Als het God 't belieft
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Ken je dat nog? Je grootmoeder die zei: "Tot morgen, als God ‘t belieft en we gezond mogen blijven." Of misschien betrap je jezelf er weleens op dat je het zegt wanneer je de kleinkinderen belooft om volgende week pannenkoeken te bakken. Het is zo’n typische uitdrukking die diep in ons Vlaamse DNA zit gebakken. Vandaag de dag gebruiken we het vaak met een knipoog: we zien wel of het lukt. Maar vroeger was dat wel even anders. Laten we eens in de reizen naar de tijd waarin deze woorden nog pure ernst waren.
De uitdrukking "Als God ‘t belieft" heeft een christelijk stamboom. De basis hiervoor vinden we rechtstreeks in het Nieuwe Testament, specifiek in de brief van de apostel Jakobus. Hij schreef destijds al een stevige vermaning aan de mensen die iets te hard van stapel liepen met hun toekomstplannen:
"En dan zegt u: ‘Vandaag of morgen gaan we naar die en die stad. Daar blijven we een jaar, we zullen er handel drijven en winst maken.’ U weet niet eens hoe uw leven er morgen uitziet... U zou moeten zeggen: ‘Als de Heer het wil, zullen we leven en dit of dat doen.’"
De Kerk nam deze levenshouding door de eeuwen heen heel serieus. In de middeleeuwen en de eeuwen daarna was het leven onvoorspelbaar en vaak bikkelhard. De pest, misoogsten, of een simpele griep kon een heel gezin ontwrichten. Men was zich er pijnlijk van bewust dat de mens wél overweegt, maar dat het uiteindelijk God is die beschikt.
In de katholieke traditie werd deze uitdrukking een vaste waarde. Pastoors schreven het in de parochieregisters bij aankondigingen van huwelijken of processies. Het was geen uiting van fatalisme of angst, maar juist een uiting van diep vertrouwen en nederigheid: wij zijn de baas niet over de tijd, die ligt in hogere handen.
Naarmate de decennia streken, veranderde de toon. Onze ouders en grootouders brachten de uitdrukking van de kerkbanken naar de keukentafel. Het werd een vaste formule bij het afscheid nemen. "Tot volgende week, als God ‘t belieft!" Het grappige is dat de uitdrukking in de volksmond soms ook een beetje ludiek werd gebruikt. Als een tiener beloofde om "dit weekend écht de schuur op te ruimen", antwoordde een gevatte moeder weleens droogjes: " Als God ‘t belieft, ja..." Het werd een synoniem voor: eerst zien en dan geloven.
En geef toe, stiekem had die vrome achtergrond ook een praktisch kantje. Het was dé perfecte ontsnappingsclausule. Als de pastoor vroeg of je aanstaande zondag mee hielp met de voorbereidingen van de parochiefeesten, kon je plechtig antwoorden: "Ik zal er zijn, als God ‘t belieft." Mocht je dan zondagochtend per ongeluk binnensmonds vloekend hebben uitgeslapen, dan kon je altijd claimen dat de hogere machten er blijkbaar anders over dachten!
Vandaag leven we in een tijd waarin alles planbaar lijkt. Onze agenda's staan bomvol, we boeken reizen maanden op voorhand en we hebben appjes die ons op de minuut nauwkeurig vertellen wanneer het gaat regenen. We wanen ons de koning van onze eigen tijd.
Maar als we heel eerlijk zijn: hoe herkenbaar is die oude uitdrukking nog steeds? Je plant een gezellig weekendje weg naar de Ardennen, en plots begeeft de auto het op de oprit. Of je staat paraat om de moestuin om te spitten, en je schiet in je rug. Op zulke momenten moeten we, net als de generaties voor ons, glimlachen en toegeven dat we niet alles in de hand hebben.
Misschien moeten we " Als God ‘t belieft " weer wat vaker in ere herstellen, al is het maar om de druk een beetje van de ketel te halen. De volgende keer dat de buren vragen of je meegaat naar de wekelijkse markt, zeg je gewoon: "Graag, als God ‘t belieft!" Het herinnert ons eraan dat elke mooie dag die ons gegeven wordt, een klein cadeautje is. En daar is helemaal niets mis mee. Dit weekend een terrasje doen in de zon? Als God ‘t belieft!
Orlando Garcia Duarte