dan door mij”. En de apostel Petrus leert ons dat er “maar één naam is die gegeven is onder de hemel waardoor we moeten gered worden, Jezus Christus”!

 

Conferentie De twee wegen 1 © Chris De Groote


2 Maar eigenlijk vinden we die leer van “twee wegen” als een constante leer terug doorheen heel de Bijbel.

Vanaf het eerste Boek, Genesis, hoofdstukken 2 en 3, tot het laatste boek van de Bijbel, de Apocalyps, doorheen de psalmen en de profeet profetische boeken, doorheen de Evangeliën en de Brieven van de apostelen, overal komt de “twee wegen leer” terug als dé constante morele leer van de bijbel.

Reeds in het Oud Testament herhaalt dat er “leven en geluk” is voor wie het goede doet, voor wie de geboden van God onderhoud. Maar “dood en ongeluk” wacht diegene die het kwade doet, wie de geboden van God bracht en overtreedt. In het Hebreeuws wordt het woord “geluk” of “goed” met hetzelfde woord uitgedrukt, (yatav: gelukkig zijn, het goede doen): Deutronomium 12,25-28 belooft het geluk voor wie doet wat goed is in de ogen van God. Jeremia 6,16 zegt “voeg de weg van het goede. 7,23 God zegt “volg de weg die ik jullie wijs en ge zult gelukkig zijn”. Jeremia 21,8 de weg van het leven. Prov. 28,6 de weg van de dood. Er is de weg van God dit is de wil van God en zijn geboden die we moeten onderhouden.

 

Boek ‘de Messias en zijn werk © Chris De Groote


De “twee wegen leer” is een constante morele leidraad doorheen de Bijbel.

1, Het begin ervan ligt in Genesis waar sprake is van de boom met de kennis van “goed en kwaad”.

God had aan de eerste mens verboden om de vrucht van deze boom te eten, want volgens Gen. 2,17 zou de mens door het eten ervan onherroepelijk sterven. Maar de slang, in feite een instrument van satan, zal onze eerste ouders door een afschuwelijke list ten val brengen (Gen. 3,5: ge zult de gelijke zijn van God door de kennis van goed en kwaad. Cfr. 3,22). De zondeval van onze eerste ouders was een overtreding van het verbod van God.

Hoogmoed leidt tot ongehoorzaamheid. De eerste mens heeft zijn vrije wil misbruikt tegen God.

 

God heeft de mens verbannen uit het aards paradijs, maar hij deed een belofte waarin de twee wegen leer vervat ligt. Tot de slang sprak God: “ik zal een vijandschap plaatsen tussen u en de vrouw, tussen uw nageslacht en haar nageslacht. Hij zal u de kop verpletteren”.

Er zal doorheen de geschiedenis een vijandschap staan tussen de rechtvaardigen en de bozen, Maria en satan, tussen Christus en de anti-christ die de Christenen vervolgt. Er is een strijd tussen goeden en slechten. Deze strijd zal duren tot het einde van de wereld. 

De eerste mens was tot het inzicht gekomen van wat kwaad was, nl. het overtreden van Gods gebod. Het was het begin van een strijd tussen de vrouw en haar nageslacht tegen satan en zijn aanhangers.

In de loop van de geschiedenis zal God steeds rechtvaardigen doen opstaan die ons het goede voorbeeld geven, te beginnen met de rechtvaardige Abel. Nadien Abraham, Isaac en Jacob en Mozes. Aan Mozes zal God zijn wet geven. Alles wat moreel goed is, is conform met de tien geboden en leidt tot het leven.

 

Genesis in de Bijbel © Chris De Groote


(1) nota over de historiciteit van de erfzonde.

