Iets is iemands oogappel
(Psalm 17,8)
Woorden met wortels
Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
vandaag duiken we in een uitdrukking die we kunnen gebruiken, meestal met een flinke dosis vertedering in onze stem. Als iemand het over onze kleinkinderen heeft die voor de eerste keer "moeke" of "vake" zeggen, of over die ene oldtimer in de garage waar geen krasje op mag komen, dan hebben we het over onze oogappel.
Het is zo’n woord dat we vlotjes over de lippen laten rollen, maar heb je er wel eens bij stilgestaan hoe raar dat eigenlijk klinkt? Een appel in je oog? Dat klinkt eerder als een pijnlijk ongeval tijdens het plukken in de fruitstreek dan als een koosnaam. Toch zit er een prachtige, eeuwenoude logica achter.
Laten we eerst even kijken waar deze wijsheid vandaan komt. In de Bijbel, en specifiek in de Psalmen, vinden we de oorsprong. Koning David, die overigens wel meer mooie tekstjes op zijn kerfstok had staan, schreef in Psalm 17: "Bewaar mij als de appel van Uw oog, berg mij onder de schaduw van Uw vleugels."
In de tijd dat de Bijbel werd vertaald, dacht men natuurlijk nog niet in termen van "pupillen". De mensen zagen dat donkere, ronde gaatje in het midden van het oog en vonden dat het wel wat weg had van een rond vruchtje: een appeltje. Maar er zit meer achter dan alleen de vorm. De "oogappel" is het meest kwetsbare en kostbare deel van je lichaam. Als er een vliegje in de buurt komt, knipper je instinctief. Je beschermt je ogen met alles wat je hebt, want zonder je zicht ben je nergens.
Wanneer David aan God vraagt om hem te bewaren als Zijn "oogappel", vraagt hij eigenlijk: "Heer, zorg voor mij zoals een mens instinctief zijn eigen ogen beschermt. Laat mij het middelpunt van Uw aandacht zijn." Het is dus een beeld van uiterste bescherming en diepe liefde. Je bent niet zomaar een nummertje; je bent datgene wat de ander het liefst wil behoeden voor alle kwaad.
Vandaag de dag gebruiken we het woord misschien iets minder vroom, maar de lading blijft hetzelfde. Denk maar aan…
De trotse grootouder: Je kent ze wel, de senioren die op zondagmiddag met een blinkende blik in de ogen vertellen over hun kleindochter die net haar diploma heeft gehaald. "Dat is mijn oogappel," klinkt het dan. Het betekent: voor haar ga ik door het vuur, en wee de degene die haar onrecht aandoet.
De hobbyist: Voor sommigen is het hun moestuin. Geen onkruidje dat het waagt om tussen de prijswinnende kolen te groeien. Die tuin wordt verzorgd met een toewijding waar menig huwelijk jaloers op zou zijn.
De trouwe viervoeter: Loop op een doordeweekse middag langs de Durme en je ziet ze: de hondenbezitters die hun trouwe vaker (soms met een modieus jasje aan) behandelen als een prins. Die Golden Retriever? De oogappel van het huis.
Het mooie aan dit spreekwoord is dat het ons eraan herinnert dat iedereen wel iemands oogappel is. En mocht je je even vergeten voelen terwijl je de krant leest of naar de duiven kijkt: volgens die oude psalmtekst ben je de oogappel van de Allerhoogste Zelf. Dat is toch een gedachte die de koffie net dat tikkeltje zoeter laat smaken, nietwaar?
Wees dus maar een beetje voorzichtig met elkaars "oogappels". Of het nu gaat om een kleinkind, een blinkende auto of een zorgvuldig gekweekte rozenstruik: het is datgene wat de ander het allermeest koestert.
Orlando Garcia Duarte