Onbekend, onbemind
Woorden met wortels

Beste parochianen van Lokeren en omstreken,
In onze mooie Lokerse streek zijn we over het algemeen mensen van vaste gewoontes. En zeg nu zelf: wat is daar eigenlijk mis mee? We weten welke bakker de beste rozijnenbroden bakt, we kennen de weg naar de markt op woensdag uit onze broekzak, en op zondag weten we precies op welke stoel we in de kerk willen zitten. Die vertrouwdheid geeft rust. Maar soms brengt het ons ook in een klein doolhof, want alles wat nieuw of vreemd is, kijken we toch eerst even met een schuin oog aan.
Neem nu het avondeten. Stel je voor dat je kleinkind enthousiast thuiskomt en voorstelt om eens "sushi" te eten, of zo’n hippe kom met "quinoa en avocado". De meeste van ons kijken dan waarschijnlijk net zoals een kat kijkt naar de nieuwe stofzuiger: met een mengeling van diepe achterdocht en lichte ontzetting. "Wat de boer niet kent, dat eet hij niet," zegt men dan. Tot je, misschien met een klein hartje, toch eens een hapje proeft van iets nieuws, en tot je eigen verbazing mag toegeven: "Amai, dat is eigenlijk niet slecht!"
Dat fenomeen kennen we allemaal als het spreekwoord "onbekend, onbemind". Als we iets of iemand niet kennen, vinden we het vaak lastig om er afstand van te doen, er waarde aan te hechten, of er simpelweg van te houden. Maar wist je dat deze alledaagse volkswijsheid een hele diepe, oude wortel heeft binnen onze katholieke geschiedenis?
De grondlegger van deze gedachte is niemand minder dan de Heilige Augustinus, een van de grootste kerkvaders uit de vierde eeuw. Augustinus schreef in zijn wijze boeken een simpele, maar haarscherpe zin: "Nemo enim potest amare quod nescit" oftewel: wat je niet kent, kan je niet liefhebben. Augustinus wilde daarmee zeggen dat je niet zomaar van God, van de kerk, of van je medemens kunt houden als je de moeite niet neemt om ze écht te leren kennen. Liefde komt namelijk niet zomaar uit de lucht vallen; het begint met nieuwsgierigheid, met luisteren, en met het openstellen van je hart.
In het Vlaanderen van vroeger namen onze voorouders die gedachte mee naar het dagelijks leven. Het Latijn van de geleerde paters werd op de dorpspleinen en aan de keukentafels omgevormd tot het volkse "onbekend, onbemind".
Denk maar eens aan de eerste keer dat er in het dorp een nieuwe buurman kwam wonen die uit een andere streek kwam, of die er net wat anders uitzag. In het begin bleef de deur toch liever een klink op de haak staan. "We kennen hem niet, dus we kijken liever even de kat uit de boom." Maar zodra diezelfde buurman gezellig aanschoof voor een kop koffie na de viering, smolt het ijs als sneeuw voor de zon. Binnen de kortste keren hoorde hij er helemaal bij. Het ging niet om een gebrek aan goeie wil, maar simpelweg om die menselijke koudwatervrees.
Misschien heeft die oude Augustinus na al die eeuwen nog steeds gelijk. Als we ons afsluiten voor het nieuwe, missen we soms de mooiste dingen. Een nieuw praatje met een vreemde op een bankje in het park, een ontmoeting met de nieuwe parochiaan, of zelfs het uitproberen van een hobby waar je vroeger nooit de tijd voor had.
Dus laten we af en toe de schroom van ons afschudden. De volgende keer dat je iets tegenkomt dat je niet kent, of het nu een onbekend gezicht is in de straat of een vreemd klinkend gerecht op de menukaart, denk dan even aan die wijze oude kerkvader. Zet de deur van je hart (en je maag) op een kier. Want wie weet: wat vandaag nog onbekend is, kan morgen zomaar je nieuwe grote vreugde worden.
Orlando Garcia Duarte