Je kunt geen twee heren dienen
(Mattheüs 6,24).
Woorden met wortels
Beste vrienden,
Wil je graag naar de vroegmis gaan om je hart wat rust te gunnen? Of nodigt het bed thuis je juist uit om de hele ochtend te blijven liggen?
We proberen het soms allemaal tegelijkertijd, maar diep vanbinnen weten we: je kunt niet op twee plaatsen tegelijk zijn. Of, zoals de Bijbel het nogal scherp stelt: je kunt geen twee heren dienen.
Vandaag gaan we dieper in op een uitdrukking die we vaak gebruiken wanneer iemand een beslissing probeert te nemen. Maar waar komt dat idee eigenlijk vandaan? Laten we eerst even kijken naar de woorden zoals ze in het evangelie volgens Matteüs staan opgetekend: "Niemand kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de eerste en de tweede verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon." (Matteüs 6, 24)
Om dit goed te begrijpen, moeten we even de literaire bril opzetten. Jezus hield daar een stevige toespraak, de beroemde Bergrede. Hij was niet zomaar een beetje aan het filosoferen; hij zette de boel op scherp. In die tijd was 'dienen' geen vrijblijvende job met een pensioenplan en vakantiedagen. Het ging over slavernij. Een slaaf hoorde toe aan één meester. Punt. Als je twee meesters had die elk een andere kant op wilden, dan werd je letterlijk doormidden gescheurd.
En dan dat woordje 'mammon'. Het is eigenlijk een Aramees woord voor rijkdom of bezit. Jezus stelt het hier voor als een soort afgod. Hij zegt eigenlijk: "Kies maar. Is je focus gericht op het goede, het geestelijke en de naastenliefde? Of ben je een slaaf van je eigen portemonnee en je status?" Het is een waarschuwing tegen de verdeeldheid van het hart. Herkenbaar? Vandaag de dag hebben we misschien geen slavenmeesters meer, maar die 'twee heren' zijn nog springlevend.
We zien het bij huis, in onze eigen huiskamers. Hoe vaak zitten we niet aan de feesttafel bij de (klein)kinderen, terwijl we stiekem op onze smartphone kijken naar de uitslagen van de koers of het nieuws? We willen én 'aanwezig' zijn voor hen, én 'mee' zijn met de digitale wereld. Het resultaat? We horen maar de helft van het verhaal van kleine ‘Loukas’ en we hebben de helft van de koers gemist. We dienen twee heren en we doen ze allebei tekort.
Of neem nu de goede voornemens. We willen gezonder leven en de lokale bakkers steunen door elke dag een éclair te gaan halen. Dat botst, hé? Je kunt niet én de god van de gezondheid én de god van de suiker tegelijk plezieren.
De essentie van dit spreekwoord is eigenlijk een pleidooi voor eenvoud. Het gaat over kleur bekennen. Durf te kiezen voor wat écht telt. In een wereld die ons constant uit elkaar trekt met reclames, verplichtingen en afleidingen, is het een rustgevende gedachte: je hoeft maar één kompas te volgen.