Je handen in onschuld wassen
(Matteüs 27,24)
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Dag beste allen! We gaan het vandaag hebben over een uitdrukking die we eens gebruiken: "je handen in onschuld wassen".
We kennen het allemaal wel: er is discussie over wie de laatste koffiekoek heeft opgegeten, en plots roept er iemand: “Ik was mijn handen in onschuld, hoor! Ik was er niet eens bij!” Het is een handige manier om te zeggen: “Het is mijn fout niet, zoek het zelf maar uit.” Maar wist je dat deze uitspraak een diepe, nogal dramatische geschiedenis heeft?
De bron van deze uitdrukking vinden we in het Nieuwe Testament, meer specifiek in het Evangelie volgens Matteüs. Het gaat om het moment waarop Jezus voor de Romeinse landvoogd Pontius Pilatus staat. De tekst (Matteüs 27,24) luidt als volgt: “Toen Pilatus zag dat hij niets bereikte, maar dat er integendeel oproer ontstond, nam hij water, waste ten overstaan van de menigte zijn handen en zei: ‘Ik ben onschuldig aan het bloed van deze rechtvaardige. Jullie moeten het zelf maar zien.’”
Wat gebeurde daar nu precies in dat paleis? Wel, Pilatus zat met een gigantisch dilemma. Hij was de baas, de man met de macht, maar hij voelde aan zijn water dat Jezus eigenlijk niets misdaan had. Aan de andere kant stond er een woedende menigte te roepen om een kruisiging. Pilatus was een politicus pur sang: hij wilde geen rellen op zijn dak, maar hij wilde ook niet de geschiedenis ingaan als de man die een onschuldige veroordeelde.
Zijn oplossing? Een stukje theater. Door letterlijk zijn handen met water te wassen voor de ogen van het volk, probeerde hij de morele verantwoordelijkheid van zich af te schudden. Het was een symbolisch gebaar: "Kijk, mijn handen zijn nu proper, het bloed kleeft aan júllie vingers, niet aan de mijne." Maar laten we eerlijk zijn: als je de rechter bent en je laat een executie toe, dan blijven je handen natuurlijk een beetje vuil, hoeveel zeep je ook gebruikt.
Dit wassen zien we trouwens nog elke week terug in de kerk, al heeft het daar een veel mooiere en diepere betekenis. Tijdens de eucharistieviering, bij de offerande, wast de priester zijn handen. Terwijl het water over zijn vingers loopt, bidt hij in alle stilte: “Neem alle schuld van ons af, Heer, maak ons vrij van ongerechtigheid.” Hier is het geen 'vlucht' zoals bij Pilatus, maar juist een vraag om loutering. Het is een erkenning dat we als mens niet perfect zijn en dat we Gods hulp nodig hebben om met een schone lei (en schone handen) aan het volgende belangrijke deel van de mis te beginnen.
Vandaag de dag gebruiken we de uitdrukking gelukkig voor minder bloederige zaken. Je kleinkind heeft met viltstift op de nieuwe zetel getekend. Als je de oudste vraagt wat er gebeurd is, wast die prompt de handen in onschuld: “Ik heb hem nog gezegd dat het niet mocht, oma! Ik heb er niets mee te maken!”
Eigenlijk is "je handen in onschuld wassen" een heel menselijke reactie. We willen allemaal graag de 'goeie' zijn. Maar de geschiedenis van Pilatus leert ons ook een lesje: soms kun je de verantwoordelijkheid niet wegwassen met een kommetje water. Echte onschuld zit vanbinnen, niet aan de buitenkant van onze vingers.
Dus, de volgende keer dat je je handen wast voor het eten, hoef je niet te denken aan die arme Pilatus die dacht dat hij er zo gemakkelijk vanaf kwam. Denk eventueel aan dat mooie gebed van de offerande. Het herinnert ons eraan dat we allemaal wel eens een tweede kans of een mooie start kunnen gebruiken.
Orlando Garcia Duarte