Voor de uitleg over de erfzonde verwijs ik de lezer naar het boek “de Messias en zijn werk, deel 1”. De erfzonde is een historisch feit. Zonder dit historisch feit wordt de hele verlossingsleer absurd. Jezus heeft zijn leven gegeven als losprijs voor velen. De mensheid bevond zich in een toestand van slavernij, in een zondetoestand waaruit we bevrijd werden door Jezus Christus. In de moderne moraal wordt de erfzonde als historisch feit ontkend en de dood wordt uitgelegd als iets natuurlijks. De menselijke problemen komen voort uit onze menselijke natuur die door God werd geschapen met zijn gebreken. Maar deze visie staat haaks op de Genesisopenbaring. De moderne theorie druist in tegen het geloof in de erfzonde en tegen het geloof in de verlossing door Jezus Christus. Vooral de moderne evolutieleer bedreigd het geloof in de schepping van de mens die geschapen werd naar het beeld van God. Maar de eerste mens wilde zijn als God en het hogere gezag van God verwerpen. Satan was door zijn hoogmoed uit de hemel verbannen. Adam en Eva worden door hun hoogmoed uit het aards paradijs verbannen. Maar door de nederigheid zal Christus die het beeld van God is de overwinning behalen en de mens verlossen en zijn gelijkenis met God tot een hoger niveau brengen.

 

(2) Nota over de kennis van goed en kwaad:

Over de kennis van goed en kwaad in het Bijbelse paradijsverhaal bestaan vele theorieën. Malcolm Clarke (Journ. Bibl. Lit. 88) maakte er een uitvoerige studie over.

  • de uitdrukking “kennis van goed en kwaad” kan een juridische betekenis hebben. Om een goed oordeel te vellen moet men een onderscheid maken tussen goed en kwaad. (II Sam. 14,17). Zo zal ook Christus op het einde van de wereld als Opperrechter optreden en de goeden van de slechten scheiden.
  • De uitdrukking kan ook een “merismus” zijn, twee tegengestelde begrippen die een totaliteit uitdrukken. Bijvoorbeeld, hemel en aarde voor de gehele schepping, goed en kwaad voor het geheel van alle kennis.
  • Goed en kwaad kunnen ook morele termen zijn. “Goed” leidt tot het doel waarvoor God ons geschapen heeft. “Kwaad” wendt ons af van dat doel. Christus zal op het einde van de wereld de goeden van de slechten scheiden. Het laatste oordeel is de voltooiing van het drama dat begonnen was in Genesis.
  • de uitdrukking heeft niets te maken met een sexuele relatie tussen Adam en Eva. Er is hierover heel wat nonsens geschreven ook door rabbijnen. De vrucht van de boom zou een aphrodisiacum geweest zijn, zoiets als een viagra-pil!! Maar deze theorie staat in contrast met Genesis zelf waar staat dat de mens door het eten van de vrucht de gelijke van God zou worden. God is een zuivere Geest. Ook is het in strijd met de passage die zegt dat God aan de mens het bevel gaf om zich te vermenigvuldigen. Adam en Eva werden uit het aards paradijs verbannen na hun zondeval. Gen. 4,1 zegt echter dat Adam gemeenschap had met Eva ("kennen" in sexuele zin) nadat ze reeds uit het paradijs verbannen waren. Derhalve kan de zonde van Adam en Eva niets te maken hebbenmet een sexuele relatie. Bovendien heeft het ww. yada'a (kennen) meestal de betekenis van weten, kennen, inzien. Zelden wordt het ww. gebruikt in de betekenis va een sexuele relatie of van sexuele gemeenschap (Gen. 4,1). 
  • Men vergelijkt soms het Genesisverhaal met het Gilgamesh-epos (1,29; IV,34) waarin kennis van goed en kwaad wordt uitgelegd als kennis door sexuele relatie waardoor mens dezelfde scheppingsmacht heeft als God. Maar het Gilgamesh epos is degeneratie van een oeropenbaring die het best bewaard werd in het bijbels verhaal. De mens geeft het leven door, hij heeft het niet geschapen. Alleen God is Schepper het leven. Er is een tekst van Qumran (IQ S a Kol 1, 9-11) waar staat dat de man geen seks mag hebben met zijn vrouw tot hij onderscheid kan maken tussen goed en kwaad jaar!). Maar kennis van goed en kwaad is een hier moreel begrip en het heeft maken met kennis door sexuele relatie. Het gaat hier om de kennis van de normen, kennis van de esseense moraal van het huwelijk.
  • De beste interpretatie is nog altijd de morele: de mens wilde een autonomie verwerven en zelf bepalen wat goed en kwaad is, zonder of in strijd met de bepalingen van God. De boosheid van de mens maakt dat hij het goede als beschouwt en het kwade als iets goeds. De objectieve moraal van God word door een subjectieve moraal van de mens en leidt tot immoraliteit. boosdoeners vrijgepleit (met corrupte advocaten) en worden rechtvaardigen: onschuldigen veroordeeld door laster en eerroof. In de moderne moraal wordt het kwaad geminimaliseerd. In de seculiere moraal van de vrijmetselarij is "kwaad alles wat de menselijke vooruitgang tegenwerkt, "goed" is alles wat de menselijke vooruitgang vooruithelpt, ook al is dit tegen de geboden van God. 
  • Deut. 30,15-20 spreekt van leven en geluk, dood en ongeluk. Het goede is God beminnen en zijn geboden onderhouden. "Leven en dood, zegen en vloek houd ik U voor" zegt God.

