Vijgen na Pasen
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Dag beste Lokerse buren,
tijdens de Paastijd zal ik graag schrijven over uitdrukkingen die gebruikt worden, die niet op de Bijbel gebaseerd zijn, maar wel een kerkelijke context hebben.
Zit je ook weleens met een schotel koude patatten als de rest al aan de koffie zit? Of heb je eindelijk die ene perfecte repliek gevonden, maar is de discussie al drie dagen gepasseerd? Dan weet je precies wat we hier in Vlaanderen bedoelen met: “Dat zijn vijgen na Pasen.”
Het is een van die heerlijke uitdrukkingen die we te pas en te onpas gebruiken. Maar heb je er ooit bij stilgestaan waarom we het over vijgen hebben? En waarom ze, meer specifiek, na Pasen minder populair worden? Trek een stoel bij, pak er een tas koffie bij, en laten we eens in de geschiedenisduikers van onze Kerk duiken om te zien waar die vruchten vandaan komen.
Om dit mysterie op te lossen, moeten we terug naar de tijd dat de Vasten nog echt ‘vasten’ was. Tegenwoordig knijpen we al eens een oogje dicht, maar vroeger was de regel bikkelhard: veertig dagen lang geen vlees, geen zuivel en geen eieren. Dat was geen lachertje voor de gemiddelde Vlaming die gewend was aan een stevig stuk spek.
Wat bleef er dan nog over om de honger te stillen? Vis natuurlijk (vandaar onze vrijdagse traditie), maar ook gedroogde vruchten. De vijg was in die periode de absolute koning van de voorraadkast. Omdat ze gedroogd lang houdbaar waren en barstten van de suikers, waren ze dé traktatie tijdens die sobere weken voor Pasen. Ze werden massaal ingevoerd uit warmere oorden zoals Spanje en Griekenland, specifiek om de gelovigen door die hongerige periode te sleuren.
En daar zit de knoop. Zodra de klokken van Rome op Paaszaterdag weer luidden, vloog de rem eraf. De Vasten was voorbij! De beenhouwer deed gouden zaken en de eieren werden bij de vleet geconsumeerd.
Stel je nu voor: je komt op Paasmaandag aandraven met een grote mand gedroogde, rimpelige vijgen. De mensen keken je waarschijnlijk aan alsof je gek was geworden. Wie wil er nu nog op een droge vijg kauwen als er sappig lamsvlees en verse eieren op tafel staan? Die vijgen waren letterlijk overbodig geworden. Ze kwamen te laat om nog nuttig te zijn. Ze waren... vijgen na Pasen.
Sommige historici wijzen ook op een link met de Bijbel, naar het verhaal waarin Jezus een vijgenboom vervloekt omdat er geen vruchten aan zitten, maar de volkse verklaring van de 'overschot' na de Vasten zit veel dieper in ons collectief geheugen gebakken.
We zien die vijgen vandaag de dag nog overal, al zitten ze meestal niet meer in een mandje.
- Op het familiefeest: Je kent het wel. Je neefje vertelt een mop, niemand lacht, en vijf minuten later leg jij de pointe uit. Te laat, de sfeer is weg. Vijgen na Pasen.
- De technologie: Je koopt een splinternieuwe smartphone en de week nadien komt het nieuwe model uit dat de helft goedkoper is. Je voelt die vijgen bijna in je zak zitten.
Het grappige is dat we deze uitdrukking zo koesteren. Het is een beleefde, ludieke manier om te zeggen: "Bedankt voor de moeite, maar je bent rijkelijk te laat." Het klinkt toch veel charmanter dan een nuchter "daar heb ik nu niets meer aan", vind je niet?
Dus, de volgende keer dat je iemand een plezier probeert te doen maar de timing compleet mist, denk dan aan die arme vijgenhandelaars uit de middeleeuwen die met hun overschotten bleven zitten. Het hoort bij het leven. Het belangrijkste is dat we die Pasen zélf goed vieren, met genoeg chocolade en gezelligheid, zodat we daarna weer even voort kunnen zonder die droge vijgen.
En onthoud: een goede raad is goud waard, zolang hij maar niet op Paasmaandag komt!
Orlando Garcia Duarte