Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Ken je dat gevoel? Iemand vraagt je om iets onmogelijks te doen, zoals je huis poetsen in tien minuten terwijl de kleinkinderen er rondlopen, of die ene buurman die beweert dat hij zijn tuin nóóit zal laten verwilderen. Dan floept het er bij mij zo uit: "Ja, en dat zal gebeuren als Pasen en Pinksteren op één dag vallen!"
We zeggen het allemaal wel eens, maar heb je er ooit bij stilgestaan waar die uitdrukking vandaan komt? Het klinkt als een onschuldige grap, maar wie een beetje in de geschiedenis van onze geliefde Kerk duikt, ontdekt dat hier een behoorlijk serieuze (en tikkeltje ingewikkelde) berekening achter zit.
Om te begrijpen waarom deze twee hoogdagen nooit op dezelfde dag kunnen vallen, moeten we terug naar de basis van onze kerkelijke kalender. Zoals je weet, is Pasen een 'beweeglijk feest'. Het valt altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan in de lente. Dat is een hele mond vol, maar het zorgt er wel voor dat Pasen ergens tussen 22 maart en 25 april valt.
Pinksteren? Dat is de vijftigste dag na Pasen. De naam zelf zegt het al: pentecoste, Grieks voor de vijftigste dag.
Zie je het probleem al? Omdat Pinksteren wiskundig gezien altijd zeven weken (en een dag) ná Pasen komt, is het fysiek onmogelijk voor beide feesten om de kalenderkaart van dezelfde dag te delen. Het is alsof je probeert om tegelijkertijd in de kerk in het centrum van Lokeren te zitten en in het cafe op de hoek. Leuk geprobeerd, maar tenzij je beschikt over een bijzonder miraculeuze gave, blijft het bij een droom.
Vroeger – en dan heb ik het over de tijd van onze grootouders – werd deze uitdrukking vaak gebruikt door de priester of door vrome tantes om aan te geven dat iets 'nooit' zou gebeuren. Het had een religieus randje van: "God heeft de volgorde bepaald, en daar moet je niet aan prutsen."
Het is eigenlijk een prachtige manier om de orde van de schepping te benadrukken. Er is een tijd voor alles: een tijd voor het lijden, een tijd voor de verrijzenis (Pasen) en pas daarna de uitstorting van de Heilige Geest (Pinksteren). Je kunt de oogst niet binnenhalen voordat je gezaaid hebt, toch?
Ik hoor het je al denken: waar gebruik je dit vandaag de dag nog? Wanneer de koster voor de vijfde keer vraagt of we nu eindelijk die nieuwe verwarmingsketel in de sacristie gaan plaatsen, terwijl het budget al jaren op nul staat, dan zegt men met een knipoog: "Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen, Jef, dan kopen we een gouden exemplaar!"
Het is een uitdrukking die ons helpt om met een korreltje zout naar de wereld te kijken. Het haalt de spanning uit een situatie. Als je merkt dat iemand koppig blijft vasthouden aan een onrealistisch plan, gebruik deze uitdrukking dan eens. Het is vriendelijker dan zeggen dat iemand uit zijn nek kletst, en het geeft de gesprekspartner een subtiele hint dat de realiteit misschien toch iets anders in elkaar steekt dan hij of zij denkt.
Dus, de volgende keer dat je die uitdrukking hoort of zelf gebruikt, denk dan even aan de complexe kalender van onze Kerk. We vieren Pasen, we wachten geduldig, en dan pas vieren we Pinksteren. Dat wachten hoort erbij. Het leven zit nu eenmaal vol met dingen die we graag zouden willen, maar die simpelweg niet op hetzelfde moment kunnen gebeuren.
Misschien is dat wel de echte les van dit spreekwoord: geduld is een schone zaak, en sommige dingen hebben hun eigen, door de hemel bepaalde tijd nodig. En als iemand je vraagt of je ooit die marathon gaat lopen of die wereldreis gaat maken? Zeg gewoon met een glimlach: "Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen!"
Laten we vooral blijven dromen, ook al weten we dat sommige dingen waarschijnlijk nooit gebeuren. Dat maakt het leven, net als onze kerkelijke feestdagen, juist zo boeiend.
Orlando Garcia Duarte