 

Over "goed en kwaad" is er sprake op andere plaatsen in de Bijbel. Vooral bij de profeten wordt ons geleerd om het "goede te verkiezen" en "het kwade te verwerpen". Jes. 7,15; Amos 5,14 “zoek het goede en niet het kwade en ge zult leven". Ook in de Wijsheidsliteratuur komt “goed en kwaad" menigmaal voor. Het boek Prediker (Kohelet) zegt in 12,14 dat God zal oordelen over elke daad, zowel het goed als het kwade. Hetzelfde wordt ons geleerd in het Nieuw Testament.

 

Christus in de tuin van Maleizen © Chris De Groote


Tenslotte is Hij gekomen die dé rechtvaardige bij uitstek zal zijn en die de Belofte van Gen. 3,5 zal vervullen en de machten van het boze zal vernietigen. De vrouw is Maria en haar nageslacht is Jezus Christus. Hij heeft ons de belofte van het eeuwig geluk in de hemel herhaald en ons verdiend door zijn Kruisdood.

De weg van het moreel goede leidt tot het eeuwig leven en deze weg bewandelen vraagt offers zoals Christus zelf leert. Het kruis van Christus is de nieuwe levensboom van waar we de vrucht ontvangen die het eeuwig leven geeft door de sacramentele genaden. Onze houding tegenover het teken van het kruis openbaart de gezindheid van de harten, de gezindheid van de goeden en de boosdoeners, de gezindheid van vrienden en vijanden van het kruis.

 

De twee wegen leer is de leer over twee wegen die in eschatologische zin leiden tot twee uitersten: de weg naar het leven en naar de hemel of de weg naar de dood en de hel! We geloven dat de weg naar de hemel voor ons gebaand werd door Jezus Christus en zijn Kruisoffer. Door Christus' kruisoffer hebben we toegang gekregen (gr. eisodos εισοδος) tot het eeuwig leven in de hemel (Hebr. 10,19: de vrije toegang tot het heiligdom van de hemel).

De weg van het goede is de weg van de navolging van Christus (Joh. 14,6). Daarom is het een "heilige weg" want het is de weg van de heilige en rechtvaardige bij uitmuntendheid, Jezus Christus. Hebr. 6,19-20 leert dat het O.T. uitgesloten bleef van de toegang tot de hemel. Maar in het N.T. hebben we er toegang toe gekregen door het geloof in Christus als Verlosser en door het navolgen van zijn voorbeeld. Hij is ons als voorloper voorgegaan, zijn kruis dragend en volgens I Petr. 2,21-25 moeten wij in zijn voetstappen treden.

 

Dit is ons geloof en onze hoop is erop gevestigd. Voor wie gelooft is er de redding (wie zijn aards leven verliest en verzaakt aan zijn zondig leven, die zal het eeuwig leven vinden (cfr. Matth. 10,39).

Maar voor wie afvallig wordt van dit geloof is er de verdoemenis (wie blijft vasthouden aan zijn zondig leven die zal het eeuwig leven niet erven. Cfr. Luk. 9,23-24).

 

Voor wie het goede doet met volharding is er het eeuwig leven (Rom. 2,7-10) maar voor wie de waarheid verwerpt en de ongerechtigheid doet wacht kwelling en benauwdheid. Rom. 6,23 leert dat het loon van de zonde de dood is. Het gaat hier om de dood van de verdoemenis.

