De geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
(Matteüs 26,41)
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
We zitten midden in de Veertigdagentijd, die periode van bezinning, matiging en – laten we eerlijk zijn – de jaarlijkse strijd tegen de verleidingen. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik heb van anderen gehoord dat vastenpuntjes soms lijken op een kerktoren die in de wind wiebelt. "Dit jaar geen chocoladesnoepjes bij de koffie," zeggen ze. En toch, voor men het weet, blinkt dat zilverpapier me alweer tegemoet. Het is het klassieke verhaal: de geest is gewillig, maar het vlees is zwak.
Dit spreekwoord is geen uitvinding van een luie filosoof, maar staat zwart op wit in het Evangelie volgens Matteüs (26,41). De context is er eentje van diepe ernst, vlak voor het lijdensverhaal van Jezus begint. "Waak en bid, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak."
We bevinden ons in de Tuin van Getsemane. Jezus weet wat hem te wachten staat en voelt een doodse angst. Hij vraagt zijn trouwste vrienden – Petrus en de twee zonen van Zebedeüs – om bij Hem te blijven en te waken terwijl Hij bidt. Het is een moment van uiterste eenzaamheid en nood.
En wat doen die vrienden? Ze vallen in slaap. Niet één keer, maar drie keer. Wanneer Jezus hen slapend aantreft, spreekt Hij deze legendarische woorden uit. Hij is niet boos of cynisch, maar eerder diep teleurgesteld en tegelijkertijd begripvol. Hij ziet dat hun hart op de juiste plaats zit (de geest wil wel), maar dat hun menselijke beperkingen, hun vermoeidheid en hun angst (het vlees) het overnemen. Het "vlees" staat in de Bijbel vaak voor onze menselijke natuur met al haar gebreken, terwijl de "geest" staat voor onze hogere intenties en onze verbondenheid met God.
Vandaag de dag gebruiken we deze uitdrukking vaak met een knipoog, maar de kern blijft hetzelfde: we willen het wel, maar we kunnen het (even) niet opbrengen. Je bent bijvoorbeeld op een koffieklets bij de buren en daar komt de Lokerse vlaai op tafel. Je hebt plechtig beloofd aan de dokter om op de suikers te letten. "Nee bedankt," zegt je geest dapper. Maar die geur van kaneel en suiker... voor je het weet, ligt er een leeg bordje voor je neus.
Is het erg dat ons vlees soms zwak is? Natuurlijk probeert de Veertigdagentijd ons te trainen om die "geest" wat meer spierballen te geven. Het is een oefening in discipline. Maar het mooie aan dit Bijbelvers is dat Jezus het uitsprak met een enorme dosis menselijkheid. Hij wist dat wij maar mensen zijn, gemaakt van vlees en bloed, met onze kleine kantjes en onze nood aan rust.
Laten we deze veertigdagentijd dus niet te streng zijn voor onszelf als we eens struikelen. De kunst is om, net als de apostelen, weer op te staan, de ogen uit te wrijven en het de volgende dag opnieuw te proberen. Want zolang de geest gewillig blijft, is er hoop! Geniet van een ingetogen maar deugddoende veertigdagentijd, en laat die vlaai af en toe maar eens staan (of niet, ik vertel het niet voort).
Orlando Garcia Duarte