Wie een kuil graaft voor een ander,
valt er zelf in
(Spreuken 26,27).
Woorden met wortels
Dag beste parochianen van ons mooie Lokeren!
Zit je er warmpjes bij met een tas koffie? Ideaal. Vandaag wil ik het met jullie hebben over een gezegde dat we allemaal wel eens binnensmonds zeggen als we iemand zien struikelen over zijn eigen streken: “Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in.”
Het is zo’n typische uitspraak die je hoort op de markt of bij de bakker wanneer een snode plannetje van de buurman grandioos in de soep loopt. Het klinkt een beetje als "eigen schuld, dikke bult," maar dan met een filosofisch randje. Maar wist je dat deze wijsheid al duizenden jaren meegaat? Het staat namelijk zwart op wit in het boek Spreuken.
De tekst waar het allemaal mee begon, vinden we in Spreuken 26, 27. In de vertaling die we vaak gebruiken, klinkt het zo: "Wie een kuil graaft, zal erin vallen; en wie een steen wentelt, op hem zal die terugrollen."
Kort, krachtig en met een waarschuwing waar je niet omheen kunt. Het gaat hier niet over tuinieren of het aanleggen van een vijver, maar over de wet van de morele zwaartekracht. Wat je omhoog gooit (of omlaag graaft), komt uiteindelijk met een smak weer bij jou terecht.
Het boek Spreuken is eigenlijk een soort ‘handleiding voor het leven’. Het staat vol met praktische tips om een fatsoenlijk mens te zijn. In hoofdstuk 26 wordt specifiek de spot gedreven met de ‘dwaas’ en de ‘bedrieger’.
De schrijver van Spreuken schetst hier een prachtig literair beeld van poëtische rechtvaardigheid. In die tijd was het graven van een kuil een bekende methode om wild te vangen, of — minder fris — om een vijand te laten struikelen op een donker pad. De tekst zegt eigenlijk: "Pas maar op, want terwijl je daar met je schoffel in de weer bent om iemand anders te grazen te nemen, let je niet op je eigen voeten." Het is een herinnering dat slechte bedoelingen vaak een boemerangeffect hebben.
Laten we eerlijk zijn, we zien dit principe nog elke dag om ons heen. Je hoeft er geen diepe put voor te graven in de Durme-vallei; het gebeurt gewoon aan de keukentafel of op het werk.
Stel je voor: Peter, een gepensioneerde die zich doodergert aan het feit dat zijn buurman altijd net iets te ver op de stoep parkeert. Peter besluit om de wijkagent te bellen om de buurman een flinke boete te bezorgen. Maar wat gebeurt er? De wijkagent komt langs, ziet de auto van de buurman, maar merkt vervolgens op dat de haag van Peter zelf veel te ver over het voetpad hangt en dat zijn eigen aanhangwagen niet reglementair verzekerd is. Pataat! Peter krijgt zelf de vermaning. De kuil was gegraven, maar Peter zat er met zijn beide voeten in.
Of denk aan de “roddelclubjes” (deze bestaan niet officieel). Je kent ze wel, van die momenten waarop iemand probeert de reputatie van een ander zwart te maken om er zelf beter uit te zien. Je vertelt een "geheimpje" door om iemand in diskrediet te brengen, maar drie dagen later keert het verhaal als een boemerang terug en ben jij degene die door de hele straat met de nek wordt aangeaangekeken.
De diepere les voor ons is natuurlijk dat we onze energie beter kunnen steken in het bouwen van bruggen dan in het graven van kuilen. Dus, de volgende keer dat je geneigd bent om een plannetje te smeden om iemand eens goed terug te pakken, denk dan aan die tekst uit Spreuken. Leg die spreekwoordelijke zward maar aan de kant en drink liever samen een pintje op de Grote Markt. Dat bespaart je een hoop modder op je kleren en een deuk.