 

Psalmen in de bijbel © Chris De Groote


In Psalm 25,12-13 wordt geleerd dat de weg van God leidt naar het eeuwig geluk (hebr. tôv) in het land. Het land is het beloofde land of het land van Israël. In Christelijk perspectief is dit het beloofde land van de hemel.

Psalm 25 staat heel dicht bij de eschatologie van het Evangelie. De Weg van God is de weg van de geboden van God (Psalm 25, 9-10) die de armen gaan, d.i. de vrome rechtvaardigen.

 

De "armen" zijn volgens psalm 22,27 en 34,3 de nederigen die zich tegenover God gedragen als de arme tegenover de rijke, dus in een onderdanige positie. Het gaat om de vrome die Gods wil zoekt.

"Ze zullen eten en worden verzadigd. Voor immer zullen ze leven", zegt psalm 22,27.

 

"Eten en verzadigd worden" doet ons denken aan de zaligspreking volgens Lukas 6,21: "zalig die nu hongeren, jullie zullen verzadigd worden".

Het is bij Lukas een metafoor voor diegenen die veracht worden en vernederd omdat ze de wil van God willen doen. Ze zullen verzadigd worden in de hemel.

 

"De nederigen worden verheven door God, zij die hongeren zullen verzadigd worden met goede dingen" zegt Maria in haar Magnificat (Luk. 1, 53b-54). De rijken, zij die zelfvoldaan zijn, zijn de hoogmoedigen (Magnificat Luk. 1, 51.53; Luk. 6, 24). Ze zullen niet verzadigd worden.

 

De goede dingen (gr. ta agatha) zijn in het N.T. vaak de geestelijke goederen, de heilsgoederen van de Messias. De betekenis is dezelfde als de zaligspreking bij Mattheüs 5,6. De beloning is in beide het verzadigd worden in het eeuwig leven. De betekenis is zowel bij Matth. als bij Luk. eschatologisch.

Men begrijpt dit beter tegen de achtergrond van Psalm 22,27 en tegen de achtergrond van psalm 107,5- 6. 9 (Gr. versie 106,9) waar sprake is van de zielen die dorsten en hongeren en verzadigd worden met goede dingen. In het O.T. verwijst de term "goede dingen" vaak naar een geluk in dit leven.

 

Maar in eschatologische zin betekenen de goede dingen (hebr. tôv/ gr. ta agatha) het heil (Rom. 10,15 citeert Jes. 52,7 die het heil heeft voorspeld), de verlossing door de Messias, de heilsgoederen waarvan de H. Geest het principe is. De H. Geest is het goede bij uitstek (Lukas 11,13). In Hebr. 9,11 zijn de "de goede dingen" de eeuwige verlossing en het eeuwig leven in de hemel. Ook in Hebr. 10,1; de toekomstige goederen zijn de messiaanse heilsgoederen.

 

De messiaanse heilsgoederen worden niet bekomen tegen betaling! Ze worden gratis geschonken. Jesaja 55,1-3 zegt dat luisteren naar het woord van God is als gratis eten en drinken. Keer terug tot de Weg van God en ge zult vergeving krijgen en ge zult leven. Apoc. 22,17 zegt dat het water dat leven geeft gratis is.

 

De Weg van God is hetzelfde als de weg van de geboden van God (Ps. 128,1). De Weg van God identificeert zich met zijn Wet (Ps. 119,25.30.32). Zalig wie de Weg van de Heer gaat, hij zal leven.

 

De twee wegen leer is de leer over twee levenswijzen, de ene volgens de geboden van God, de andere zonder de geboden. De éne is de weg van de deugdzaamheid die leidt tot het heil, de andere is de weg van de boosdoener, de weg van het bederf die leidt tot de verdoemenis.

 

Psalmen in de bijbel © Chris De Groote


De "twee wegen leer" is het centrale thema, de rode draad doorheen het boek van de Psalmen.

 

We vinden het thema vanaf psalm 1: "met zorg volgt de Heer de weg der rechtvaardigen, de weg van de zondaars loopt uit op niets" (1,6). Verder in psalm 9: "God vernietigt de bozen maar de arme wordt nooit vergeten", Psalm 10: "God vergeldt de misdaad van de boze, maar Hij doet recht aan verdrukten." Psalm 37: "wie door de Heer gezegend wordt bezit het land, de vervloekten gaan ten onder".

