Snoeien om te bloeien (Johannes 15, 1-2)
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
Deze dagen heb je het wel gehoord: het geluid van een snoeimachine. Of je nu langs de Durme wandelt of door de Lokerse Moeren trekt, overal zie je mensen in de weer met hun rozenstruiken en fruitbomen. Net wanneer je maandenlang hebt gezorgd voor wat er uit de aarde is ontkiemd, moet je het nu met een scherp mes omhakken. Maar elke geoefende tuinier weet: zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Soms moet de riek erin en de schaar erop. Snoeien doet bloeien, zo luidt de volkswijsheid.
Wat veel mensen echter niet weten wanneer ze hun hortensia’s te lijf gaan, is dat deze groene levensles rechtstreeks uit een van de oudste boeken ter wereld komt. We moeten er niet raar van opkijken, want onze taal barst van de wijsheid die rechtstreeks uit de Bijbel komt.
In het Nieuwe Testament vinden we de letterlijke wortels van onze snoeiwoede. In het Evangelie volgens Johannes (15, 1-2) staat het er heel plastisch: "Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan Mij die geen vrucht draagt snijdt Hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit Hij, opdat hij meer vrucht draagt."
Om te begrijpen waarom dit destijds zo’n krachtig beeld was, moeten we even in de sandalen van de toehoorders stappen. Jezus liep rond in een cultuur waar iedereen wist hoe je wijn maakte. Een wijngaard was destijds geen hobbyprojectje voor het weekend, het was bittere ernst en pure traditie.
De literaire context van dit stuk is het zogenaamde ‘Afscheidsrede’. Jezus voelt de bui al hangen; Hij weet dat Zijn tijd erop zit en dat de Romeinen en de hogepriesters Hem op de hielen zitten. Hij zit met Zijn vrienden aan de tafel en probeert hen nog snel de ultieme overlevingsgids voor het leven mee te geven. Hij gebruikt daarvoor de metafoor van de wijnstok.
Jezus zegt eigenlijk: als je op jezelf blijft rommelen, verdroog je. Je moet verbonden blijven met de stam om sap te krijgen. Maar er is een addertje onder het gras. Zelfs als je goed bezig bent en mooie groene blaadjes produceert, komt de Grote Wijnbouwer met de snoeischaar langs. Waarom? Omdat een wijnrank die zijn gang mag gaan, al zijn energie steekt in meterslange scheuten en weelderig blad. Dat ziet er spectaculair uit, maar het levert geen sappige druiven op. Het mes moet erin zodat de energie naar de kern gaat: de vrucht.
Als we eerlijk zijn, herkennen we die goddelijke snoeischaar allemaal in ons eigen leven. En naarmate de kaarsjes op de verjaardagstaart wat dichter op elkaar komen te staan, gaan we dat principe alsmaar beter begrijpen.
Neem nu onze agenda’s. Vroeger kon het niet op: mensen moesten lid zijn van drie verenigingen, elk feestje aflopen, de hele buurt te vriend houden en tussendoor nog de perfecte cake bakken. Je bent zo druk met 'groeien' en overal groen uitslaan, dat je op den duur de bomen door het bos niet meer ziet. Tot het lichaam, of het leven zelf, zegt: "En nu is het genoeg." We worden gedwongen om te snoeien. We stoppen met die ene hobby die eigenlijk meer energie kost dan hij oplevert. We vinken de verplichtingen af waar we alleen nog maar uit beleefdheid naartoe gingen.
Is dat leuk? Nee, snoeien doet pijn. Het voelt als een verlies. Maar kijk eens wat er gebeurt als de rust wederkeert. Opeens heb je weer échte aandacht voor de kleinkinderen. Opeens smaakt die ene tas koffie met een goede vriend veel intenser dan dat drukke feestje van weleer. Je bent minder breed uitgegroeid, maar de vruchten die je draagt – de vriendschap, de rust, het geloof, de wijsheid – smaken een pak zoeter.
Dus, als je deze week de tuin ingaat met de snoeischaar in de aanslag, denk dan even aan die tweeduizend jaar oude wijngaard. Een korter kopie is soms precies wat we nodig hebben om weer écht te blinken.
Orlando Garcia Duarte