Eligius werd omstreeks 588 geboren nabij Limoges. Van opleiding was hij hoefsmid, later goudsmid en dankzij zijn eerlijkheid schopte hij het tot minister van financiën van Koning Dagobert I. Na diens dood stichtte Eligius het klooster van Solignac op een landgoed dat hij van de koning gekregen had. Toen de bisschopszetel van Noyon vacant was, riep het volk hem tot bisschop uit, hoewel hij nog geen priester was. Tot zijn bisdom behoorden ook Doornik en Vlaanderen. Eligius verspreidde het christendom in de Schelde- en Leiestreek. Hij stierf in 660. Van Eligius zijn er veel vrome legendes bekend. Zo werkte hij als leerling voor een zeer ijdele hoefsmid, die boven zijn deur het opschrift “Meester boven alle meesters” had hangen. Op een dag had de smid problemen met een weerspannig paard. Eligius nam rustig het been van het paard en verving het hoefijzer, waarna hij het been terug plaatste. “Kan ik ook” dacht de smid, maar diens paard begon hevig te bloeden. Hij smeekte Eligius om hulp en verwijderde in ruil het opschrift. Moraal van het verhaal: men moet zijn kwaliteiten niet in de verf zetten door zichzelf “de grootste” of “de beste” te noemen, ze zullen vanzelf bekend worden onder de mensen.