Een ongelovige Thomas.
(Johannes 20,25)
Woorden met wortels
Beste parochiaan, vandaag wil ik het hebben over iemand die we allemaal wel kennen. We hebben het over de 'ongelovige Thomas'. Je kent dat wel: je vertelt een straf verhaal over hoe groot de vis was die je in de Durme hebt gevangen, en er is er altijd wel eentje die zegt: "Eerst zien en dan geloven!" Wel, die persoon heeft zijn bijnaam te danken aan een man die tweeduizend jaar geleden precies hetzelfde dacht.
Laten we eerst even kijken naar waar die Thomas dat imago vandaan heeft. In het evangelie volgens Johannes staat het volgende te lezen: "De andere leerlingen vertelden hem: 'Wij hebben de Heer gezien!' Maar Thomas zei tegen hen: 'Tenzij ik in zijn handen de tekens van de spijkers zie en mijn vinger in de plaats van de spijkers steek en mijn hand in zijn zijde leg, zal ik zeker niet geloven.'" (Johannes 20,25)
Het verhaal speelt zich af vlak na de verrijzenis van Jezus. De leerlingen zitten nogal schrikachtig bij elkaar achter gesloten deuren. Jezus verschijnt aan hen, maar Thomas — die waarschijnlijk net even om brood was of de krant van die tijd aan het lezen was — mist de hele vertoning. Wanneer hij terugkomt en de rest hem dolenthousiast vertelt dat hun Meester leeft, reageert hij nogal... tja, op z’n Lokers: "Ge moogt het mij nog tien keer zeggen, ik geloof er niks van tot ik het met mijn eigen ogen zie."
Thomas was geen slechterik, hij was gewoon een man van de feiten. Hij wilde geen 'fake news'. Hij wilde bewijs dat hij kon aanraken. Een week later kreeg hij dat bewijs ook, toen Jezus opnieuw verscheen en hem uitnodigde om de wonden aan te raken. De reactie van Jezus was veelzeggend: "Omdat je Me hebt gezien, geloof je? Zalig zij die niet gezien hebben en toch geloven."
Vandaag de dag lopen er meer Thomassen rond dan ooit tevoren. We leven in een tijd waarin we alles willen meten, wegen en bewijzen. "De wetenschap zegt het," is het nieuwe "Amen." Als we het niet kunnen zien onder een microscoop dan bestaat het voor velen niet.
Maar zeg nu zelf: zijn de belangrijkste dingen in het leven wel te bewijzen? Neem nu de liefde. Kan je aan een wetenschapper vragen om te bewijzen dat je van je kleinkinderen houdt? Hij kan misschien wat hormonen meten of een hersenscan maken, maar dat warme gevoel in je hart wanneer die kleine je hand vastpakt, dat staat in geen enkel tabelletje.
Hetzelfde geldt voor God. Mensen die enkel op hun 'verstand' vertrouwen, missen soms de mooiste signalen. Het is een beetje zoals kijken naar een prachtig schilderij en alleen maar praten over de chemische samenstelling van de verf. Je mist de bedoeling van de kunstenaar!
Stel je voor dat je op een terrasje zit en de wind waait door je haren. Je ziet de wind niet, maar je ziet de bladeren ritselen en je voelt de koelte op je huid. Zo is het ook met geloof. We zien God niet direct voor ons staan op de Markt, maar we zien de effecten: de hoop die iemand put uit een gebed, de naastenliefde van een buurvrouw die een soepje brengt, of die onverklaarbare rust die je overvalt in de Sint-Laurentiuskerk.
Soms moet je je verstand niet uitschakelen, maar gewoon een beetje ruimer maken. Je hoeft geen bewijs te hebben om te weten dat er meer is tussen hemel en aarde; open gewoon je hart een beetje. Soms moet je gewoon stoppen met analyseren en beginnen met bewonderen.