Water in de wijn doen.
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Beste parochianen, zit je ook weleens aan de keukentafel te discussiëren over waar de volgende gezinsuitstap naartoe moet? De kleinkinderen willen naar een pretpark vol lawaai en suikerspinnen, terwijl jij eigenlijk droomde van een rustige wandeling in de Lokerse Moervaartmeersen. Meestal eindigt dat gesprek met een zucht en de gevleugelde woorden: "We zullen maar wat water in de wijn doen."
Het is een uitdrukking die we dagelijks gebruiken om aan te geven dat we een compromis sluiten. We geven een beetje toe om de vrede te bewaren. Maar wist je dat deze zin niet zomaar uit de lucht is komen vallen? Onze voorouders deden namelijk heel letterlijk water in hun wijn, en wel om redenen die rechtstreeks uit de sacristie en de oude kerkgeschiedenis komen.
De oorsprong van deze uitdrukking voert ons terug naar de vroege Christelijke traditie en de liturgie van de Mis. Als je tijdens de eucharistieviering goed oplet, zie je dat de priester bij de offerande een heel klein druppeltje water in de kelk met wijn giet.
Dat is geen gierigheid van de voorganger omdat de miswijn te duur is geworden! Nee, het is een symbolisch gebaar dat al eeuwenlang meegaat. De wijn staat symbool voor de goddelijkheid van Christus, en het water voor onze menselijkheid. Door ze te mengen, herinneren we ons dat God en mens in Jezus verenigd zijn.
In de vroege Kerk was het bovendien de gewoonte om wijn altijd aan te lengen. De wijn van de Romeinen en de vroege Christenen was vaak zo stroperig en sterk dat je hem bijna niet puur kon drinken zonder na drie glazen onder de tafel te rollen. Water toevoegen was dus ook een kwestie van nuchter blijven tijdens het bidden.
In de loop der tijden kreeg "water in de wijn doen" echter een bijsmaakje. In de middeleeuwse herbergen werd het een synoniem voor oplichting. Waardoor de waard, om meer winst te maken, de vaten aanlengde met water uit de pomp. Dat vonden de dorstige parochianen natuurlijk minder prettig.
Toch bleef de positieve, kerkelijke betekenis hangen in onze taal. Het werd een metafoor voor gematigdheid. De Kerkvaders predikten vaak over de deugd van het midden: niet te streng, niet te laks. Net zoals wijn te sterk is om puur te drinken en water te flauw is om alleen te serveren, is het leven vaak een zoektocht naar de juiste mix.
Hoe vertaalt zich dat nu naar ons dagelijks leven in Lokeren? Wel, we doen constant water in onze wijn zonder dat we erbij stilstaan. Denk aan een langdurig huwelijk. Als ik hier in de buurt koppels zie die al vijftig jaar lief en leed delen, dan weet ik dat zij meesters zijn in het mengen van dat water en die wijn. De ene wil de televisie op de koers zetten, de andere wil naar een documentairereeks kijken. Wat gebeurt er? Ze kijken samen naar het journaal en gaan daarna een kaartje leggen.
Soms is water in de wijn doen ook gewoon gezond verstand. Als we altijd voet bij stuk houden en nooit een millimeter toegeven, dan wordt de wereld een heel bittere plek. Een pure wijn kan heerlijk zijn, maar soms brandt hij in de keel. Het water verzacht de scherpe kantjes.
In onze huidige tijd, waarin iedereen vaak luid roept en zijn eigen gelijk opeist op het internet of in de krant, zouden we misschien wat vaker naar die kelk van de voorganger mogen kijken. Een klein beetje nederigheid en de bereidheid om een stapje opzij te zetten voor een ander, dat is de essentie van de uitdrukking.
Dus, de volgende keer dat je merkt dat een gesprek dreigt te ontploffen of dat een discussie vastloopt, denk dan aan de miswijn. Doe er een symbolisch druppeltje water bij. Je zult zien dat het resultaat veel smakelijker is voor iedereen aan tafel.
En zeg nu zelf, een goed glas (al dan niet aangelengd) drinkt toch veel prettiger in goed gezelschap dan een glas azijn in je eentje?
Proost, op de verdraagzaamheid!