 

Ook in psalm 49 vinden we de twee wegen leer terug: "de weg van de overmoedigen is het dodenrijk, naar de staat van ontbinding, maar God haalt de vrome rechtvaardige terug uit het dodenrijk en koopt zijn leven vrij". Psalm 62: "God is het die aan ieder zijn daden vergeldt. Psalm 68: "de bozen kwijnen weg voor het aanschijn van God, maar de rechtvaardigen zijn verheugd en breken uit in jubel voor God".

 

Ook in psalm 73 bemediteren we de twee wegen leer: "God is goed voor de rechtvaardigen maar hij stort de boosdoener in het verderf. God is voor de vrome rechtvaardige het erfdeel voor altijd." Verder in psalm 75: "God breekt de hoogmoedige en veroordeelt de boosdoener voor eeuwig maar Hij verheft de rechtvaardige en de rechtvaardigen zullen jubelen in eeuwigheid". In deze psalm wordt gezegd dat de straf van de boosdoener en de beloning van de rechtvaardige eeuwig zijn.

 

In psalmen 91, 92 en 94 komt de twee wegen leer opnieuw aan bod. "God straft de boosdoener maar beschermt de vrome verdrukte". "Tot in lengte van dagen schenkt hij leven aan de rechtvaardige.

 

De boosdoeners vergaan voor altijd, de rechtvaardige groeit als een palmboom en schiet op als een libanotnceder." Voor de rechtvaardige brengt God vrede na kwade dagen (d.i. heil na een leven van onderdrukking), maar voor de boosdoeners wordt een kuil gegraven. God brengt de boosdoeners om vanwege hun slechtheid.

 

Doorheen het boek van de Psalmen is de twee wegen leer een onveranderlijke waarheid. God straft de boosdoeners en vernietigt hen tenslotte, maar de vrome rechtvaardige wordt beloond. Ook in psalmen 101, 107, 108, 109, 112 en 113 is deze leer aanwezig.

 

Wat meer is, reeds in de psalmen beperkt deze leer zich niet tot een louter aards perspectief. Het gaat niet om een louter aardse beloning of onheil, maar wel om de eeuwige zaligheid en de eeuwige verdoemenis die worden aangekondigd en die hun volle betekenis zullen krijgen in de Openbaring van het Nieuw Testament.

 

palm 139 spreekt over de twee wegen. De weg van de goddelozen en de weg die toekomst heeft. De weg die toekomst heeft is de weg van Hem die gezegd heeft ik ben de Weg, de waarheid en het leven". Ook psalm 145 eindigt in dezelfde meur: iedereen die Hem liefheeft houdt Hij in leven maar de boren verdelgt Hij Dit kan mem eschatologisch verstaan.

Psalm 147 zegt dat God een steun is voor de armen maar dat Hij de hoogmoedigen in het rand doet buigen. Dit gebeurt reeds tijdens het leven op aarde maar het betreft vooral het eeuwig leven of de seuwige verdoemenis.

 

Naardense bijbel, voorpagina © Chris De Groote


 

2. De twee wegen leer werd ook voorbereid in andere boeken van het Oud Testament. O.a.bij Jer. 21.8 " Ik laat u de keuze tussen de weg van het leven of de weg naar de dood". Deut. 11,26 "Ik houd u zegen voor of vloek.

Zegen als ge de geboden van God onderhoudt en vloek als ge de geboden van God niet onderhoudt". Deut. 30,15: "Ik heb u leven en geluk, dood en ongeluk voorgehouden." Verder ook in Jes. Sir. 2,12. Spr. 4, 18-19 "de weg van de rechtvaardige is licht, de weg van de goddeloze is duisternis, 12.28: 28, 6-28 etc.

 

Ook de Qumran gemeenschap was met deze leer vertrouwd en we vinden hem ook terug in de apocriefe geschriften het O.T.: o.a. het Testam. van Asser 1 spreekt over de "weg van het goede en de weg van het boze".

