Adventslezing Pieter De Witte – Gevangenen bezoeken en bevrijden
Maandag 15 december organiseerde het stadsoverleg naar jaarlijkse gewoonte een activiteit in het teken van de advent. Dit jaar nodigden we Pieter De Witte uit als gastspreker. Hij is naast aalmoezenier in de Leuvense hulpgevangenis (en van 2013 tot 2018 ook in de gevangenis van Mechelen) ook gastprofessor aan de Leerstoel voor Detentie, Zingeving en Samenleving van de KU Leuven.
De adventstijd is de tijd bij uitstek om op zoek te gaan naar Licht dat bevrijdt. De titel die Pieter De Witte koos voor zijn inbreng, was dan ook zeer toepasselijk: “Gevangenen bezoeken en bevrijden”. Barmhartigheid, vergeving en hoop kwamen als gedragslijnen die de advent ons wil aanreiken aan bod tijdens deze inspiratieavond.
Het gesprek werd opgedeeld in 2 hoofdstukken: bezoeken en bevrijden.
Gevangenen bezoeken is een belangrijke taak van de gevangenisaalmoezenier. Er werd hierbij een verwijzing gemaakt naar Matteüs 25, 35-36: “Want toen Ik honger had, hebben jullie Mij te eten gegeven. Toen Ik dorst had, hebben jullie Mij te drinken gegeven. Toen Ik een vreemdeling was, hebben jullie Mij in huis genomen. Toen Ik geen kleren had, hebben jullie Mij kleren gegeven. Toen Ik ziek was, hebben jullie Mij opgezocht. Toen Ik in de gevangenis zat, hebben jullie Mij bezocht.”
Als Christenen zouden we moeten reageren vanuit de gedachte die Lucas (Lc 4, 18-19) neerschreef over bevrijden: “De Geest van de Heer is op Mij. Hij heeft Mij met zijn Geest gezalfd om aan arme mensen goed nieuws te brengen. Hij heeft Mij gestuurd om mensen die een gebroken hart hebben te genezen. Om gevangenen te vertellen dat ze vrij zijn. Om blinde mensen te vertellen dat ze weer kunnen zien. Om slaven als vrije mensen weg te sturen. En om te vertellen dat het feestjaar van de Heer begonnen is.”
Om het hoofdstuk over bezoeken te kaderen greep Pieter De Witte terug naar de geschiedenis waar de verbeteringsgedachte met risicobeheersing werd uitgedragen. Religie werd ingeschakeld om gevangenen te genezen. Tot op vandaag dragen we nog steeds de erfenis van deze gedachte. De aalmoezeniers zijn ondertussen grotendeels vervangen door psychologen en krijgen de taak om te zorgen voor een morele verbetering van de gevangenen. Om detentie een humaner karakter te geven werden er transitiehuizen en detentiehuizen opgericht.
De huidige functiebeschrijving van een gevangenisaalmoezenier luidt als volgt:
“Zij schept voor de gedetineerde de mogelijkheid om existentiële vragen en hoogst persoonlijke problemen van relationele, godsdienstige of levensbeschouwelijke aard ter sprake te brengen in een sfeer van intimiteit en vertrouwen”.
Deze taak vult Pieter De Witte graag in met de gedachte aan filosoof Hannah Arendt die in haar denkdagboek (1950-1973) het volgende schreef: “Schuld is geen innerlijk vergif. Schuld is iets tussen ons. Iets dat mensen moeten meedragen.” De taak is dan ook om de last mee te dragen door er te zijn. Dit doet hij door gevangen te bezoeken. Het leven kan soms simpel zijn. Meteen ook de ondertitel van zijn voordracht.
Als hij spreekt over bevrijden doet hij dit vanuit zijn functie als professor. Om dit thema kracht bij te zetten duidde hij even de overbevolking in de gevangenissen. Vandaag zijn er 672 grondslapers. Aangezien ze elk 2 celgenoten hebben, tellen we zo meer dan 2000 gevangen die in een overbevolkte cel moeten leven.
Over dit probleem, de oorzaken ervan en de oplossing kon hij kort zijn. Er zijn te veel gevangenen, we houden ze te lang achter de tralies en de oplossing is om ze vrij te laten. De foute gedachte uit de periode van de ‘Verlichting’ is: “We vergelden teveel. We moeten rehabiliteren”. We straffen daarbij als misdaadpreventie, gericht op de toekomst en niet op basis van ratio maar op basis van angst. De juiste gedachte volgens professor De Witte is: “We zien straf te veel als rehabilitatie. We moeten vergelden.”
Momenteel wordt er meer ingezet op alternatieve straffen. Zo worden ze althans genoemd, maar feitelijk zijn het vaak aanvullende straffen.
Collectieve genade, waarbij bijvoorbeeld alle gevangenen 6 maanden eerder worden vrij gelaten, zou dan ook een goede oplossing zijn, aldus Pieter De Witte.
Hij verwijst tot slot naar het werk van C.S. Lewis. Die benadrukte dat rechtvaardigheid de absolute, onveranderlijke standaard is (zoals in de wiskunde), en barmhartigheid (compassie/liefde) de toepassing ervan in de menselijke praktijk, waarbij men opkomt voor het juiste met begrip voor de ander. Hij zag het als een spanningsveld: de wet moet gevolgd worden om niet wreed te worden in de naam van 'menselijkheid', terwijl ware liefde (barmhartigheid) vereist dat we het juiste doen met een open hart, niet uit plicht maar uit een dieper verlangen naar verbinding. In zijn werk pleit Lewis voor een christelijke ethiek waarin deze deugden, samen met geloof, hoop en moed, hand in hand gaan.