De kogel is door de kerk.
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Hebben jullie dat ook soms? Dat eindeloze getwijfel in de supermarkt tussen de gewone koffie of die nieuwe 'speciale' aanbieding? Of, wat gewichtiger: de knoop die eindelijk wordt doorgehakt over wie dit jaar het mosselfeest van de vereniging organiseert? Op zo’n moment zuchten we vaak opgelucht: "De kogel is door de kerk."
Het is een heerlijke uitdrukking. Het klinkt krachtig, een beetje dramatisch zelfs. Maar heb je er wel eens bij stilgestaan hoe vreemd dat eigenlijk is? Een kogel? In een kerk? Dat rijmt niet echt met de boodschap van vrede en naastenliefde die we daar elke zondag horen. Toch zit er een historisch verhaal achter deze woorden dat ons terugvoert naar de woelige tijden van de zestiende eeuw.
Om de oorsprong te begrijpen, moeten we terug naar de Tachtigjarige Oorlog. In die tijd was een kerk niet alleen een plek voor gebed, maar vaak ook het enige stenen gebouw in een dorp met dikke muren. Als er gevochten werd, vluchtten de dorpelingen naar de kerk voor bescherming.
Nu was er een ongeschreven wet in de oorlogsvoering: je schoot niet op een kerk. Dat was heilige grond. Zelfs de meest geharde huurlingen hielden meestal hun kruit droog als ze een kerktoren in het vizier kregen. Het was een soort 'safe zone', een middeleeuwse variant van het Rode Kruis.
Maar ja, oorlog is vuil, en regels zijn er blijkbaar om gebroken te worden. Tijdens het beleg van steden als Haarlem (1572) trokken de Spaanse belegeraars zich weinig aan van die heilige status. Wanneer de aanvallers dan toch besloten om hun kanonnen op het Godshuis te richten, wist iedereen: nu is het menens.
De 'kogel door de kerk' was dus een heel letterlijk en angstaanjagend moment. Zodra de eerste kogel door het glas-in-lood of de muren sloeg, was de laatste veilige plek verloren. De beslissing was gevallen; er was geen weg terug meer. De strijd was onvermijdelijk geworden.
Vandaag de dag vliegen de kogels ons gelukkig niet meer om de oren. We gebruiken de uitdrukking nu voor besluiten die eindelijk, na lang beraad, zijn genomen. Stel je voor: de kerkfabriek vergadert al drie maanden over de kleur van de nieuwe gordijnen in de sacristie. De ene helft wil stemmig paars, de andere helft zweert bij neutraal beige. De koffie is koud, de koekjes zijn op en de gemoederen lopen op. Als de voorzitter dan eindelijk met zijn vuist op tafel slaat en zegt: "Het wordt beige!", dan is de kogel door de kerk.
Wat deze uitdrukking zo mooi maakt, is de ontlading die erin zit. Het proces vóór de kogel door de kerk gaat, is vaak vermoeiend. Het is het getreuzel, het afwegen, het 'ja maar' en het 'wat als'. De kogel staat symbool voor de definitieve actie. Het is de overgang van denken naar doen.
Hoewel de uitdrukking tegenwoordig positief klinkt (oef, de beslissing is er!), herinnert de oorsprong ons eraan dat grote beslissingen vaak gepaard gaan met een beetje pijn of opoffering. Iets ouds wordt afgesloten, iets nieuws begint. En soms moet er symbolisch een ruit sneuvelen om vooruit te kunnen.
Dus, de volgende keer dat je diep zucht omdat je eindelijk hebt besloten om die rommelzolder op te ruimen of om die verre reis toch maar te boeken: denk even aan die dappere zielen in de zestiende eeuw. Jouw beslissing is misschien minder gevaarlijk, maar het gevoel van opluchting is precies hetzelfde. De kogel is door de kerk. En nu... aan de slag!
Orlando Garcia Duarte