De slavische Henoch 30.15 spreekt over twee wegen van licht en duisternis. Ook de rabbijnen van de Talmoed kennen deze leer. De Talmoedtractaten Abboth en Berakoth spreken over de twee wegen, de ene naar de hemel en de andere naar de hel. Er is ook het talmoedtractaat “derech eretz” over de twee wegen, de brede en de smalle weg.

 

Evangelie volgende Matteüs © Chris De Groote


 

B. Deze constante leer is terug te vinden in de Evangeliën, de Handelingen en de Brieven van Apostelen en tot in het boek Apocalyps. We moeten doen wat goed is en vermijden wat slecht is.

 

In het Evangelie noemt de Heer Jezus zich "de Weg" (met lidwoord): "Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" (Joh. 14,6). "Niemand komt tot de Vader dan door Mij",

 

In de Bijbel is de Weg van God, de Wet van God, de geboden van God die we moeten onderhouden. Maar om in de hemel te komen moeten we niet alleen de tien geboden onderhouden, we moeten een Persoon volgen naar wiens leer en morele leer ("Weg" genoemd) we ons religieus en moreel leven moeten regelen.

Paulus schrijft dat we door Hem in één Geest toegang hebben tot de Vader (Efez. 2,18). De Weg die we moeten gaan is de weg van de Navolging van Christus. Het is de zekerste Weg om in de hemel te komen.

 

Jezus is "de Weg" maar ook "de Waarheid en het Leven". De Waarheid identificeert zich ook met de Wet en heel die Wet of die Waarheid wordt samengevat in één woord "Jezus". Hij heeft ons een voorbeeld gegeven en een leer verkondigd die we moeten volgen. Hij heeft ons eerst het voorbeeld gegeven, van nederigheid bij de voetwassing en daarna heeft Hij er de uitleg van gegeven.

Doe zoals ik U heb voorgedaan legt de Heer uit aan de apostelen en wees dienaren en geen machtswellustelingen. De "Weg" volgen is een leven leiden in navolging van Christus en de "Waarheid" is zijn voorbeeld en zijn leer die wij volgen.

 

Jezus leer is geen filosofie noch een theoretisch verzinsel, maar wel een theologische zekerheid, de door Jezus geopenbaarde Waarheid van God en dus de zékerheid waaraan we vasthouden. Het is de zekerheid dat we gered zijn door zijn Dood en Verrijzenis, dat we verlost zijn van zonde en de gave van het eeuwig leven hebben ontvangen.

 

De oudtestamentische moraal was inderdaad vooral een "geboden" moraal. De nieuwtestamentische moraal legt vooral de nadruk op de Navolging van Christus en op de genade van Christus die de innerlijke kracht is om zijn geboden te onderhouden.

 

Conferentie De twee wegen 1 © Chris De Groote


 

In het Evangelie volgens Mattheus 7 wordt de twee wegen leer als volgt verwoord: Ga binnen door de nauwe poort want breed is de weg die naar de ondergang leidt en velen zijn er die daarlangs gaan. Hoe nauw is de poort en hoe smal is de weg die naar het leven leidt en er zijn weinig mensen die hem vinden.

In Matth. 7, 17-19 geeft Jezus het voorbeeld van de goede en de slechte boom, een parabel die kan geïnspireerd zijn op psalm 1,3 waar de goede mens vergeleken wordt met een boom geworteld aan stromend water.

 

Zijn blad verwelkt niet. Psalm 1 gaat over de weg van de zondaars en de weg van de vromen en het kan de onderliggende inspiratiebron geweest zijn voor menig parabel van de Heer Jezus.

 

In Lukas 13 zegt de Heer Jezus: "doe uw best om door de nauwe poort te komen want velen zullen proberen binnen te komen maar er niet in slagen."

 

Op het einde van de wereld bij het laatste oordeel zullen goeden en slechten definitief gescheiden worden, zoals het onkruid van de tarwe gescheiden wordt bij de oogst. Dan zal de twee wegen leer herhaald worden door de Opperrechter.

Voor de schapen is er de eeuwige beloning in de hemel. Voor de bokken de eeuwige verdoemenis in het vuur van de hel. Volgens Matth. 13 zullen de boosdoeners in het vuur geworpen worden maar de rechtvaardigen zullen schitteren in het Koninkrijk van de Vader.

