Abdelhay, namens de Moslimgemeenschap:
Vrede begint in het stille landschap van het hart, waar elke mens, voorbij naam, geloof of afkomst, een reiziger is op zoek naar licht.
Ze is de adem tussen twee woorden,
het gesprek dat niet breekt,
de hand die blijft reiken,
zelfs wanneer de wereld moe is.
Vrede is het kleine vlammetje dat we vandaag doorgeven:
een herinnering dat één straal genoeg is om een nacht te doorboren.
Ze groeit wanneer we elkaar herkennen,
als spiegels van dezelfde kwetsbaarheid, dezelfde waardigheid.
Moge dit Vredeslicht ons leren dat de mensheid één huis is, en dat wij samen de hoeders zijn van zijn hoop.
Wat we hier samen doen, lijkt eenvoudig.
We komen samen.
We staan stil.
We geven een licht door.
Maar in een wereld die snel oordeelt
en traag luistert,
is dit geen kleinigheid.
Het is een keuze.
Vrede vraagt geen helden.
Ze vraagt aanwezigheid.
De bereidheid om te blijven staan
wanneer het gesprek moeilijk wordt.
Wanneer woorden schuren.
Wanneer weggaan eenvoudiger lijkt dan blijven.
Vandaag tonen we dat samenleven niet vanzelf gebeurt.
Het gebeurt omdat mensen het willen.
Omdat ze tijd maken.
Omdat ze elkaar niet opgeven.
Dit licht zegt niet: alles is goed.
Het zegt: we blijven zorg dragen.
Voor elkaar.
Voor wat breekbaar is.
Voor wat nog moet groeien.
Laat ons dus niet vragen wie gelijk heeft.
Laat ons vragen: wie blijft.
Wie luistert.
Wie bewaart wat menselijk is.
En wanneer we straks uiteen gaan,
laat ons iets meenemen,
dat niet zichtbaar is,
maar wel zwaar weegt:
de keuze om de ander niet te herleiden tot een oordeel, en de toekomst niet te laten kapen door angst.
Als we die keuze blijven maken,
elke dag opnieuw,
dan wordt vrede geen moment
maar een manier van leven.
En dat,...
dat is een licht dat blijft.
Erna, verantwoordelijke Koraalhuis:
Op de schouw in onze onthaalruimte staan er kerstbeeldjes. Die beeldjes staan daar heel het jaar rond. Heel passend, vind ik dat, in een huis waar iedereen welkom is, zonder onderscheid. Ook en vooral mensen voor wie er nergens anders plaats is…
Samen met mijn ploeg van vrijwilligers probeer ik iedereen die bij ons in het Fonteinstraatje aanbelt, warm te ontvangen: jong en oud, blank en gekleurd, alleenstaand of met een gezin, met of zonder papieren, gelovig en niet-gelovig, mensen uit Mechelen en van over heel de wereld… Mensen, elk met hun rugzak, eenzaam, of op de vlucht voor geweld en oorlog, ziek van stress en zorgen, dakloos…
Ze kunnen zich bij ons warmen, ook letterlijk. Of een douche nemen. Of ze komen om Nederlands te leren. We bieden hen voedzame, verse soep aan, koffie en thee… Ze kunnen brood en fruit krijgen voor thuis, de computer gebruiken of de telefoon. Soms helpen we iemand uit de nood met bijvoorbeeld een voedselpakket of medicatie. En vooral… we luisteren… Wat zij meemaken en doorstaan, hun verhaal raakt ons… De radeloze paniek in de ogen van Amir. Zijn ouders en schoonouders, zijn vrouw en twee dochtertjes van 5 en 7 jaar zijn nog altijd in Gaza, constant op de vlucht voor bombardementen, zonder water of voedsel… Of ze nog leven ondertussen…? Hanna, een christen uit Syrië, die al meer dan 3 jaar zijn gezin enkel ziet via Whatsapp. Hij is doodongerust over hun veiligheid, hij mist hen zo… Bob, die 6 maand geleden een beroerte kreeg, en sindsdien niet meer de oude werd, de laatste weken lijkt hij zichzelf bij momenten helemaal kwijt, komt hij verward en gedesoriënteerd in het Koraalhuis aan…. Emira, die uit Marokko vertrok toen ze 25 was, op de vlucht voor het geweld van haar broers, die 15 jaar lang ondergedoken overleefde en nu met een bang hartje door de Mechelse straten doolt, constant op haar hoede en en zonder verweer tegen huisjesmelkers… Stef die opgroeide van de ene jeugdvoorziening naar de andere, en die er zo naar snakt om van betekenis te zijn, om iets te kunnen, om nodig te zijn…
In het Koraalhuis gebeuren soms wondere dingen… Carolien en Natasja, die héél erg vlaams gezind zijn, maar die naar Ruth uit Congo gebaren van ‘Kom, zet je hier maar bij ons aan tafel.’ Hanna uit Syrië, die in Mechelen beland is met een diepe haat tegen de moslims in zijn land, die hem bedreigd hadden en meermaals proberen te ontvoeren… Ik zie hoe hij en Amir, een Palestijnse moslim, samen koffie drinken en elkaar tot steun zijn… Onlangs hebben we op een woensdag namiddag in de onthaalruimte pimpampet gespeeld in het Nederlands. Met mensen van overal, uit Oekraïne, Marokko, Syrië, Ruanda, Mechelen en St Katelijne Waver. Mensen van allerlei religies en nationaliteiten. Het was een hartverwarmende namiddag met hilarische momenten vol Babylonische spraakverwarring. Een zacht tegengif tegen de beelden van TV-journaals én tegen de toenemende argwaan en achterdocht tussen mensen…
Vandaag ben ik hier heel graag aanwezig bij de aankomst van het Vredeslicht in Coloma. Om mee Licht door te geven, van hand tot hand. Zo ontstaat Vrede. Van mens tot mens.
Boodschap van hoop:
Naar aanleiding van de komst van het vredeslicht vroeg Cindy, gevangenisaalmoezenier in Mechelen, aan enkele gedetineerden wat hoop voor hen betekent.
Ook in de gevangenis wordt er gehoopt. Een hoop op een betere wereld en vrede. Een hoop op het hervinden hoe we goed kunnen samen leven. Hoop zelf is volgens hen een reisgenoot. Iemand die bij je is op moeilijke momenten om het pad te verlichten. Iemand die je aan het doel van de tocht herinnert, wanneer je het zelf even kwijt bent. Iemand die er vast van overtuigd is dat het ooit goed komt.