 

Evangelie volgende Matteüs © Chris De Groote


 

Er is nergens zo een duidelijk onderscheid tussen de twee wegen als in Mattheüs 25, een passage over het laatste oordeel. Volgens Matth. 25, 34.41 gaan de vervloekten naar het eeuwig vuur maar de gezegenden nemen bezit van het eeuwig Koninkrijk van de Vader dat bereid was van bij het begin.

 

Bij Matth. 25,1-12 lezen we nog de parabel van de wijze en de dwaze maagden. Vijf waren dwaas en vijf waren wijs. De helft was gered, de andere helft niet. Maar men mag aan bijbelse getallen niet altijd een te wiskundige betekenis toekennen. Breed is de weg naar de verdoemenis en velen gaan die en smal is de weg naar het leven en weinigen vinden hem. Velen staat hier tegenover weinigen terwijl in de parabel van de bruidsmeisjes de verhouding eerder fifty-fifty is! Ook in andere parabels spreekt de Heer over één op twee, dus de helft! 

 

Matth. 24,40 41: één op twee zal worden meegenomen, één op twee zal worden achtergelaten. Maar dit is een kunstmatige opdeling waaruit men niets moeten besluiten over het getal van de geredden of het getal van de verdoemden. Matth. 22,10 spreekt over de parabel van de genodigden op het feestmaal. Daar was één man die geen bruiloftskleed aan had en die werd buiten geworpen. Eén man is toch weinig vergelijking met de grote meerderheid die wel in de bruiloftszaal bleef

 

Nochtans eindigt deze parabel met de woorden "velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren". Zo waarschuwt ook de Heer Jezus in Matth. 7 "velen gaan de weg van de verdoemenis maar weinigen gaan de weg naar de hemel”.

 

Velen zijn geroepen betekent eigenlijk dat alle mensen geroepen worden tot het heil, want God wil toch het heil van alle mensen. Maar weinigen, een minderheid van de gehele mensheid, is effectief gered. Diegenen die gehoor geven aan de oproep van Jezus Christus en effectief leven volgens hun geloof en volgens de geboden van God zijn een minderheid over de gehele geschiedenis van de mensheid beschouwd, maar het is wel een meerderheid over de Kerk van Christus beschouwd.

 

In Matth. 7 gaat het om het algemeen principe. In Matth. 22 en 25 gaat het over specifieke categorieën. Die ene man in Matth. 22,10 is representatief voor diegenen die geen goede intentie hebben van bij hun intrede in de Kerk of die de genade verliezen door misdadig gedrag en zich niet willen bekeren. Dit is een minderheid op het totaal aantal Christenen in de Kerk. Op het einde van deze parabel herhaalt Jezus het algemeen principe (het is niet de conclusie van de parabel!) "velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren" als een waarschuwing dat we ons zieleheil niet als iets vanzelfsprekend mogen beschouwen maar dat we het kunnen verliezen door onwaardig gedrag.

 

In de parabel zijn de vijf dwaze maagden, representatief voor een groep die niet gered is, omdat ze geen werken van naastenliefde hebben gedaan. Geloof zonder liefde is een dood geloof. De dwaze maagden vertegenwoordigen het deel van de mensen in de Kerk die niet gered zijn. De vijf wijze maagden vertegenwoordigen het deel dat wel gered is door hun geloof en werken van naastenliefde.

 

Het algemeen principe blijft hetzelfde. Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren. Velen gaan de weg van het verderf, maar weinigen volharden tot het uiterste op de weg naar het eeuwig leven. "Wie volhardt tot het uiterste zal gered zijn” waarschuwt de Heer. Volgens de parabel van de zaaier ging van het zaad dat de zaaier had gezaaid 1/4 verloren. Van het Woord Gods dat in de loop van de geschiedenis van de mensheid gezaaid wordt, zal 3/4 zonder vrucht blijven. Het is nogmaals een bevestiging van het kleine getal van diegenen die effectief gered zijn, over geheel de geschiedenis van de mensheid beschouwd.

 

Christus in de tuin van Maleizen © Chris De Groote

Recent bezocht

Bekijk je recent bezochte microsites, auteurs en thema's
© 2026 Kerk en Media vzw
Vacatures
Contact
Voorwaarden
YouTube
Twitter
Facebook